1Daarna brak heel de gemeenschap van Israëls kinderen op, en trok uit de woestijn Sin van halte tot halte verder, volgens de aanwijzingen van Jahweh. Toen zij hun legerplaats te Refidim hadden opgeslagen, bleek daar geen drinkwater voor het volk te zijn.stylusExodus 16:1, Exodus 19:2, Exodus 16:1, Exodus 19:2, Exodus 17:82Het volk begon met Moses te twisten en zeide: Geef ons water te drinken! Moses antwoordde: Waarom zoekt ge twist met mij, en stelt ge Jahweh op de proef?stylusDeuteronomium 6:16, Psalmen 78:18, 1 Korintiërs 10:9, Psalmen 78:41, Deuteronomium 6:163Maar het volk, dat daar naar water smachtte, bleef tegen Moses morren, en zeide: Waarom hebt ge ons uit Egypte gehaald, om ons, onze kinderen en ons vee te doen sterven van dorst?stylusExodus 16:2, Exodus 16:3, Exodus 16:2, Exodus 16:3, Exodus 15:244Toen riep Moses tot Jahweh: Wat moet ik dan toch met dit volk beginnen; het scheelt niet veel, of ze stenigen mij!stylus1 Samuël 30:6, 1 Samuël 30:6, Numeri 14:10, Numeri 14:10, Johannes 8:595En Jahweh gaf Moses ten antwoord: Ga met enige oudsten van Israël voor het volk uit, neem de staf mee, waarmee ge op de Nijl hebt geslagen, en begeef u op weg.stylusExodus 7:19, Exodus 7:20, Exodus 7:19, Exodus 7:20, Numeri 20:86Zie, Ik zal daar vóór u staan op de rots, op de Horeb; dan moet ge op de rots slaan en er zal water uitkomen, zodat het volk kan drinken. Moses deed dit ten aanschouwen van Israëls oudsten.stylus1 Korintiërs 10:4, 1 Korintiërs 10:4, Numeri 20:9, Numeri 20:11, Numeri 20:97Die plaats werd Massa en Meriba genoemd, omdat de kinderen Israëls daar hadden getwist, en Jahweh op de proef hadden gesteld door te zeggen: Is Jahweh in ons midden, of is Hij er niet?stylusPsalmen 81:7, Psalmen 81:7, Psalmen 95:8, Numeri 20:13, Psalmen 95:88Te Refidim ook kwamen de Amalekieten, om Israël te bestrijden.stylusGenesis 36:12, 1 Samuël 15:2, Deuteronomium 25:17, Deuteronomium 25:19, Genesis 36:129Toen sprak Moses tot Josuë: Kies mannen uit, om tegen Amalek ten strijde te trekken; ik zelf zal morgen op de top van de heuvel gaan staan met de staf van God in mijn hand.stylusExodus 4:20, Exodus 24:13, Deuteronomium 32:44, Exodus 4:20, Exodus 24:1310Josuë deed wat Moses hem had gezegd. Hij trok uit, om Amalek te bestrijden, terwijl Moses, Aäron en Choer de top van de heuvel beklommen.stylusExodus 24:14, Exodus 24:14, Exodus 31:2, Exodus 17:12, Jozua 11:1511Zolang Moses zijn handen omhoog hield, had Israël de overhand, maar zodra hij zijn handen liet zakken, was Amalek sterker.stylus1 Timotheüs 2:8, 1 Timotheüs 2:8, Jakobus 5:16, Jakobus 5:16, Psalmen 56:912Maar tenslotte werden de handen van Moses vermoeid. Nu namen zij een steen, legden die onder hem, en hij ging er op zitten; terwijl Aäron en Choer, ieder aan een kant, zijn handen ondersteunden, zodat zijn handen gestrekt bleven tot zonsondergang toe.stylusJesaja 35:3, Jesaja 35:3, Filippenzen 1:19, Filippenzen 1:19, Hebreeën 12:1213Zo joeg Josuë de horden der Amalekieten over de kling.stylusJozua 10:42, Jozua 10:42, Jozua 10:28, Jozua 10:37, Jozua 10:3214Toen sprak Jahweh tot Moses: Schrijf het ter gedachtenis in een boek, en prent het Josuë in het geheugen, dat Ik de herinnering aan Amalek onder de zon zal uitwissen.stylusExodus 34:27, Exodus 34:27, Numeri 24:20, 1 Samuël 30:1, 1 Samuël 30:1715En Moses bouwde een altaar en noemde het: Jahweh is mijn banier.stylusGenesis 22:14, Genesis 22:14, Richteren 6:24, Richteren 6:24, Psalmen 60:416Want hij sprak: De hand aan Jahweh’s banier! Jahweh strijdt tegen Amalek Van geslacht tot geslacht.stylusJesaja 66:1, Psalmen 21:8, Psalmen 21:11, Jesaja 66:1, Psalmen 21:8