1De godsspraak, die de profeet Hababuk schouwde:stylusGenesis 22:18, Genesis 22:18, Galaten 3:16, Romeinen 1:3, Galaten 3:162Hoe lang, Jahweh, smeek ik om hulp, En wilt Gij niet horen; Roep ik tot u: Verdrukking, En brengt Gij geen redding?stylusHandelingen 7:8, Handelingen 7:8, Hebreeën 11:17, Hebreeën 11:18, Hebreeën 11:173Waarom laat Gij mij slechtheid zien, En moet ik onheil aanschouwen, Heb ik geweld en verdrukking voor ogen, Zijn twist en tweedracht ontbrand?stylusGenesis 38:29, Genesis 38:30, Genesis 46:12, Genesis 38:29, Genesis 38:304De Wet ligt verkracht, Het Recht wordt verstikt: Want de goddeloze houdt den vrome gevangen, Het recht wordt geschonden!stylus1 Kronieken 2:10, 1 Kronieken 2:12, Numeri 7:12, 1 Kronieken 2:10, 1 Kronieken 2:125Werpt een blik op de volken, ziet rond, En staat verbijsterd van schrik: Want Ik ga een werk in uw dagen voltrekken, Dat ge niet zoudt geloven, als het werd verteld.stylusHebreeën 11:31, Hebreeën 11:31, Ruth 1:16, Ruth 1:17, Ruth 1:166Zie, Ik roep de Chaldeën op, Dat grimmige, onstuimige volk, Dat de breedte der aarde doorkruist, Om woonsteden van anderen te veroveren.stylus1 Samuël 17:12, 1 Koningen 15:5, 1 Samuël 17:12, 1 Koningen 15:5, 2 Samuël 12:247Het is geducht en verschrikkelijk, Straf en vernieling gaan van hem uit;stylus2 Kronieken 14:1, 2 Kronieken 14:15, 2 Kronieken 14:1, 2 Kronieken 14:15, 2 Kronieken 12:18Zijn paarden zijn sneller dan panters, Vlugger dan de wolven uit de woestijn. Zijn ruiters springen te paard, En komen van verre gevlogen; Zoals een gier zich werpt op zijn prooi,stylus1 Kronieken 3:11, 1 Kronieken 3:11, 2 Kronieken 26:1, 2 Kronieken 26:23, 2 Kronieken 26:19Schieten ze allemaal toe op geweld. Als de oostenwind giert het vooruit, En jaagt de gevangenen als zand te hoop;stylus2 Koningen 15:32, 2 Koningen 16:20, 1 Kronieken 3:11, 1 Kronieken 3:13, 2 Kronieken 26:2110Met koningen drijft het de spot, Met vorsten steekt het de draak. Het lacht om iedere vesting, Werpt aarde op, en neemt ze in;stylus2 Kronieken 32:33, 2 Kronieken 35:27, 2 Kronieken 32:33, 2 Kronieken 35:27, 2 Koningen 20:2111Dan jaagt het verder als een orkaan, En maakt een god van zijn kracht.stylusJeremia 27:20, Jeremia 27:20, Jeremia 52:11, Jeremia 52:15, Daniël 1:212Zijt gij dan niet sinds oude tijden Jahweh, mijn heilige God, die niet sterft? Jahweh, hebt Gij hèm dan bestemd, om recht te doen, Hem gegrond als een rots, om te straffen?stylus1 Kronieken 3:17, 1 Kronieken 3:17, Ezra 3:2, Ezra 3:2, Haggaï 1:1413Uw ogen zijn toch te rein, om het kwaad te aanschouwen, Gij kunt toch het onrecht niet zien: Hoe kunt Gij dan de trouwelozen verdragen, Voor den boze zwijgen, die den vrome verslindt?stylus14Waarom maakt Gij den mens dan als de vissen der zee, Als het gewemel, dat geen meester heeft:stylus15Hij haalt ze allen op aan de angel, En sleept ze mee in zijn net. Dan verzamelt hij ze in zijn fuik, En verheugt en verblijdt zich erover,stylus16Brengt hij offers aan zijn net, Brandt hij wierook voor zijn fuik. Want door hun hulp is zijn aandeel zo vet, En sappig zijn voedsel,stylusMattheüs 27:17, Mattheüs 27:17, Johannes 4:25, Mattheüs 27:22, Lucas 3:2317Trekt hij zijn net op, schudt het leeg, Om altijd volken te moorden, zonder erbarmen!stylus2 Koningen 24:14, Mattheüs 1:11, Mattheüs 1:12, 2 Koningen 24:14, Mattheüs 1:11