1Nu sprak Salomon: De zon heeft Jahweh aan de hemel geplaatst, Maar Zelf besloot Hij, in een wolk te vertoeven;stylusPsalmen 18:8, Psalmen 18:11, Psalmen 18:8, Psalmen 18:11, Leviticus 16:22Zo kon ik het wagen, U een tempel te bouwen, Een huis, waar Gij eeuwig zult wonen!stylus2 Kronieken 2:4, 2 Kronieken 2:6, 2 Kronieken 2:4, 2 Kronieken 2:6, Johannes 4:213Hierop keerde de koning zich om, en zegende heel de gemeenschap van Israël. En terwijl allen overeind gingen staan,stylus1 Koningen 8:14, 1 Koningen 8:14, Numeri 6:23, Numeri 6:27, 2 Kronieken 29:294sprak hij: Geprezen zij Jahweh, Israëls God, wiens hand heeft volbracht, wat zijn mond tot mijn vader David heeft gesproken:stylusPsalmen 68:32, Psalmen 68:35, Psalmen 72:18, Psalmen 72:19, Psalmen 68:325"Sinds de dag, dat Ik mijn volk uit het land van Egypte heb geleid, heb Ik geen enkele stad van alle stammen van Israël uitverkoren, om Mij daar een tempel te bouwen, waarin mijn Naam zou wonen, en heb Ik niemand uitverkoren, om over mijn volk Israël te heersen.stylusDaniël 9:19, 2 Samuël 7:6, 2 Samuël 7:7, 2 Samuël 7:15, 2 Samuël 7:166Maar Jerusalem heb Ik uitverkoren, om daar mijn Naam te doen wonen; en David heb Ik uitgekozen, om over mijn volk Israël te heersen!"stylus1 Kronieken 28:4, 1 Kronieken 28:4, 2 Kronieken 12:13, Psalmen 132:13, 2 Kronieken 12:137Daarom wilde mijn vader David een tempel bouwen voor de Naam van Jahweh, Israëls God.stylus1 Koningen 5:3, 1 Kronieken 17:1, 1 Koningen 5:3, 1 Kronieken 17:1, 1 Kronieken 22:78Maar Jahweh sprak tot David: "Het was goed van u, het plan op te vatten, om een tempel te bouwen voor mijn Naam.stylusMarcus 14:8, 2 Korintiërs 8:12, 1 Koningen 8:18, 1 Koningen 8:21, Marcus 14:89Maar niet gij zult de tempel bouwen, doch uw zoon, die uit uw lenden voortkomt, zal een tempel bouwen voor mijn Naam."stylus1 Kronieken 17:11, 1 Kronieken 17:12, 2 Samuël 7:12, 2 Samuël 7:13, 1 Kronieken 17:410En Jahweh heeft zijn belofte vervuld. Want ik ben mijn vader David opgevolgd, en heb mij neergezet op de troon van Israël, zoals Jahweh gezegd had. En nu heb ik voor de Naam van Jahweh, Israëls God, een tempel gebouwd,stylus1 Koningen 3:6, 1 Koningen 3:7, 1 Kronieken 29:15, 1 Koningen 2:12, 1 Kronieken 29:2311en daarin een plaats bereid voor de ark, waar het Verbond berust, dat Jahweh met de Israëlieten gesloten heeft.stylus2 Kronieken 5:10, 2 Kronieken 5:10, 2 Kronieken 5:7, 2 Kronieken 5:7, Exodus 40:2012Toen ging Salomon ten aanschouwen van heel de gemeenschap van Israël voor het altaar van Jahweh staan en strekte zijn handen uit.stylusPsalmen 63:4, Psalmen 143:6, Job 11:13, Exodus 9:33, Jesaja 50:1013Want Salomon had een bronzen spreekgestoelte laten maken, van vijf el lang, vijf el breed en drie el hoog, en het midden in de voorhof geplaatst; daarop was hij gaan staan. Nu knielde hij neer ten aanschouwen van al de vergaderde Israëlieten, strekte zijn handen naar de hemel uit,stylus1 Koningen 8:54, 1 Koningen 8:54, Nehemia 8:4, Nehemia 8:4, Ezra 9:514en sprak: Jahweh, God van Israël; geen god boven in de hemel of beneden op aarde is gelijk aan U; want in goedertierenheid houdt Gij U aan het verbond met uw dienaren, die met heel hun hart voor uw aanschijn wandelen.stylusExodus 15:11, Exodus 15:11, Deuteronomium 7:9, Deuteronomium 7:9, Lucas 1:5015Ook aan uw dienaar David, mijn vader, hebt Gij vervuld wat Gij hem hebt gezegd. Wat uw mond beloofde, heeft uw hand volbracht, zoals blijkt op deze dag.stylus1 Kronieken 22:9, 1 Kronieken 22:10, 1 Kronieken 22:9, 1 Kronieken 22:10, 1 Koningen 8:2416Welnu dan, Jahweh, Israëls God, vervul aan uw dienaar David, mijn vader, ook de belofte, die Gij hem deedt: "Nooit zal het u aan een man ontbreken, die op Israëls troon is gezeten, indien uw zonen slechts op hun gedrag willen letten en voor mijn aanschijn wandelen, zoals gij voor mijn aanschijn gewandeld hebt."stylus1 Koningen 2:4, 1 Koningen 2:4, 2 Kronieken 7:18, Psalmen 132:12, Johannes 15:1417Jahweh, God van Israël, moge ook deze belofte, die Gij aan uw dienaar David gedaan hebt, toch worden vervuld.stylusJeremia 11:5, Jeremia 11:5, Jesaja 45:3, Jesaja 41:17, 2 Samuël 7:2518Maar zou God dan werkelijk bij de mensen op aarde wonen? Zie, de hemel, zelfs de hemel der hemelen kan U niet bevatten; hoe dan dit huis, dat ik heb gebouwd!stylus2 Kronieken 2:6, Jesaja 66:1, 2 Kronieken 2:6, Jesaja 66:1, Psalmen 139:719Jahweh, mijn God, luister naar het bidden en smeken van uw dienaar, en hoor naar het geroep en het gebed, dat uw dienaar vandaag tot U richt.stylusPsalmen 20:1, Psalmen 20:3, Psalmen 5:1, Psalmen 5:2, Lucas 18:120Mogen uw ogen nacht en dag over dit huis blijven waken, over de plaats, waarvan Gij gezegd hebt: "Mijn Naam zal daar wonen!" Hoor het gebed, dat uw dienaar op deze plaats tot U opzendt.stylusPsalmen 34:15, Psalmen 34:15, Daniël 6:10, Psalmen 121:5, Daniël 6:1021Luister naar de smeekbede, die uw dienaar en Israël uw volk op deze plaats tot U richten. En wanneer Gij ze hoort in de hemel, uw woonstede, verhoor ze dan ook, en schenk vergiffenis.stylusMicha 7:18, Micha 7:18, Daniël 9:19, Jesaja 43:25, Daniël 9:1922Wanneer iemand tegen zijn naaste misdoet, en deze hem een eed oplegt, als bewijs voor zijn onschuld, en hij voor die eed in dit huis verschijnt voor uw altaar:stylusExodus 22:11, Exodus 22:11, Mattheüs 23:18, Spreuken 30:9, Leviticus 5:123luister dan in de hemel, en richt uw dienaren; veroordeel den schuldige, door zijn daad op zijn eigen hoofd te doen neerkomen, maar stel den onschuldige in het gelijk, door hem voor zijn onschuld te belonen.stylusRomeinen 2:9, Romeinen 2:10, Jesaja 3:10, Jesaja 3:11, Ezechiël 18:2024Wanneer Israël, uw volk, omdat het tegen U heeft gezondigd, door zijn vijand wordt verslagen, maar ze bekeren zich, prijzen uw Naam, en bidden en smeken tot U in dit huis:stylusLeviticus 26:17, Leviticus 26:17, Deuteronomium 28:25, Deuteronomium 4:29, Deuteronomium 4:3125luister dan in de hemel, vergeef de zonden van Israël, uw volk, en laat hen terugkeren naar het land, dat Gij aan hen en hun vaderen hebt geschonken.stylusJeremia 33:6, Jeremia 33:13, Jeremia 33:6, Jeremia 33:13, Genesis 13:1526Wanneer de hemel gesloten blijft en er geen regen valt, omdat zij tegen U zondigen, maar ze bidden dan op deze plaats, prijzen uw Naam, en bekeren zich van hun zonden, omdat Gij ze vernedert:stylusDeuteronomium 28:23, Deuteronomium 11:17, Leviticus 26:19, Deuteronomium 28:23, Deuteronomium 11:1727luister dan in de hemel, vergeef de zonden van uw dienaren en van Israël, uw volk, wijs het de goede weg die het bewandelen moet, en geef weer regen op uw land, dat Gij aan uw volk hebt geschonken als erfdeel.stylus1 Koningen 8:35, 1 Koningen 8:36, Psalmen 94:12, Zacharia 10:1, Jeremia 5:2428Wanneer het land wordt geteisterd door hongersnood of pest, door korenbrand of verdorring, door sprinkhaan of knaagbek, wanneer het volk in een van zijn poorten door den vijand wordt benauwd, of bezocht wordt door plagen en ziekten;stylusJakobus 5:13, Joël 2:25, Openbaring 9:3, Openbaring 9:11, Ruth 1:129wanneer iemand van uw volk Israël in het bijzonder, in droefheid of leed, komt bidden en smeken, en zijn handen uitstrekt naar dit huis:stylusPsalmen 91:15, Psalmen 33:12, Psalmen 33:13, 2 Kronieken 6:12, 2 Kronieken 6:1330luister dan in de hemel, uw woonstede, en schenk vergiffenis, grijp in, en vergeld eenieder zijn werken. Want Gij kent de harten, Gij alleen kent het hart aller mensen.stylus1 Kronieken 28:9, 1 Kronieken 28:9, 1 Samuël 16:7, 1 Samuël 16:7, Hebreeën 4:1331Dan zullen zij U vrezen en op uw wegen wandelen, zolang ze leven op het land, dat Gij aan onze vaderen hebt geschonken.stylus1 Samuël 12:24, Handelingen 9:31, Exodus 20:20, Job 28:28, Psalmen 130:432Zelfs wanneer een vreemdeling, die niet tot uw volk Israël behoort, ter wille van uw Naam uit een ver land zal komen, en in dit huis verschijnt, om te bidden, omdat hij van uw grote Naam, uw sterke hand en uw gespierde arm heeft gehoord:stylusJesaja 56:3, Jesaja 56:7, Jesaja 56:3, Jesaja 56:7, Mattheüs 8:1033luister dan in de hemel, uw woonstede, en doe, wat deze vreemdeling U vraagt; opdat alle volkeren der aarde uw Naam mogen kennen, U vrezen, evenals Israël, uw volk, en mogen ondervinden, dat de tempel, die ik voor U heb gebouwd, uw Naam draagt.stylus2 Kronieken 7:14, 2 Kronieken 7:14, Psalmen 67:2, Jeremia 10:7, Numeri 6:2734Wanneer uw volk op uw bevel tegen den vijand ten strijde trekt, en zij bidden tot U in de richting van de stad, die Gij hebt uitverkoren, en van het huis, dat ik voor uw Naam heb gebouwd:stylus2 Kronieken 20:6, 2 Kronieken 20:13, 2 Kronieken 20:6, 2 Kronieken 20:13, Jesaja 14:3235luister dan in de hemel naar hun bidden en smeken, en verschaf hun recht.stylusDaniël 9:17, Daniël 9:19, Jesaja 37:21, Jesaja 37:36, Jeremia 5:2836Wanneer ze tegen U zondigen-want er is niemand, die niet zondigt-en Gij levert ze in uw toorn aan een vijand over, zodat ze gevangen worden weggevoerd naar het land van dien vijand, veraf of dichtbij;stylusJakobus 3:2, 1 Johannes 1:8, 1 Johannes 1:10, Prediker 7:20, Jakobus 3:237wanneer ze dan in het land hunner ballingschap tot nadenken komen, zich bekeren en in het land van hen, die ze wegvoerden, smekend tot U zeggen: "Wij hebben gezondigd, en slecht en goddeloos gehandeld";stylusDaniël 9:5, Daniël 9:11, Jeremia 31:18, Jeremia 31:20, Lucas 15:1738wanneer ze zich met geheel hun hart en geheel hun ziel tot U bekeren in het land hunner vijanden, die hen hebben weggevoerd, en ze bidden tot U in de richting van het land, dat Gij aan hun vaderen hebt geschonken, in de richting van de stad, die Gij hebt uitverkoren, en van het huis, dat ik voor uw Naam heb gebouwd:stylusDeuteronomium 30:2, Deuteronomium 30:6, Joël 2:12, Joël 2:13, Jeremia 29:1239luister dan in de hemel, uw woonstede, naar hun bidden en smeken, en verschaf hun recht. Schenk vergiffenis aan het volk, dat tegen U misdeed.stylusZacharia 1:15, Zacharia 1:16, 2 Kronieken 6:35, Micha 7:18, Micha 7:2040Welnu dan, mijn God, mogen uw ogen geopend zijn, en uw oren luisteren naar het gebed op deze plaats!stylusPsalmen 116:2, 2 Kronieken 7:15, Psalmen 116:2, 2 Kronieken 7:15, Nehemia 1:641Jahweh, God, trek thans op naar uw rustplaats, Gijzelf en de ark uwer glorie! Jahweh, God, mogen uw priesters met uw heil worden bekleed, En uw vromen zich over uw goedheid verheugen!stylus1 Kronieken 28:2, Jesaja 61:10, 1 Kronieken 28:2, Jesaja 61:10, Nehemia 9:2542Jahweh, God, wijs het gebed van uw gezalfde niet af; Gedenk uw gunsten aan David, uw dienaar!stylusJesaja 55:3, Jesaja 55:3, Psalmen 132:1, Psalmen 132:1, Jesaja 61:1