Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Tobit Hoofdstuk 1

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
TOBIT

Tobit 1

1Tobit was uit de stam van Neftali, en uit een stad, die in Opper-Galilea ligt ten noorden van Chasor, dus ten noorden van de weg, die naar het westen voert en de stad Séfet links laat liggen.
Daniël 9:1, Daniël 9:1, Esther 8:9, Esther 8:9, Esther 9:30
2Toen hij in de dagen van Salmanassar, den koning der Assyriërs, krijgsgevangen was gemaakt, week hij in de ballingschap toch niet van de weg der waarheid af;
Nehemia 1:1, Nehemia 1:1, 2 Samuël 7:1, 2 Samuël 7:1, Daniël 8:2
3zelfs deelde hij al wat hij kon overleggen, dagelijks uit aan zijn medeballingen, de broeders uit zijn eigen volk.
Marcus 6:21, Marcus 6:21, Esther 2:18, Daniël 5:1, Esther 2:18
4Reeds van zijn prilste jeugd af, toen hij nog in de stam van Neftali woonde, was er in zijn optreden niets onmannelijks.
Job 40:10, Job 40:10, Psalmen 93:1, Daniël 7:9, Daniël 7:14
5Wanneer allen naar de gouden kalveren gingen, die Jeroboam, de koning van Israël, had opgericht, sloot hij alleen zich nooit bij hen aan;
Esther 7:7, Esther 7:8, Esther 7:7, Esther 7:8, 2 Kronieken 30:21
6hij ging naar Jerusalem, naar de tempel des Heren, om dáár den Heer, den God van Israël, te aanbidden, en trouw al zijn eerstelingen en tienden te offeren.
Amos 6:4, Amos 6:4, Ezechiël 23:41, Ezechiël 23:41, Esther 7:8
7Ook droeg hij om de drie jaar alle tienden af voor de proselieten en vreemdelingen.
Daniël 5:2, Daniël 5:4, Daniël 5:2, Daniël 5:4, 2 Kronieken 9:20
8Deze en dergelijke voorschriften van de Wet Gods onderhield hij reeds van zijn prilste jeugd.
Habakuk 2:15, Habakuk 2:16, Habakuk 2:15, Habakuk 2:16, Jeremia 51:7
9Nadat hij man was geworden, nam hij een vrouw uit zijn stam, Anna geheten, en verwekte bij haar een zoon, wien hij zijn eigen naam gaf.
Esther 5:4, Esther 5:8, Esther 5:4, Esther 5:8
10Hij leerde hem van kindsbeen af God te vrezen en zich vrij te houden van alle zonde.
Esther 7:9, Richteren 16:25, Esther 7:9, Richteren 16:25, 2 Samuël 13:28
11Toen hij nu met vrouw en kind en geheel zijn stam in ballingschap naar de stad Ninive was gekomen,
Spreuken 31:30, Spreuken 31:30, Marcus 6:21, Marcus 6:22, Spreuken 16:9
12en allen van de spijzen der heidenen begonnen te eten, zorgde hij er voor, zich nooit door hun spijzen te verontreinigen.
Spreuken 19:12, Spreuken 19:12, 1 Petrus 3:1, 1 Petrus 3:1, Daniël 3:13
13En daar hij uit geheel zijn hart den Heer indachtig was, bezorgde God hem de gunst van Salmanassar, den koning;
1 Kronieken 12:32, 1 Kronieken 12:32, Daniël 2:2, Jeremia 10:7, Daniël 2:2
14deze gaf hem verlof te gaan, waar hij wilde, en onbelemmerd alles te doen, wat hij wenste.
2 Koningen 25:19, 2 Koningen 25:19, Ezra 7:14, Ezra 7:14, Mattheüs 18:10
15Zo kon hij allen bezoeken, die in ballingschap leefden, en hun heilzame vermaningen geven.
Esther 6:6, Esther 6:6
16Toen hij dus eens in Rages kwam, een stad in Medië, met tien talenten zilver bij zich, waarmee de koning hem had vereerd,
1 Korintiërs 6:7, 1 Korintiërs 6:8, Handelingen 18:14, Handelingen 25:10, 1 Korintiërs 6:7
17trof hij daar onder de vele lieden van zijn eigen volk zijn stamgenoot Gabaël aan; aan dezen gaf hij de genoemde som gelds tegen een ontvangbewijs in bewaring.
Efeziërs 5:33, 2 Samuël 6:16, Efeziërs 5:33, 2 Samuël 6:16
18Maar toen lange tijd later, na de dood van koning Salmanassar, diens zoon Sinacherib in zijn plaats regeerde, begon deze de Israëlieten zeer vijandig te behandelen;
Richteren 5:29, 1 Koningen 11:3, Richteren 5:29, 1 Koningen 11:3
19doch Tobit bleef dagelijks al zijn verwanten bezoeken, om hen te troosten en aan iedereen, zoveel hij kon, van zijn goederen mede te delen.
Esther 8:8, 1 Samuël 15:28, Esther 8:8, 1 Samuël 15:28, Esther 8:5
20Aan de hongerigen gaf hij voedsel, de naakten verschafte hij kleding, en die gestorven waren of gedood, begroef hij met de grootste zorg.
Kolossenzen 3:18, Kolossenzen 3:18, Efeziërs 5:33, Efeziërs 5:22, 1 Petrus 3:1
21Toen dan ook koning Sinacherib uit Judea op de vlucht was gedreven door de plaag, die God hem wegens zijn godslastering toebracht, en na zijn terugkeer in zijn woede vele van Israëls kinderen vermoordde, was het Tobit weer, die hun lijken begroef.
Esther 2:4, Genesis 41:37, Esther 2:4, Genesis 41:37, Esther 1:19
22Maar toen dat aan den koning werd overgebracht, gaf deze bevel, hem te vermoorden en heel zijn vermogen in beslag te nemen.
Esther 3:12, Esther 8:9, Esther 3:12, Esther 8:9, Efeziërs 5:22
23Daarom ging Tobit met zijn zoon en zijn vrouw op de vlucht, en daar hij vele vrienden had, slaagde hij er in-ofschoon van alles beroofd-zich verborgen te houden.
24Maar toen vijf en veertig dagen later de koning door zijn eigen zonen werd vermoord,
25keerde Tobit naar zijn woning terug.

Andere Boeken

TobitJudithEsther+

Andere Boeken

TobitHfst. 1
JudithEstherJobPsalmenSpreuken
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward