1Toen Samuël oud begon te worden, stelde hij zijn zonen als rechters over Israël aan.stylusDeuteronomium 16:18, Deuteronomium 16:19, Deuteronomium 16:18, Deuteronomium 16:19, 1 Timotheüs 5:212Zijn oudste zoon heette Joël, de tweede Abija; zij spraken recht te Beër-Sjéba.stylus1 Koningen 19:3, 1 Kronieken 6:38, Genesis 22:19, Amos 5:5, 1 Kronieken 6:283Zij volgden echter zijn voorbeeld niet, maar waren op eigen voordeel uit, namen steekpenningen aan en verkrachtten het recht.stylusDeuteronomium 16:19, Deuteronomium 16:19, 1 Timotheüs 6:10, Psalmen 15:5, 1 Timotheüs 6:104Daarom kwamen al de oudsten van Israël bijeen, begaven zich naar Samuël te Rama,stylus1 Samuël 7:17, 1 Samuël 7:17, Exodus 3:16, Exodus 24:1, 2 Samuël 5:35en zeiden tot hem: Gij zijt oud geworden, en uw zonen volgen uw voorbeeld niet. Geef ons liever een koning, om ons te regeren, zoals ook alle andere volken hebben.stylusDeuteronomium 17:14, Deuteronomium 17:15, Deuteronomium 17:14, Deuteronomium 17:15, 1 Samuël 8:66Maar het voorstel, dat ze gedaan hadden: "Geef ons een koning, om ons te regeren", was in de ogen van Samuël een misdaad. Hij bad tot Jahweh,stylus1 Samuël 15:11, 1 Samuël 15:11, 1 Samuël 12:17, Jakobus 1:5, 1 Samuël 12:177en Jahweh sprak tot Samuël: Wees het volk terwille in alles wat ze u voorstellen. Want niet u hebben ze verworpen, maar Mij; Mij willen ze niet meer als Koning over zich hebben.stylus1 Samuël 10:19, 1 Samuël 10:19, Exodus 16:8, Lucas 19:27, Lucas 10:168Juist zoals ze met Mij hebben gedaan van de dag af, dat Ik hen opvoerde uit Egypte tot heden toe, door Mij te verlaten en vreemde goden te dienen, zo doen ze ook nu met u.stylusExodus 32:1, Psalmen 106:34, Psalmen 106:40, Exodus 32:1, Psalmen 106:349Welnu, geef ze hun zin; alleen moet ge ze uitdrukkelijk waarschuwen, en hun het recht van den koning voorhouden, die over hen regeren zal.stylus1 Samuël 10:25, 1 Samuël 10:25, 1 Samuël 8:11, 1 Samuël 8:18, 1 Samuël 8:1110Samuël bracht aan het volk, dat hem een koning had gevraagd, alles over wat Jahweh gezegd had.stylus11Hij sprak tot hen: Aldus is het recht van den koning, die over u gaat heersen. Over uw zonen mag hij beschikken, om ze bij zijn wagens en ruiterij onder te brengen, en ze vóór zijn wagen te laten lopen;stylus1 Samuël 14:52, 1 Samuël 14:52, 1 Samuël 10:25, Deuteronomium 17:14, Deuteronomium 17:2012om ze in zijn dienst te stellen als hoofdman van duizend en vijftig; om zijn akker om te ploegen, zijn oogst binnen te halen en zijn oorlogs- en wapentuig te vervaardigen.stylus1 Kronieken 27:1, 1 Kronieken 27:22, 1 Koningen 4:7, 1 Koningen 4:27, 1 Koningen 4:2813Over uw dochters mag hij beschikken als zalvenmengsters, keukenmeisjes en kooksters.stylus14Van uw akkers, uw wijngaarden en olijftuinen mag hij de beste in beslag nemen, om die weg te schenken aan zijn dienaars.stylusEzechiël 46:18, Ezechiël 46:18, 1 Koningen 21:7, 1 Koningen 21:7, 1 Samuël 22:715Van uw zaailanden en uw wijngaarden mag hij het tiende heffen, om het aan zijn hovelingen en ambtenaren te geven.stylusDaniël 1:7, Daniël 1:10, Genesis 37:36, Daniël 1:18, Jesaja 39:716Uw slaven en slavinnen, uw beste runderen en ezels mag hij opeisen, om die voor zijn eigen werk te gebruiken.stylus17Van uw schapen mag hij het tiende heffen; en zelf zult gij zijn slaven zijn.stylus18En mocht gij in de toekomst u beklagen over den koning, dien ge u verkozen hebt, dan zal Jahweh u niet verhoren.stylusMicha 3:4, Micha 3:4, Jesaja 1:15, Spreuken 1:25, Spreuken 1:2819Maar het volk wilde niet luisteren naar de waarschuwing van Samuël, en zeide: Toch moet er een koning over ons zijn!stylusJeremia 44:16, Jeremia 44:16, Jesaja 66:4, Ezechiël 33:31, Psalmen 81:1120We willen gelijk zijn aan alle andere volken; onze koning moet ons besturen, aan onze spits voor ons uitrukken en onze oorlogen voeren.stylus1 Samuël 8:5, 1 Samuël 8:5, 2 Korintiërs 6:17, Deuteronomium 7:6, Exodus 33:1621Toen Samuël al de eisen van het volk had gehoord, bracht hij ze aan Jahweh over.stylusRichteren 11:11, Richteren 11:1122En Jahweh sprak tot Samuël: Geef ze hun zin, en stel een koning over hen aan. Nu sprak Samuël tot de Israëlieten: Gaat allen terug naar uw stad!stylus1 Samuël 8:7, 1 Samuël 8:7, Hosea 13:11, Hosea 13:11