Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Ruth Hoofdstuk 3

DutSVVA
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
RUTH

Ruth 3

1En Naomi, haar schoonmoeder, zeide tot haar: Mijn dochter! zoude ik u geen rust zoeken, dat het u welga?
Ruth 1:9, Ruth 1:9, 1 Timotheüs 5:8, 1 Timotheüs 5:8, 1 Timotheüs 5:14
2Nu dan, is niet Boaz, met wiens maagden gij geweest zijt, van onze bloedvriendschap? Zie, hij zal dezen nacht gerst op den dorsvloer wannen.
Deuteronomium 25:5, Deuteronomium 25:10, Deuteronomium 25:5, Deuteronomium 25:10, Ruth 2:20
3Zo baad u, en zalf u, en doe uw klederen aan, en ga af naar den dorsvloer; maar maak u den man niet bekend, totdat hij geëindigd zal hebben te eten en te drinken.
2 Samuël 14:2, 2 Samuël 14:2, 1 Timotheüs 2:9, 1 Timotheüs 2:10, 1 Timotheüs 2:9
4En het zal geschieden, als hij nederligt, dat gij de plaats zult merken, waar hij zal nedergelegen zijn; ga dan in, en sla zijn voetdeksel op, en leg u; zo zal hij u te kennen geven, wat gij doen zult.
1 Tessalonicenzen 5:22, 1 Tessalonicenzen 5:22
5En zij zeide tot haar: Al wat gij tot mij zegt, zal ik doen.
Kolossenzen 3:20, Kolossenzen 3:20, Efeziërs 6:1, Efeziërs 6:1
6Alzo ging zij af naar den dorsvloer, en deed naar alles, wat haar schoonmoeder haar geboden had.
Spreuken 1:8, Spreuken 1:8, Johannes 2:5, Exodus 20:12, Johannes 2:5
7Als nu Boaz gegeten en gedronken had, en zijn hart vrolijk was, zo kwam hij om neder te liggen aan het uiterste van een koren hoop. Daarna kwam zij stilletjes in, en sloeg zijn voetdeksel op, en leide zich.
Richteren 19:6, Esther 1:10, Richteren 19:6, Esther 1:10, Richteren 19:9
8En het geschiedde te middernacht, dat die man verschrikte, en om zich greep; en ziet, een vrouw lag aan zijn voetdeksel.
9En hij zeide: Wie zijt gij? En zij zeide: Ik ben Ruth, uw dienstmaagd, breid dan uw vleugel uit over uw dienstmaagd, want gij zijt de losser.
Ezechiël 16:8, Ezechiël 16:8, Ruth 2:20, Ruth 2:20, Ruth 3:12
10En hij zeide: Gezegend zijt gij den Heere, mijn dochter! Gij hebt deze uw laatste weldadigheid beter gemaakt dan de eerste, dewijl gij geen jonge gezellen zijt nagegaan, hetzij arm of rijk.
Ruth 2:20, Ruth 2:20, 1 Korintiërs 13:4, 1 Korintiërs 13:5, Ruth 1:8
11En nu, mijn dochter, vrees niet; al wat gij gezegd hebt, zal ik u doen; want de ganse stad mijns volks weet, dat gij een deugdelijke vrouw zijt.
Spreuken 31:29, Spreuken 31:31, Spreuken 31:29, Spreuken 31:31, Spreuken 31:10
12Nu dan, wel is waar, dat ik een losser ben; maar er is nog een losser, nader dan ik.
Ruth 4:1, Ruth 4:1, 1 Tessalonicenzen 4:6, 1 Tessalonicenzen 4:6, Mattheüs 7:12
13Blijf dezen nacht over; voorts in den morgen zal het geschieden, indien hij u lost, goed, laat hem lossen; maar indien het hem niet lust u te lossen, zo zal ik u lossen, zo waarachtig als de Heere leeft; leg u neder tot den morgen toe.
Jeremia 4:2, Ruth 4:5, Jeremia 4:2, Ruth 4:5, Ruth 2:20
14Alzo lag zij neder aan zijn voetdeksel tot den morgen toe; en zij stond op, eer dat de een den ander kennen kon; want hij zeide: Het worde niet bekend, dat een vrouw op den dorsvloer gekomen is.
2 Korintiërs 8:21, 2 Korintiërs 8:21, Romeinen 14:16, Romeinen 14:16, 1 Korintiërs 10:32
15Voorts zeide hij: Lang den sluier, die op u is, en houd dien; en zij hield hem; en hij mat zes maten gerst, en leide ze op haar; daarna ging hij in de stad.
Jesaja 32:8, Galaten 6:10, Jesaja 32:8, Galaten 6:10
16Zij nu kwam tot haar schoonmoeder, dewelke zeide: Wie zijt gij, mijn dochter? En zij verhaalde haar alles, wat die man haar gedaan had.
17Ook zeide zij: Deze zes maten gerst heeft hij mij gegeven; want hij zeide tot mij: Kom niet ledig tot uw schoonmoeder.
18Toen zeide zij: Zit stil, mijn dochter, totdat gij weet, hoe de zaak zal vallen; want die man zal niet rusten, tenzij dat hij heden deze zaak voleind hebbe.
Psalmen 37:3, Psalmen 37:5, Psalmen 37:3, Psalmen 37:5, Jesaja 28:16

Andere Boeken

Ruth1 Samuël2 Samuël+

Andere Boeken

RuthHfst. 3
1 Samuël2 Samuël1 Koningen2 Koningen1 Kronieken
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward