Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Ruth Hoofdstuk 2

DutSVVA
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
RUTH

Ruth 2

1Naomi nu had een bloedvriend van haar man, een man, geweldig van vermogen, van het geslacht van Elimelech; en zijn naam was Boaz.
Ruth 4:21, Ruth 4:21, Ruth 3:12, Ruth 3:2, Ruth 3:12
2En Ruth, de Moabietische, zeide tot Naomi: Laat mij toch in het veld gaan, en van de aren oplezen, achter dien, in wiens ogen ik genade zal vinden. En zij zeide tot haar: Ga heen, mijn dochter!
Leviticus 23:22, Leviticus 23:22, Leviticus 19:9, Leviticus 19:9, Deuteronomium 24:19
3Zo ging zij heen, en kwam en las op in het veld, achter de maaiers; en haar viel bij geval voor, een deel van het veld van Boaz, die van het geslacht van Elimelech was.
Lucas 10:31, Mattheüs 10:29, 2 Tessalonicenzen 3:12, Lucas 10:31, Mattheüs 10:29
4En ziet, Boaz kwam van Bethlehem, en zeide tot de maaiers: De Heere zij met ulieden! En zij zeiden tot hem: De Heere zegene u!
Psalmen 129:7, Psalmen 129:8, Psalmen 129:7, Psalmen 129:8, Richteren 6:12
5Daarna zeide Boaz tot zijn jongen, die over de maaiers gezet was: Wiens is deze jonge vrouw?
Ruth 4:21, 1 Kronieken 2:11, 1 Kronieken 2:12, Ruth 4:21, 1 Kronieken 2:11
6En de jongen, die over de maaiers gezet was, antwoordde en zeide: Deze is de Moabietische jonge vrouw, die met Naomi wedergekomen is uit de velden Moabs;
Ruth 1:22, Ruth 1:22, Genesis 39:4, Genesis 15:2, Genesis 24:2
7En zij heeft gezegd: Laat mij toch oplezen en aren bij de garven verzamelen, achter de maaiers; zo is zij gekomen en heeft gestaan van des morgens af tot nu toe; nu is haar te huis blijven weinig.
Spreuken 18:23, Spreuken 13:4, Spreuken 15:33, Spreuken 22:29, Spreuken 18:23
8Toen zeide Boaz tot Ruth: Hoort gij niet, mijn dochter? Ga niet, om in een ander veld op te lezen; ook zult gij van hier niet weggaan, maar hier zult gij u houden bij mijn maagden.
2 Koningen 5:13, 2 Koningen 5:13, Hooglied 1:7, Hooglied 1:8, Hooglied 1:7
9Uw ogen zullen zijn op dit veld, dat zij maaien zullen, en gij zult achter haarlieden gaan; heb ik den jongens niet geboden, dat men u niet aanroere? Als u dorst, zo ga tot de vaten, en drink van hetgeen de jongens zullen geschept hebben.
1 Johannes 5:18, 1 Johannes 5:18, Genesis 20:6, Genesis 20:6, 1 Korintiërs 7:1
10Toen viel zij op haar aangezicht, en boog zich ter aarde, en zij zeide tot hem: Waarom heb ik genade gevonden in uw ogen, dat gij mij kent, daar ik een vreemde ben?
1 Samuël 25:23, 1 Samuël 25:23, Ruth 2:13, Ruth 2:13, Lucas 1:48
11En Boaz antwoordde en zeide tot haar: Het is mij wel aangezegd alles, wat gij bij uw schoonmoeder gedaan hebt, na den dood uws mans, en hebt uw vader en uw moeder, en het land uwer geboorte verlaten, en zijt heengegaan tot een volk, dat gij van te voren niet kendet.
Lucas 14:33, Lucas 14:33, Lucas 18:29, Lucas 18:30, Lucas 18:29
12De Heere vergelde u uw daad en uw loon zij volkomen, van den Heere, den God Israëls, onder Wiens vleugelen gij gekomen zijt om toevlucht te nemen!
Psalmen 36:7, Psalmen 36:7, Psalmen 91:4, Psalmen 91:4, Psalmen 63:7
13En zij zeide: Laat mij genade vinden in uw ogen, mijn heer, dewijl gij mij getroost hebt, en dewijl gij naar het hart uwer dienstmaagd gesproken hebt, hoewel ik niet ben, gelijk een uwer dienstmaagden.
1 Samuël 1:18, 1 Samuël 1:18, Genesis 33:8, Genesis 34:3, Genesis 33:8
14Als het nu etenstijd was, zeide Boaz tot haar: Kom hier bij, en eet van het brood, en doop uw bete in den azijn. Zo zat zij neder aan de zijde van de maaiers, en hij langde haar geroost koren, en zij at, en werd verzadigd, en hield over.
Ruth 2:18, Ruth 2:18, Mattheüs 14:20, Deuteronomium 8:10, 2 Koningen 4:43
15Als zij nu opstond, om op te lezen, zo gebood Boaz zijn jongens, zeggende: Laat haar ook tussen de garven oplezen, en beschaamt haar niet.
Jakobus 1:5, Jakobus 1:5
16Ja, laat ook allengskens van de handvollen voor haar wat vallen, en laat het liggen, dat zij het opleze, en bestraft haar niet.
Romeinen 12:13, Deuteronomium 24:19, Deuteronomium 24:21, 1 Johannes 3:17, 1 Johannes 3:18
17Alzo las zij op in dat veld, tot aan den avond; en zij sloeg uit, wat zij opgelezen had, en het was omtrent een efa gerst.
Spreuken 31:27, Ezechiël 45:11, Ezechiël 45:12, Spreuken 31:27, Ezechiël 45:11
18En zij nam het op, en kwam in de stad; en haar schoonmoeder zag, wat zij opgelezen had; ook bracht zij voort, en gaf haar, wat zij van haar verzadiging overgehouden had.
Ruth 2:14, Ruth 2:14, Johannes 6:12, Johannes 6:13, 1 Timotheüs 5:4
19Toen zeide haar schoonmoeder tot haar: Waar hebt gij heden opgelezen, en waar hebt gij gewrocht? Gezegend zij, die u gekend heeft! En zij verhaalde haar schoonmoeder, bij wien zij gewrocht had, en zeide: De naam des mans, bij welken ik heden gewrocht heb, is Boaz.
Psalmen 41:1, Ruth 2:10, Psalmen 41:1, Ruth 2:10, 1 Koningen 7:21
20Toen zeide Naomi tot haar schoondochter: Gezegend zij hij den Heere, Die Zijn weldadigheid niet heeft nagelaten aan de levenden en aan de doden! Voorts zeide Naomi tot haar: Die man is ons nabestaande; hij is een van onze lossers.
2 Samuël 2:5, Ruth 3:9, Ruth 3:10, 2 Samuël 2:5, Ruth 3:9
21En Ruth, de Moabietische, zeide: Ook, omdat hij tot mij gezegd heeft: Gij zult u houden bij de jongens, die ik heb, totdat zij den gansen oogst, die ik heb, zullen hebben voleindigd.
Ruth 2:7, Ruth 2:8, Hooglied 1:7, Hooglied 1:8, Ruth 2:22
22En Naomi zeide tot haar schoondochter Ruth: Het is goed, mijn dochter, dat gij met zijn maagden uitgaat, opdat zij u niet tegenvallen in een ander veld.
Hooglied 1:8, Hooglied 1:8, Spreuken 27:10, Spreuken 27:10
23Alzo hield zij zich bij de maagden van Boaz, om op te lezen, totdat de gersteoogst en tarweoogst voleindigd waren; en zij bleef bij haar schoonmoeder.
Spreuken 6:6, Spreuken 6:8, Spreuken 13:1, Efeziërs 6:1, Efeziërs 6:3

Andere Boeken

Ruth1 Samuël2 Samuël+

Andere Boeken

RuthHfst. 2
1 Samuël2 Samuël1 Koningen2 Koningen1 Kronieken
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward