1En Moab viel van Israël af, na Achabs dood.stylus2 Samuël 8:2, 2 Samuël 8:2, Numeri 24:7, 2 Koningen 8:22, Psalmen 60:82En Ahazia viel door een tralie in zijn opperzaal, die te Samaria was, en werd krank. En hij zond boden, en zeide tot hen: Gaat heen, vraagt Baäl-zebub, den god van Ekron, of ik van deze krankheid genezen zal.stylus2 Koningen 1:16, 2 Koningen 1:16, Marcus 3:22, Mattheüs 10:25, 2 Koningen 8:73Maar de Engel des Heeren sprak tot Elia, den Thisbiet: Maak u op, ga op, den boden des konings van Samaria tegemoet, en spreek tot hen: Is het, omdat er geen God in Israël is, dat gijlieden heengaat, om Baäl-zebub, den god van Ekron, te vragen?stylus1 Koningen 17:1, 1 Koningen 17:1, Jona 2:8, Jona 2:8, Jeremia 2:114Daarom nu zegt de Heere alzo: Gij zult niet afkomen van dat bed, waarop gij geklommen zijt, maar gij zult den dood sterven. En Elia ging weg.stylusEzechiël 18:4, Genesis 2:17, Genesis 3:4, Ezechiël 18:4, Genesis 2:175Zo kwamen de boden weder tot hem; en hij zeide tot hen: Wat is dit, dat gij wederkomt?stylus6En zij zeiden tot hem: Een man kwam op, ons tegemoet, en zeide tot ons: Gaat heen, keert weder tot den koning die u gezonden heeft, en spreekt tot hem: Zo zegt de Heere: Is het, omdat er geen God in Israël is, dat gij zendt, om Baäl-zebub, den god van Ekron, te vragen? Daarom zult gij van dat bed, waarop gij geklommen zijt, niet afkomen, maar gij zult den dood sterven.stylusPsalmen 16:4, Psalmen 16:4, 1 Kronieken 10:13, 1 Kronieken 10:14, Jesaja 41:227En hij sprak tot hen: Hoedanig was de gestalte des mans, die u tegemoet opgekomen is, en deze woorden tot u gesproken heeft?stylus1 Samuël 28:14, Richteren 8:18, 1 Samuël 28:14, Richteren 8:188En zij zeiden tot hem: Hij was een man met een harig kleed, en met een lederen gordel gegord om zijn lenden. Toen zeide hij: Het is Elia, de Thisbiet.stylusMattheüs 3:4, Mattheüs 3:4, Zacharia 13:4, Zacharia 13:4, Marcus 1:69En hij zond tot hem een hoofdman van vijftig met zijn vijftigen. En als hij tot hem opkwam (want ziet, hij zat op de hoogte eens bergs), zo sprak hij tot hem: Gij, man Gods! de koning zegt: Kom af.stylusHebreeën 11:36, 2 Koningen 6:13, 2 Koningen 6:14, Hebreeën 11:36, 2 Koningen 6:1310Maar Elia antwoordde en sprak tot den hoofdman van vijftigen: Indiën ik dan een man Gods ben, zo dale vuur van den hemel, en vertere u en uw vijftigen. Toen daalde vuur van den hemel, en verteerde hem en zijn vijftigen.stylusLucas 9:54, Lucas 9:54, Daniël 3:25, Daniël 3:25, Hebreeën 12:2911En hij zond wederom tot hem een anderen hoofdman van vijftig met zijn vijftigen. Deze antwoordde en sprak tot hem: Gij, man Gods! zo zegt de koning: Kom haastelijk af.stylus1 Samuël 6:9, Jesaja 32:7, Jeremia 5:3, Mattheüs 2:16, Jesaja 26:1112En Elia antwoordde en sprak tot hem: Ben ik een man Gods, zo dale vuur van den hemel, en vertere u en uw vijftigen. Toen daalde vuur Gods van den hemel en verteerde hem en zijn vijftigen.stylus2 Koningen 1:9, 2 Koningen 1:10, 2 Koningen 1:9, 2 Koningen 1:1013En wederom zond hij een hoofdman van de derde vijftigen met zijn vijftigen. Zo ging de derde hoofdman van vijftigen op, en kwam en boog zich op zijn knieën, voor Elia, en smeekte hem, en sprak tot hem: Gij, man Gods, laat toch mijn ziel en de ziel van uw knechten, van deze vijftigen, dierbaar zijn in uw ogen!stylusJesaja 1:5, Jesaja 1:5, Openbaring 3:9, Numeri 12:11, Numeri 12:1314Zie, het vuur is van den hemel gedaald, en heeft die twee eerste hoofdmannen van vijftigen met hun vijftigen verteerd; maar nu, laat mijn ziel dierbaar zijn in uw ogen!stylusHandelingen 20:24, Handelingen 20:24, 2 Koningen 1:10, 2 Koningen 1:11, 1 Samuël 26:2415Toen sprak de Engel des Heeren tot Elia: Ga af met hem; vrees niet voor zijn aangezicht. En hij stond op, en ging met hem af tot den koning.stylusJesaja 51:12, Jesaja 51:12, Ezechiël 2:6, Ezechiël 2:6, Jeremia 1:1716En hij sprak tot hem: Zo zegt de Heere: Daarom, dat gij boden gezonden hebt, om Baäl-zebub, den god van Ekron, te vragen (is het, omdat er geen God in Israël is, om Zijn woord te vragen?); daarom, van dat bed, waarop gij geklommen zijt, zult gij niet afkomen, maar gij zult den dood sterven.stylus2 Koningen 1:2, 2 Koningen 1:4, 2 Koningen 1:2, 2 Koningen 1:4, 1 Koningen 22:2817Alzo stierf hij, naar het woord des Heeren, dat Elia gesproken had; en Joram werd koning in zijn plaats, in het tweede jaar van Joram, den zoon van Josafat, den koning van Juda; want hij had geen zoon.stylus2 Koningen 3:1, 2 Koningen 3:1, 2 Koningen 8:16, 2 Koningen 8:17, 1 Koningen 22:5118Het overige nu der zaken van Ahazia, die hij gedaan heeft, is dat niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Israël?stylus1 Koningen 22:39, 1 Koningen 14:19, 1 Koningen 22:39, 1 Koningen 14:19