Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

2 Samuël Hoofdstuk 1

DutSVVA
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
2 SAMUËL

2 Samuël 1

1Voorts geschiedde het na Sauls dood, als David van den slag der Amalekieten was wedergekomen, en David twee dagen te Ziklag gebleven was;
1 Samuël 27:6, 1 Samuël 27:6, 1 Samuël 30:17, 1 Samuël 30:26, 1 Samuël 31:6
2Zo geschiedde het op den derden dag, dat, ziet, uit het heirleger van Saul, een man kwam, wiens klederen gescheurd waren, en aarde was op zijn hoofd; en het geschiedde, als hij tot David kwam, zo viel hij ter aarde en boog zich neder.
1 Samuël 4:12, 1 Samuël 4:12, 2 Samuël 4:10, 2 Samuël 4:10, 1 Samuël 25:23
3En David zeide tot hem: Van waar komt gij? En hij zeide tot hem: Ik ben ontkomen uit het heirleger van Israël.
2 Koningen 5:25, Job 1:15, Job 1:19, 2 Koningen 5:25, Job 1:15
4Voorts zeide David tot hem: Wat is de zaak? Verhaal het mij toch. En hij zeide, dat het volk uit den strijd gevloden was, en dat er ook velen van het volk gevallen en gestorven waren, dat ook Saul en zijn zoon Jonathan dood waren.
1 Samuël 4:16, 1 Samuël 31:1, 1 Samuël 31:6, 1 Samuël 4:16, 1 Samuël 31:1
5En David zeide tot den jongen, die hem de boodschap bracht: Hoe weet gij, dat Saul dood is, en zijn zoon Jonathan?
Spreuken 25:2, Spreuken 14:15, Spreuken 25:2, Spreuken 14:15
6Toen zeide de jongen, die hem de boodschap bracht: Ik kwam bij geval op het gebergte van Gilboa; en ziet, Saul leunde op zijn spies; en ziet, de wagens en ritmeesters hielden dicht op hem.
1 Samuël 28:4, 1 Samuël 28:4, 1 Samuël 6:9, Lucas 10:31, 1 Kronieken 10:4
7Zo zag hij achter zich om, en zag mij, en hij riep mij, en ik zeide: Zie, hier ben ik.
2 Samuël 9:6, 1 Samuël 22:12, Jesaja 6:8, Richteren 9:54, Jesaja 65:1
8En hij zeide tot mij: Wie zijt gij? En ik zeide tot hem: Ik ben een Amalekiet.
1 Samuël 30:17, 1 Samuël 30:13, 1 Samuël 30:17, 1 Samuël 30:13, 1 Samuël 30:1
9Toen zeide hij tot mij: Sta toch bij mij, en dood mij; want deze malienkolder heeft mij opgehouden; want mijn leven is nog gans in mij.
10Zo stond ik bij hem, en doodde hem; want ik wist, dat hij na zijn val niet leven zou; en ik nam de kroon, die op zijn hoofd was, en het armgesmijde, dat aan zijn arm was, en heb ze hier tot mijn heer gebracht.
Richteren 9:54, Mattheüs 7:2, Richteren 9:54, Mattheüs 7:2, 2 Koningen 11:12
11Toen vatte David zijn klederen en scheurde ze; desgelijks ook al de mannen, die met hem waren.
2 Samuël 13:31, 2 Samuël 13:31, 2 Samuël 3:31, Genesis 37:29, 2 Samuël 3:31
12En zij weeklaagden, en weenden, en vastten tot op den avond, over Saul en over Jonathan, zijn zoon, en over het volk des Heeren, en over het huis Israëls, omdat zij door het zwaard gevallen waren.
Mattheüs 5:44, Spreuken 24:17, Psalmen 35:13, Psalmen 35:14, Mattheüs 5:44
13Voorts zeide David tot den jongen, die hem de boodschap gebracht had: Van waar zijt gij? En hij zeide: Ik ben de zoon van een vreemden man, van een Amalekiet.
2 Samuël 1:8, 2 Samuël 1:8
14En David zeide tot hem: Hoe, hebt gij niet gevreesd uw hand uit te strekken, om den gezalfde des Heeren te verderven?
1 Samuël 26:9, 1 Samuël 26:9, Psalmen 105:15, 1 Samuël 24:6, 1 Samuël 31:4
15En David riep een van de jongens, en zeide: Treed toe, val op hem aan. En hij sloeg hem, dat hij stierf.
Job 5:12, 1 Samuël 22:17, 1 Samuël 22:18, Richteren 8:20, 2 Samuël 4:10
16En David zeide tot hem: Uw bloed zij op uw hoofd; want uw mond heeft tegen u getuigd, zeggende: ik heb den gezalfde des Heeren gedood.
Mattheüs 27:25, Mattheüs 27:25, Lucas 19:22, Lucas 19:22, Leviticus 20:9
17David nu klaagde deze klage over Saul en over Jonathan, zijn zoon;
2 Kronieken 35:25, 2 Kronieken 35:25, 2 Samuël 1:19, 2 Samuël 1:19, Jeremia 9:17
18Als hij gezegd had, dat men den kinderen van Juda den boog zou leren; ziet, het is geschreven in het boek des Oprechten.
Jozua 10:13, Jozua 10:13, Genesis 49:8, Deuteronomium 4:10, Genesis 49:8
19O Sieraad van Israël, op uw hoogten is hij verslagen; hoe zijn de helden gevallen!
2 Samuël 1:27, 2 Samuël 1:27, Deuteronomium 4:7, Deuteronomium 4:8, 2 Samuël 1:25
20Verkondigt het niet te Gath, boodschapt het niet op de straten van Askelon; opdat de dochters der Filistijnen zich niet verblijden, opdat de dochters der onbesnedenen niet opspringen van vreugde.
Micha 1:10, Micha 1:10, 1 Samuël 18:6, 1 Samuël 18:6, Exodus 15:20
21Gij, bergen van Gilboa, noch dauw noch regen moet zijn op u, noch velden der hefofferen; want aldaar is der helden schild smadelijk weggeworpen, het schild van Saul, alsof hij niet gezalfd ware geweest met olie.
1 Samuël 31:1, 1 Samuël 31:1, Jesaja 21:5, Jesaja 21:5, 1 Samuël 10:1
22Van het bloed der verslagenen, van het vette der helden, werd Jonathans boog niet achterwaarts gedreven; en Sauls zwaard keerde niet ledig weder.
1 Samuël 18:4, 1 Samuël 18:4, Jesaja 34:6, Jesaja 34:7, Jesaja 34:6
23Saul en Jonathan, die beminden, en die liefelijken in hun leven, zijn ook in hun dood niet gescheiden; zij waren lichter dan arenden, zij waren sterker dan leeuwen.
Jeremia 4:13, Jeremia 4:13, Richteren 14:18, Richteren 14:18, Spreuken 30:30
24Gij, dochteren Israëls, weent over Saul; die u kleedde met scharlaken, met weelde; die u sieraad van goud deed dragen over uw kleding.
Jesaja 3:16, Jesaja 3:26, Jeremia 2:32, 1 Timotheüs 2:9, 1 Timotheüs 2:10
25Hoe zijn de helden gevallen in het midden van den strijd! Jonathan is verslagen op uw hoogten!
2 Samuël 1:19, 2 Samuël 1:19, 2 Samuël 1:27, 2 Samuël 1:27, Richteren 5:18
26Ik ben benauwd om uwentwil, mijn broeder Jonathan! Gij waart mij zeer liefelijk; uw liefde was mij wonderlijker dan liefde der vrouwen.
1 Samuël 20:17, 1 Samuël 20:17, 1 Samuël 23:16, 1 Samuël 20:41, 1 Samuël 18:1
27Hoe zijn de helden gevallen, en de krijgswapenen verloren!
2 Samuël 1:25, 2 Samuël 1:25, 2 Samuël 1:19, 2 Samuël 1:19, 2 Koningen 2:12

Andere Boeken

2 Samuël1 Koningen2 Koningen+

Andere Boeken

2 SamuëlHfst. 1
1 Koningen2 Koningen1 Kronieken2 KroniekenEzra
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward