Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Numeri Hoofdstuk 23

DutSVVA
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
NUMERI

Numeri 23

1Toen zeide Bileam tot Balak: Bouw mij hier zeven altaren, en bereid mij hier zeven varren en zeven rammen.
Numeri 23:29, Numeri 23:29, Spreuken 15:8, Judas 1:11, 1 Samuël 15:22
2Balak nu deed, gelijk als Bileam gesproken had; en Balak en Bileam offerden een var en een ram, op elk altaar.
Numeri 23:14, Numeri 23:30, Numeri 23:14, Numeri 23:30
3Toen zeide Bileam tot Balak: Blijf staan bij uw brandoffer, en ik zal heengaan; misschien zal de Heere mij tegemoet komen; en hetgeen Hij wijzen zal, dat zal ik u bekend maken. Toen ging hij op de hoogte.
Numeri 23:15, Numeri 23:15, Genesis 22:2, Numeri 24:1, Genesis 22:7
4Als God Bileam ontmoet was, zo zeide hij tot Hem: Zeven altaren heb ik toegericht, en heb een var en een ram op elk altaar geofferd.
Numeri 23:16, Numeri 23:16, Lucas 18:12, Efeziërs 2:9, Lucas 18:12
5Toen leide de Heere het woord in den mond van Bileam, en zeide: Keer weder tot Balak, en spreek aldus.
Deuteronomium 18:18, Jeremia 1:9, Deuteronomium 18:18, Jeremia 1:9, Jesaja 59:21
6Als hij nu tot hem wederkeerde, ziet, zo stond hij bij zijn brandoffer, hij en al de vorsten der Moabieten.
7Toen hief hij zijn spreuk op, en zeide: Uit Syrië heeft mij Balak, de koning der Moabieten, laten halen, van het gebergte tegen het oosten, zeggende: Kom, vervloek mij Jakob, en kom, scheld Israël!
Numeri 23:18, Numeri 22:5, Numeri 22:6, Numeri 24:3, Deuteronomium 23:4
8Wat zal ik vloeken, dien God niet vloekt; en wat zal ik schelden, waar de Heere niet scheldt?
Numeri 23:23, Numeri 23:23, Numeri 23:20, Jesaja 44:25, Numeri 23:20
9Want van de hoogte der steenrotsen zie ik hem, en van de heuvelen aanschouw ik hem; ziet, dat volk zal alleen wonen, en het zal onder de heidenen niet gerekend worden.
Deuteronomium 33:28, Deuteronomium 33:28, Deuteronomium 32:8, Exodus 33:16, Deuteronomium 32:8
10Wie zal het stof van Jakob tellen, en het getal, ja, het vierde deel van Israël? Mijn ziel sterve den dood der oprechten, en mijn uiterste zij gelijk het zijne!
Psalmen 37:37, Psalmen 37:37, Genesis 13:16, Genesis 13:16, Psalmen 116:15
11Toen zeide Balak tot Bileam: Wat hebt gij mij gedaan? Ik heb u genomen, om mijn vijanden te vloeken; maar zie, gij hebt hen doorgaans gezegend!
Nehemia 13:2, Nehemia 13:2, Numeri 24:10, Numeri 24:10, Psalmen 109:17
12Hij nu antwoordde en zeide: Zal ik dat niet waarnemen te spreken, wat de Heere in mijn mond gelegd heeft?
Numeri 22:38, Numeri 22:38, Numeri 23:26, Numeri 23:20, Numeri 24:13
13Toen zeide Balak tot hem: Kom toch met mij aan een andere plaats, van waar gij hem zult zien; gij zult niet dan zijn einde zien, maar hem niet ganselijk zien; en vervloek hem mij van daar!
Psalmen 109:17, Jakobus 3:9, Jakobus 3:10, Psalmen 109:17, Jakobus 3:9
14Alzo nam hij hem mede tot het veld Zofim, op de hoogte van Pisga; en hij bouwde zeven altaren, en hij offerde een var en een ram op elk altaar.
Numeri 23:1, Numeri 23:2, Numeri 23:1, Numeri 23:2, Jesaja 46:6
15Toen zeide hij tot Balak: Blijf hier staan bij uw brandoffer, en ik zal Hem aldaar ontmoeten.
Numeri 23:3, Numeri 23:3, Numeri 22:8, Numeri 22:8
16Als de Heere Bileam ontmoet was, zo leide Hij het woord in zijn mond, en Hij zeide: Keer weder tot Balak, en spreek alzo.
Numeri 23:5, Numeri 23:5, Numeri 22:35, Numeri 24:1, Numeri 22:35
17Toen hij tot hem kwam, ziet, zo stond hij bij zijn brandoffer, en de vorsten der Moabieten bij hem. Balak nu zeide tot hem: Wat heeft de Heere gesproken?
Numeri 23:26, Jeremia 37:17, 1 Samuël 3:17, Numeri 23:26, Jeremia 37:17
18Toen hief hij zijn spreuk op, en zeide: Sta op, Balak, en hoor! Neig uw oren tot mij, gij, zoon van Zippor!
Richteren 3:20, Richteren 3:20
19God is geen man, dat Hij liegen zou, noch eens mensen kind, dat het Hem berouwen zou; zou Hij het zeggen, en niet doen, of spreken, en niet bestendig maken?
1 Samuël 15:29, 1 Samuël 15:29, Jakobus 1:17, Jakobus 1:17, Maleachi 3:6
20Zie, ik heb ontvangen te zegenen; dewijl Hij zegent, zo zal ik het niet keren.
Johannes 10:27, Johannes 10:29, Johannes 10:27, Johannes 10:29, Numeri 22:12
21Hij schouwt niet aan de ongerechtigheid in Jakob; ook ziet Hij niet aan de boosheid in Israël. De Heere, zijn God, is met hem, en het geklank des Konings is bij hem.
Psalmen 23:4, Psalmen 23:4, Mattheüs 1:23, Mattheüs 1:23, Jeremia 50:20
22God heeft hen uit Egypte uitgevoerd; zijn krachten zijn als van een eenhoorn.
Numeri 24:8, Deuteronomium 33:17, Numeri 24:8, Deuteronomium 33:17, Job 39:9
23Want er is geen toverij tegen Jakob noch waarzeggerij tegen Israël. Te dezer tijd zal van Jakob gezegd worden, en van Israël, wat God gewrocht heeft.
Lucas 10:18, Lucas 10:19, Lucas 10:18, Lucas 10:19, Jozua 13:22
24Zie, het volk zal opstaan als een oude leeuw, en het zal zich verheffen als een leeuw; het zal zich niet neerleggen, totdat het den roof gegeten, en het bloed der verslagenen gedronken zal hebben!
Genesis 49:9, Genesis 49:9, Genesis 49:27, Genesis 49:27, Zacharia 12:6
25Toen zeide Balak tot Bileam: Gij zult het ganselijk noch vloeken, noch geenszins zegenen.
Psalmen 2:1, Psalmen 2:3, Psalmen 2:1, Psalmen 2:3
26Doch Bileam antwoordde en zeide tot Balak: Heb ik niet tot u gesproken, zeggende: Al wat de Heere spreken zal, dat zal ik doen?
Handelingen 5:29, Handelingen 5:29, Numeri 22:18, Numeri 22:18, 2 Kronieken 18:13
27Verder zeide Balak tot Bileam: Kom toch, ik zal u aan een ander plaats medenemen; misschien zal het recht zijn in de ogen van dien God, dat gij het mij van daar vervloekt.
Romeinen 11:29, Romeinen 11:29, Spreuken 21:30, Jesaja 46:10, Jesaja 46:11
28Toen nam Balak Bileam mede tot de hoogte van Peor, die tegen de woestijn ziet.
Numeri 21:20, Numeri 21:20, Psalmen 106:28, Psalmen 106:28
29En Bileam zeide tot Balak: Bouw mij hier zeven altaren, en bereid mij hier zeven varren en zeven rammen.
Numeri 23:1, Numeri 23:2, Numeri 23:1, Numeri 23:2
30Balak nu deed, gelijk als Bileam gezegd had; en hij offerde een var en een ram op elk altaar.

Andere Boeken

NumeriDeuteronomiumJozua+

Andere Boeken

NumeriHfst. 23
DeuteronomiumJozuaRichterenRuth1 Samuël
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward