1Toen Bileam zag, dat het goed was in de ogen des Heeren, dat hij Israël zegende, zo ging hij ditmaal niet heen, gelijk meermalen, tot de toverijen; maar hij stelde zijn aangezicht naar de woestijn.stylusNumeri 23:23, Numeri 23:3, Numeri 23:23, Numeri 23:3, Openbaring 2:142Als Bileam zijn ogen ophief, en Israël zag, wonende naar zijn stammen, zo was de Geest van God op hem.stylus1 Samuël 19:20, 1 Samuël 19:20, 2 Kronieken 15:1, 2 Kronieken 15:1, 1 Samuël 10:103En hij hief zijn spreuk op, en zeide: Bileam, de zoon van Beor, spreekt, en de man, wien de ogen geopend zijn, spreekt!stylusNumeri 24:16, Numeri 23:7, Numeri 24:16, Numeri 23:7, Numeri 24:44De hoorder der redenen Gods spreekt, die het gezicht des Almachtigen ziet; die verrukt wordt, en wien de ogen ontdekt worden!stylusOpenbaring 1:17, Openbaring 1:17, Openbaring 1:10, Openbaring 1:10, Numeri 12:65Hoe goed zijn uw tenten, Jakob! uw woningen, Israël!stylus6Gelijk de beken breiden zij zich uit, als de hoven aan de rivieren; de Heere heeft ze geplant, als de sandelbomen, als de cederbomen aan het water.stylusPsalmen 1:3, Psalmen 1:3, Jesaja 58:11, Jesaja 58:11, Psalmen 104:167Er zal water uit zijn emmeren vloeien, en zijn zaad zal in vele wateren zijn; en zijn koning zal boven Agag verheven worden, en zijn koninkrijk zal verhoogd worden.stylus1 Kronieken 14:2, 2 Samuël 5:12, 1 Kronieken 14:2, 2 Samuël 5:12, Openbaring 17:18God heeft hem uit Egypte uitgevoerd; zijn krachten zijn als van een eenhoorn; hij zal de heidenen, zijn vijanden, verteren, en hun gebeente breken, en met zijn pijlen doorschieten.stylusPsalmen 45:5, Psalmen 45:5, Numeri 14:9, Psalmen 2:9, Numeri 23:249Hij heeft zich gekromd, hij heeft zich nedergelegd, gelijk een leeuw, en als een oude leeuw; wie zal hem doen opstaan? Zo wie u zegent, die zij gezegend, en vervloekt zij, wie u vervloekt!stylusGenesis 12:3, Genesis 12:3, Genesis 27:29, Genesis 27:29, Genesis 49:910Toen ontstak de toorn van Balak tegen Bileam, en hij sloeg zijn handen samen; en Balak zeide tot Bileam: Ik heb u geroepen, om mijn vijanden te vloeken; maar zie, gij hebt hen nu driemaal gedurig gezegend!stylusNumeri 23:11, Ezechiël 21:14, Numeri 23:11, Ezechiël 21:14, Job 27:2311En nu, pak u weg naar uw plaats! Ik had gezegd, dat ik u hoog vereren zou; maar zie, de Heere heeft u die eer van u geweerd!stylusNumeri 22:17, Numeri 22:17, Numeri 22:37, Numeri 22:37, 1 Petrus 5:212Toen zeide Bileam tot Balak: Heb ik ook niet tot uw boden, die gij tot mij gezonden hebt, gesproken, zeggende:stylusNumeri 22:18, Numeri 22:18, Numeri 22:38, Numeri 22:3813Wanneer mij Balak zijn huis vol zilver en goud gave, zo kan ik het bevel des Heeren niet overtreden, doende goed of kwaad uit mijn eigen hart; wat de Heere spreken zal, dat zal ik spreken.stylusNumeri 22:18, Numeri 22:20, Numeri 16:28, Numeri 22:18, Numeri 22:2014En nu, zie, ik ga tot mijn volk; kom, ik zal u raad geven, en zeggen wat dit volk uw volk doen zal in de laatste dagen.stylusMicha 6:5, Micha 6:5, Genesis 49:1, Genesis 49:1, Openbaring 2:1415Toen hief hij zijn spreuk op, en zeide: Bileam, de zoon van Beor, spreekt, en die man, wien de ogen geopend zijn, spreekt!stylusNumeri 23:7, Numeri 24:3, Numeri 24:4, Numeri 23:7, Numeri 24:316De hoorder der redenen Gods spreekt, en die de wetenschap des Allerhoogsten weet; die het gezicht des Almachtigen ziet, die verrukt wordt, en wien de ogen ontdekt worden.stylusNumeri 24:4, Numeri 24:4, 1 Korintiërs 8:1, 1 Korintiërs 13:2, 2 Samuël 23:117Ik zal hem zien, maar nu niet; ik zal hem aanschouwen, maar niet nabij. Er zal een ster voortkomen uit Jakob, en er zal een scepter uit Israël opkomen; die zal de palen der Moabieten verslaan, en zal al de kinderen van Seth verstoren.stylusOpenbaring 22:16, Openbaring 22:16, Genesis 49:10, Lucas 1:32, Lucas 1:3318En Edom zal een erfelijke bezitting zijn; en Seir zal zijn vijanden een erfelijke bezitting zijn; doch Israël zal kracht doen.stylusAmos 9:12, Amos 9:12, 2 Samuël 8:14, Genesis 27:29, 2 Samuël 8:1419En er zal een uit Jakob heersen, en hij zal de overigen uit de steden ombrengen.stylusMattheüs 28:18, Micha 5:2, Genesis 49:10, Efeziërs 1:20, Efeziërs 1:2220Toen hij de Amalekieten zag, zo hief hij zijn spreuk op, en zeide: Amalek is de eersteling der heidenen; maar zijn uiterste is ten verderve!stylusExodus 17:14, Exodus 17:14, Esther 7:9, Esther 7:10, 1 Kronieken 4:4321Toen hij de Kenieten zag, zo hief hij zijn spreuk op, en zeide: Uw woning is vast, en gij hebt uw nest in een steenrots gelegd.stylusGenesis 15:19, Genesis 15:19, Richteren 1:16, Job 29:18, Richteren 1:1622Evenwel zal Kaïn verteerd worden, totdat u Assur gevankelijk wegvoeren zal!stylusGenesis 10:22, Ezra 4:2, Genesis 10:11, Psalmen 83:8, Hosea 14:323Voorts hief hij zijn spreuk op, en zeide: Och, wie zal leven, als God dit doen zal!stylusNumeri 23:23, Numeri 23:23, Maleachi 3:2, 2 Koningen 5:1, Maleachi 3:224En de schepen van den oever der Chitteers, die zullen Assur plagen, zij zullen ook Heber plagen; en hij zal ook ten verderve zijn.stylusGenesis 10:4, Genesis 10:4, Daniël 11:30, Numeri 24:20, Daniël 11:3025Toen stond Bileam op, en ging heen, en keerde weder tot zijn plaats. Balak ging ook zijn weg.stylusNumeri 31:8, Numeri 31:8, Jozua 13:22, Numeri 24:11, Jozua 13:22