1Het woord des Heeren, dat geschied is tot Micha, den Morastiet, in de dagen van Jotham, Achaz en Jehizkia, koningen van Juda; dat hij gezien heeft over Samaria en Jeruzalem.stylusJeremia 26:18, Jeremia 26:18, Jesaja 1:1, Jesaja 1:1, Hosea 1:12Hoort, gij volken altemaal! merk op, gij aarde, mitsgaders derzelver volheid! de Heere Heere nu zal tot een getuige zijn tegen ulieden, de Heere uit den tempel Zijner heiligheid.stylusJesaja 1:2, Psalmen 11:4, Jesaja 1:2, Psalmen 11:4, Openbaring 2:73Want ziet, de Heere gaat uit van Zijn plaats, en Hij zal nederdalen en treden op de hoogten der aarde.stylusAmos 4:13, Amos 4:13, Jesaja 26:21, Jesaja 26:21, Deuteronomium 32:134En de bergen zullen onder Hem versmelten, en de dalen gekloofd worden, gelijk was voor het vuur, gelijk wateren, die uitgestort worden in de laagte.stylusNahum 1:5, Nahum 1:5, Psalmen 97:5, Psalmen 97:5, Richteren 5:45Dit alles, om de overtreding van Jakob, en om de zonden van het huis Israëls; wie is het begin van de overtreding van Jakob? Is het niet Samaria? En wie van de hoogten van Juda? Is het niet Jeruzalem?stylusJeremia 2:19, Amos 8:14, Jeremia 2:19, Amos 8:14, 1 Tessalonicenzen 2:156Daarom zal Ik Samaria stellen tot een steenhoop des velds, tot plantingen eens wijngaards; en Ik zal haar stenen in de vallei storten, en haar fondamenten ontdekken.stylusEzechiël 13:14, Ezechiël 13:14, Micha 3:12, Micha 3:12, Klaagliederen 4:17En al haar gesneden beelden zullen vermorzeld worden, en al haar hoerenbeloningen zullen met vuur verbrand worden, en al haar afgoden zal Ik stellen tot een woestheid; want zij heeft ze van hoerenloon vergaderd, en zij zullen tot hoerenloon wederkeren.stylusDeuteronomium 23:18, Deuteronomium 23:18, Hosea 2:12, Hosea 2:12, Hosea 8:68Hierom zal ik misbaar bedrijven en huilen; ik zal beroofd en naakt gaan; ik zal misbaar maken als de draken, en treuren als de jonge struisen.stylusJesaja 20:2, Jesaja 20:4, Jesaja 22:4, Jesaja 20:2, Jesaja 20:49Want haar plagen zijn dodelijk; want zij zijn gekomen tot aan Juda; hij is geraakt tot aan de poort mijns volks, tot aan Jeruzalem.stylusJeremia 30:11, Jeremia 30:15, Jeremia 30:11, Jeremia 30:15, Jeremia 15:1810Verkondigt het niet te Gath, weent zo jammerlijk niet; wentelt u in het stof in het huis van Afra.stylus2 Samuël 1:20, 2 Samuël 1:20, Jeremia 6:26, Jeremia 6:26, Klaagliederen 3:2911Ga door, gij inwoneres van Safir! met blote schaamte; de inwoneres van Zaanan gaat niet uit; rouwklage is te Beth-haezel; hij zal zijn stand van ulieden nemen.stylusJesaja 20:4, Jesaja 20:4, Jesaja 47:2, Jesaja 47:3, Micha 1:812Want de inwoneres van Maroth is krank om des goeds wil; want een kwaad is van den Heere afgedaald, tot aan de poort van Jeruzalem.stylusJeremia 14:19, Jeremia 14:19, Amos 3:6, Micha 1:9, Amos 3:613Span de snelle dieren aan den wagen, gij inwoners van Lachis! ( deze is der dochter Sions het beginsel der zonde) want in u zijn Israëls overtredingen gevonden.stylus2 Koningen 18:17, 2 Koningen 18:17, 2 Kronieken 32:9, Jozua 10:3, 2 Kronieken 32:914Daarom geef geschenken aan Morescheth-gaths; de huizen van Achzib zullen den koningen van Israël tot een leugen zijn.stylusJozua 15:44, Jozua 15:44, 2 Koningen 16:8, 2 Koningen 16:8, 2 Koningen 18:1415Ik zal u nog een erfgenaam toebrengen, gij inwoneres van Maresa! Hij zal komen tot aan Adullam, tot aan de heerlijkheid Israëls.stylus1 Samuël 22:1, Jozua 15:44, 1 Samuël 22:1, Jozua 15:44, Jozua 15:3516Maak u kaal en scheer u, om uw troetelkinderen; verwijd uw kaalheid, als de arend, omdat zij gevankelijk van u zijn weggevoerd.stylusJesaja 22:12, Jesaja 22:12, Jeremia 7:29, Job 1:20, Jeremia 7:29