1De last, welken Habakuk, de profeet, gezien heeft.stylusNahum 1:1, Nahum 1:1, Jesaja 22:1, Jesaja 22:12Heere! hoe lang schreeuw ik, en Gij hoort niet, hoe lang roep ik geweld, tot U, en Gij verlost niet!stylusPsalmen 22:1, Psalmen 22:2, Psalmen 22:1, Psalmen 22:2, Jeremia 14:93Waarom laat Gij mij ongerechtigheid zien, en aanschouwt de kwelling? Want verwoesting en geweld is tegen mij over, en er is twist, en men neemt gekijf op.stylusPsalmen 55:9, Psalmen 55:11, Psalmen 55:9, Psalmen 55:11, Jeremia 20:84Daarom wordt de wet onderlaten, en het recht komt nimmermeer voort; want de goddeloze omringt den rechtvaardige; daarom komt het recht verdraaid voor.stylusPsalmen 119:126, Job 21:7, Jesaja 1:21, Jesaja 1:23, Psalmen 119:1265Ziet onder de heidenen, en aanschouwt, en verwondert u, verwondert u, want Ik werk een werk in ulieder dagen, hetwelk gij niet geloven zult, als het verteld zal worden.stylusHandelingen 13:40, Handelingen 13:41, Handelingen 13:40, Handelingen 13:41, Klaagliederen 4:126Want ziet, Ik verwek de Chaldeen, een bitter en snel volk, trekkende door de breedten der aarde, om erfelijk te bezitten woningen, die de zijne niet zijn.stylus2 Koningen 24:2, 2 Koningen 24:2, Jeremia 5:15, Jeremia 5:15, Jesaja 23:137Schrikkelijk en vreselijk is hetzelve; zijn recht en zijn hoogheid gaat van hemzelven uit.stylusJeremia 39:5, Jeremia 39:9, Jeremia 39:5, Jeremia 39:9, Deuteronomium 5:278Want zijn paarden zijn lichter dan de luipaarden, en zij zijn scherper dan de avondwolven, en zijn ruiters verspreiden zich; ja, zijn ruiters zullen van verre komen, zij zullen vliegen als een arend, zich spoedende om te eten.stylusJeremia 4:13, Jeremia 4:13, Sefanja 3:3, Sefanja 3:3, Jeremia 5:69Het zal geheellijk tot geweld komen, wat zij inslorpen zullen met hun aangezichten, zullen zij brengen naar het oosten; en het zal de gevangenen verzamelen als zand.stylusGenesis 41:49, Deuteronomium 28:51, Deuteronomium 28:52, Ezechiël 17:10, Habakuk 2:510En hij zal de koningen beschimpen, en de prinsen zullen hem een belaching zijn; hij zal alle vesting belachen; want hij zal stof vergaderen, en hij zal ze innemen.stylus2 Kronieken 36:6, 2 Kronieken 36:6, Jesaja 14:16, 2 Kronieken 36:10, Jeremia 32:2411Dan zal hij den geest veranderen, en hij zal doortrekken, en zich schuldig maken, houdende deze zijn kracht voor zijn God.stylusDaniël 5:20, Daniël 5:3, Daniël 5:4, Jeremia 4:11, Jeremia 4:1212Zijt Gij niet van ouds af de Heere, mijn God, mijn Heilige? Wij zullen niet sterven; o Heere! tot een oordeel hebt Gij hem gesteld, en o Rots! om te straffen, hebt Gij hem gegrondvest.stylusDeuteronomium 32:4, Deuteronomium 32:4, Deuteronomium 33:27, Psalmen 90:2, Deuteronomium 33:2713Gij zijt te rein van ogen, dan dat Gij het kwade zoudt zien, en de kwelling kunt Gij niet aanschouwen; waarom zoudt Gij aanschouwen die trouwelooslijk handelen? Waarom zoudt Gij zwijgen, als de goddeloze dien verslindt, die rechtvaardiger is dan hij?stylusPsalmen 5:4, Psalmen 5:5, Psalmen 5:4, Psalmen 5:5, Psalmen 34:1514En waarom zoudt Gij de mensen maken, als de vissen der zee, als het kruipend gedierte, dat geen heerser heeft?stylusSpreuken 6:7, Spreuken 6:715Hij trekt ze allen met den angel op, hij vergadert ze in zijn garen, en hij verzamelt ze in zijn net; daarom verblijdt en verheugt hij zich.stylusJeremia 16:16, Amos 4:2, Jeremia 16:16, Amos 4:2, Psalmen 10:916Daarom offert hij aan zijn garen, en rookt aan zijn net; want door dezelve is zijn deel vet geworden, en zijn spijze smoutig.stylusHabakuk 1:11, Habakuk 1:11, Ezechiël 28:3, Daniël 5:23, Daniël 4:3017Zal hij dan daarom altoos zijn garen ledig maken, en zal hij niet verschonen, met altoos de volken te doden?stylusJesaja 14:6, Jeremia 46:1, Jeremia 46:28, Habakuk 2:5, Habakuk 2:8