1Wee dien, die ongerechtigheid bedenken, en kwaad werken op hun legers; in het licht van den morgenstond doen zij het, dewijl het in de macht van hunlieder hand is.stylusPsalmen 36:4, Psalmen 36:4, Jesaja 32:7, Jesaja 32:7, Nahum 1:112En zij begeren akkers, en roven ze, en huizen, en nemen ze weg; alzo doen zij geweld aan den man en zijn huis, ja, aan een iegelijk en zijn erfenis.stylusJesaja 5:8, Jesaja 5:8, Amos 8:4, Jeremia 22:17, Amos 8:43Daarom, alzo zegt de Heere: Ziet, Ik denk een kwaad over dit geslacht, waaruit gijlieden uw halzen niet zult uittrekken, en zo rechtop niet gaan; want het zal een boze tijd zijn.stylusAmos 5:13, Jeremia 8:3, Jesaja 2:11, Jesaja 2:12, Amos 5:134Te dien dage zal men een spreekwoord over ulieden opnemen; en men zal een klagelijke klacht klagen, en zeggen: Wij zijn ten enenmale verwoest; Hij verwisselt mijns volks deel; hoe ontwendt Hij mij; Hij deelt uit, afwendende onze akkers.stylusHabakuk 2:6, Habakuk 2:6, Jeremia 9:17, Jeremia 9:21, Micha 1:155Daarom zult gij niemand hebben, die het snoer werpe in het lot, in de gemeente des Heeren.stylusJozua 18:4, Deuteronomium 32:8, Jozua 18:4, Deuteronomium 32:8, Jozua 18:106Profeteert gijlieden niet, zeggen zij, laat die profeteren; zij profeteren niet als die; men wijkt niet af van smaadheden.stylusAmos 2:12, Amos 2:12, Jesaja 30:10, Jesaja 30:10, Handelingen 5:407O gij, die Jakobs huis geheten zijt! Is dan de Geest des Heeren verkort? Zijn dat Zijn werken? Doen Mijn woorden geen goed bij dien, die recht wandelt?stylusPsalmen 84:11, Psalmen 84:11, Psalmen 15:2, Jeremia 15:16, Psalmen 15:28Maar gisteren stelde zich Mijn volk op, tot vijand, tegenover een kleed; gij stroopt een mantel van degenen, die zeker voorbijgaan, wederkomende van den strijd.stylusPsalmen 120:6, Psalmen 120:7, Psalmen 120:6, Psalmen 120:7, 2 Kronieken 28:59De vrouwen Mijns volks verdrijft gij, elk een uit het huis van haar vermakingen; van haar kinderkens neemt gij Mijn sieraad in eeuwigheid.stylusEzechiël 39:21, Habakuk 2:14, Ezechiël 39:21, Habakuk 2:14, 2 Korintiërs 3:1810Maakt u dan op, en gaat henen; want dit land zal de rust niet zijn; omdat het verontreinigd is, zal het u verderven, en dat met een geweldige verderving.stylusDeuteronomium 12:9, Deuteronomium 12:9, Psalmen 106:38, Psalmen 106:38, Hebreeën 4:111Zo er iemand is, die met wind omgaat, en valselijk liegt, zeggende: Ik zal u profeteren voor wijn en voor sterken drank! dat is een profeet dezes volks.stylusJeremia 5:31, Jeremia 5:31, Jesaja 30:10, Jesaja 30:11, Jesaja 30:1012Voorzeker zal Ik u, o Jakob! gans verzamelen; voorzeker zal Ik Israëls overblijfsel vergaderen; Ik zal het te zamen zetten als schapen van Bozra; als een kudde in het midden van haar kooi zullen zij van mensen deunen.stylusMicha 4:6, Micha 4:7, Micha 4:6, Micha 4:7, Jeremia 31:713De doorbreker zal voor hun aangezicht optrekken; zij zullen doorbreken, en door de poort gaan, en door dezelve uittrekken; en hun koning zal voor hun aangezicht henengaan; en de Heere in hun spits.stylusJesaja 52:12, Jesaja 52:12, Jesaja 45:1, Jesaja 45:2, Zacharia 9:14