1In de achtste maand, in het tweede jaar van Darius, geschiedde het woord des Heeren tot Zacharia, den zoon van Berechja, den zoon van Iddo, den profeet, zeggende:stylusNehemia 12:4, Nehemia 12:4, Lucas 11:51, Ezra 4:24, Ezra 5:12De Heere is zeer vertoornd geweest tegen uw vaderen.stylusJeremia 44:6, Jeremia 44:6, Psalmen 79:5, Psalmen 79:6, Klaagliederen 5:73Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de Heere der heirscharen: Keert weder tot Mij, spreekt de Heere der heirscharen, zo zal Ik weder tot ulieden keren, zegt de Heere der heirscharen.stylusMaleachi 3:7, Maleachi 3:7, Jeremia 3:22, Jeremia 3:22, Joël 2:124Weest niet als uw vaderen, tot dewelke de vorige profeten riepen, zeggende: Alzo zegt de Heere der heirscharen: Bekeert u toch van uw boze wegen, en uw boze handelingen; maar zij hoorden niet, en zij luisterden niet naar Mij, spreekt de Heere.stylusPsalmen 78:8, Psalmen 78:8, Ezechiël 33:11, Psalmen 106:6, Psalmen 106:75Uw vaderen, waar zijn die? En de profeten, zullen zij in eeuwigheid leven?stylusPrediker 12:5, Prediker 12:5, Prediker 12:7, Job 14:10, Job 14:126Nochtans Mijn woorden en Mijn inzettingen, die Ik Mijn knechten, den profeten, geboden had, hebben zij uw vaders niet getroffen? zodat zij wederkerende zeiden: Gelijk als de Heere der heirscharen gedacht heeft ons te doen, naar onze wegen en naar onze handelingen, alzo heeft Hij met ons gedaan.stylusKlaagliederen 2:17, Klaagliederen 2:17, Ezechiël 12:25, Ezechiël 12:28, Deuteronomium 28:157Op den vier en twintigsten dag, in de elfde maand ( die de maand Schebat is), in het tweede jaar van Darius, geschiedde het woord des Heeren tot Zacharia, den zoon van Berechja, den zoon van Iddo, den profeet, zeggende:stylusZacharia 1:1, Zacharia 1:18Ik zag des nachts, en ziet, een Man rijdende op een rood paard, en Hij stond tussen de mirten, die in de diepte waren; en achter Hem waren rode, bruine en witte paarden.stylusOpenbaring 6:4, Openbaring 6:4, Jesaja 41:19, Zacharia 13:7, Openbaring 2:19En Ik zeide: Mijn Heere! wat zijn deze? Toen zeide tot mij de Engel, Die met mij sprak: Ik zal u tonen, wat deze zijn.stylusZacharia 4:4, Zacharia 4:5, Zacharia 4:4, Zacharia 4:5, Zacharia 1:1910Toen antwoordde de Man, Die tussen de mirten stond, en zeide: Deze zijn het, die de Heere uitgezonden heeft, om het land te doorwandelen.stylusZacharia 1:11, Zacharia 1:11, Zacharia 6:5, Zacharia 6:8, Zacharia 6:511En zij antwoordden den Engel des Heeren, Die tussen de mirten stond, en zeiden: Wij hebben het land doorwandeld, en ziet, het ganse land zit en het is stil.stylusZacharia 1:10, Zacharia 1:10, Zacharia 1:8, Zacharia 1:15, Psalmen 103:2012Toen antwoordde de Engel des Heeren, en zeide: Heere der heirscharen! hoe lang zult Gij U niet ontfermen over Jeruzalem, en over de steden van Juda, op welke Gij gram geweest zijt, deze zeventig jaren?stylusDaniël 9:2, Psalmen 102:13, Zacharia 7:5, Jeremia 29:10, Daniël 9:213En de Heere antwoordde den Engel, Die met mij sprak, goede woorden, troostelijke woorden.stylusJeremia 29:10, Jesaja 40:1, Jesaja 40:2, Jeremia 29:10, Jesaja 40:114En de Engel, Die met mij sprak, zeide tot mij: Roep uit, zeggende: Alzo zegt de Heere der heirscharen: Ik ijver over Jeruzalem en over Sion met een groten ijver.stylusJoël 2:18, Joël 2:18, Zacharia 1:9, Zacharia 1:17, Jesaja 40:115En Ik ben met een zeer groten toorn vertoornd tegen die geruste heidenen; want Ik was een weinig toornig, maar zij hebben ten kwade geholpen.stylusEzechiël 25:12, Ezechiël 25:17, Ezechiël 25:12, Ezechiël 25:17, Jeremia 51:2416Daarom zegt de Heere alzo: Ik ben tot Jeruzalem wedergekeerd met ontfermingen; Mijn huis zal daarin gebouwd worden, spreekt de Heere der heirscharen, en het richtsnoer zal over Jeruzalem uitgestrekt worden.stylusZacharia 8:3, Zacharia 8:3, Zacharia 2:10, Zacharia 2:11, Ezra 6:1417Roep nog, zeggende: Alzo zegt de Heere der heirscharen: Mijn steden zullen nog uitgespreid worden vanwege het goede; want de Heere zal Sion nog troosten, en Hij zal Jeruzalem nog verkiezen.stylusJesaja 51:3, Jesaja 51:3, Zacharia 2:12, Zacharia 2:12, Jesaja 14:118En ik hief mijn ogen op, en zag; en ziet, er waren vier hoornen.stylusJozua 5:13, Jozua 5:13, 2 Koningen 24:1, 2 Koningen 24:20, Zacharia 5:919En ik zeide tot den Engel, Die met mij sprak: Wat zijn deze? En Hij zeide tot mij: Dat zijn de hoornen, welke Juda, Israël en Jeruzalem verstrooid hebben.stylusEzra 4:4, Zacharia 2:2, Zacharia 1:9, Ezra 4:1, Zacharia 8:1420En de Heere toonde mij vier smeden.stylusZacharia 10:3, Zacharia 10:5, Zacharia 10:3, Zacharia 10:5, Zacharia 9:1221Toen zeide ik: Wat komen die maken? En Hij sprak, zeggende: Dat zijn de hoornen, die Juda verstrooid hebben, zodat niemand zijn hoofd ophief; maar deze zijn gekomen om die te verschrikken, om de hoornen der heidenen neder te werpen, welke den hoorn verheven hebben tegen het land van Juda, om dat te verstrooien.stylusPsalmen 75:10, Psalmen 75:10, Klaagliederen 2:17, Zacharia 1:19, Psalmen 75:4