Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Leviticus Hoofdstuk 8

DutSVVA
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
LEVITICUS

Leviticus 8

1Verder sprak de Heere tot Mozes, zeggende:
2Neem Aäron en zijn zonen met hem, en de klederen, en de zalfolie, daartoe den var des zondoffers, en de twee rammen, en den korf van de ongezuurde broden;
Exodus 28:2, Exodus 28:4, Exodus 28:2, Exodus 28:4, Exodus 28:40
3En verzamel de ganse vergadering aan de deur van de tent der samenkomst.
2 Kronieken 30:13, Handelingen 2:1, 2 Kronieken 30:13, Handelingen 2:1, Numeri 20:8
4Mozes nu deed, gelijk als de Heere hem geboden had; en de vergadering werd verzameld aan de deur van de tent der samenkomst.
Exodus 39:21, Exodus 39:5, Exodus 39:26, Exodus 39:1, Exodus 39:42
5Toen zeide Mozes tot de vergadering: Dit is de zaak, die de Heere geboden heeft te doen.
Exodus 29:4, Exodus 29:37, Exodus 29:4, Exodus 29:37
6En Mozes deed Aäron en zijn zonen naderen, en wies hen met dat water.
1 Korintiërs 6:11, Exodus 29:4, Efeziërs 5:26, 1 Korintiërs 6:11, Exodus 29:4
7Daar deed hij hem den rok aan, en gordde hem met den gordel, en trok hem den mantel aan; en deed hij hem den efod aan, en gordde dien met den kunstelijken riem des efods, en ombond hem daarmede.
Exodus 28:4, Exodus 28:4, Jesaja 61:3, Exodus 29:5, Romeinen 3:22
8Voorts deed hij hem den borstlap aan, en voegde aan den borstlap de Urim en de Thummim.
Ezra 2:63, Ezra 2:63, 1 Tessalonicenzen 5:8, Exodus 28:15, Exodus 28:30
9En hij zette den hoed op zijn hoofd; en aan den hoed boven zijn aangezicht zette hij de gouden plaat, de kroon der heiligheid, gelijk als de Heere Mozes geboden had.
Filippenzen 2:9, Filippenzen 2:11, Filippenzen 2:9, Filippenzen 2:11, Exodus 39:28
10Toen nam Mozes de zalfolie, en zalfde den tabernakel, en al wat daarin was, en heiligde ze.
Exodus 40:9, Exodus 40:11, Exodus 40:9, Exodus 40:11, Leviticus 8:2
11En hij sprengde daarvan op het altaar zevenmaal; en hij zalfde het altaar, en al zijn gereedschap, mitsgaders het wasvat en zijn voet, om die te heiligen.
Exodus 4:6, Jesaja 52:15, Exodus 16:14, Exodus 16:19, Ezechiël 36:25
12Daarna goot hij van de zalfolie op het hoofd van Aäron, en hij zalfde hem, om hem te heiligen.
Exodus 30:30, Exodus 30:30, Psalmen 133:2, Psalmen 133:2, Exodus 29:7
13Ook deed Mozes de zonen van Aäron naderen, en trok hun rokken aan, en gordde hen met een gordel, en bond hun mutsen op, gelijk als de Heere Mozes geboden had.
Exodus 29:8, Exodus 29:9, Exodus 29:8, Exodus 29:9, Jesaja 61:6
14Toen deed hij den var des zondoffers bijeenkomen; en Aäron en zijn zonen leiden hun handen op het hoofd van den var des zondoffers;
Ezechiël 43:19, Ezechiël 43:19, Hebreeën 7:26, Hebreeën 7:28, Leviticus 16:6
15En men slachtte hem; en Mozes nam het bloed, en deed het met zijn vinger rondom op de hoornen des altaars, en ontzondigde het altaar; daarna goot hij het bloed uit aan den bodem des altaars, en heiligde het, om voor hetzelve verzoening te doen.
Leviticus 4:7, Leviticus 4:7, Leviticus 1:11, Hebreeën 2:17, Leviticus 4:30
16Voorts nam hij al het vet, dat aan het ingewand is, en het net der lever, en de twee nieren en haar vet; en Mozes stak het aan op het altaar.
Exodus 29:13, Exodus 29:13, Leviticus 4:8, Leviticus 4:9, Leviticus 3:3
17Maar den var met zijn huid, en zijn vlees, en zijn mest, heeft hij buiten het leger met vuur verbrand, gelijk als de Heere Mozes geboden had.
Leviticus 4:11, Leviticus 4:12, Leviticus 4:11, Leviticus 4:12, Exodus 29:14
18Daarna deed hij den ram des brandoffers bijbrengen; en Aäron en zijn zonen leiden hun handen op het hoofd van den ram.
Leviticus 8:2, Leviticus 8:2, Exodus 29:15, Exodus 29:18, Leviticus 1:4
19En men slachtte hem; en Mozes sprengde het bloed op het altaar rondom.
20Hij deelde ook den ram in zijn delen; en Mozes stak het hoofd aan, en die delen, en het smeer;
Leviticus 1:8, Leviticus 1:8
21Doch het ingewand en de schenkelen wies hij met water; en Mozes stak dien gehelen ram aan op het altaar; het was een brandoffer tot een liefelijken reuk, een vuuroffer was het den Heere, gelijk als de Heere Mozes geboden had.
Efeziërs 5:2, Exodus 29:18, Efeziërs 5:2, Exodus 29:18, Leviticus 1:17
22Daarna deed hij den anderen ram, den ram des vuloffers, bijbrengen; en Aäron met zijn zonen leiden hun handen op het hoofd van den ram.
Leviticus 8:2, Leviticus 8:2, Exodus 29:19, Exodus 29:31, Openbaring 1:5
23En men slachtte hem; en Mozes nam van zijn bloed, en deed het op het lapje van Aärons rechteroor, en op den duim zijner rechterhand, en op den groten teen van zijn rechtervoet.
Exodus 29:20, Exodus 29:20, Leviticus 14:17, Leviticus 14:14, Leviticus 14:17
24Hij deed ook de zonen van Aäron naderen; en Mozes deed van dat bloed op het lapje van hun rechteroor, en op den duim van hun rechterhand, en op den groten teen van hun rechtervoet; daarna sprengde Mozes dat bloed rondom op het altaar.
Hebreeën 9:18, Hebreeën 9:22, Hebreeën 9:18, Hebreeën 9:22
25En hij nam het vet, en den staart, en al het vet, dat aan het ingewand is, en het net der lever, en de beide nieren, en haar vet, daartoe den rechterschouder.
Jesaja 53:10, Spreuken 23:26, Leviticus 3:9, Leviticus 3:3, Leviticus 3:5
26Ook nam hij uit den korf van de ongezuurde broden, die voor het aangezicht des Heeren was, een ongezuurde koek, en een geolieden broodkoek, en een vlade; en hij leide ze op dat vet, en op den rechterschouder.
Exodus 29:23, Exodus 29:23, Johannes 1:14, Handelingen 5:12, 1 Timotheüs 2:5
27En hij gaf dat alles in de handen van Aäron, en in de handen zijner zonen; en bewoog die ten beweegoffer, voor het aangezicht des Heeren.
Hebreeën 9:14, Exodus 29:24, Exodus 29:37, Jeremia 30:21, Leviticus 7:30
28Daarna nam Mozes ze uit hun handen, en stak ze aan op het altaar, op het brandoffer; zij waren vulofferen tot een liefelijken reuk; het was een vuuroffer den Heere.
Exodus 29:25, Exodus 29:25, Hebreeën 10:14, Hebreeën 10:22, Psalmen 22:13
29Voorts nam Mozes de borst, en bewoog ze ten beweegoffer voor het aangezicht des Heeren; zij werd Mozes ten dele van den ram des vuloffers, gelijk als de Heere Mozes geboden had.
Leviticus 7:30, Leviticus 7:34, Exodus 29:26, Exodus 29:27, 1 Petrus 4:11
30Mozes nam ook van de zalfolie, en van het bloed, hetwelk op het altaar was, en sprengde het op Aäron, op zijn klederen, en op zijn zonen, en op de klederen zijner zonen met hem; en hij heiligde Aäron, zijn klederen, en zijn zonen, en de klederen zijner zonen met hem.
Exodus 30:30, Numeri 3:3, Exodus 29:21, Exodus 30:30, Numeri 3:3
31En Mozes zeide tot Aäron en tot zijn zonen: Ziedt dat vlees voor de deur van de tent der samenkomst, en eet hetzelve daar, mitsgaders het brood, dat in den korf des vuloffers is; gelijk als ik geboden heb, zeggende: Aäron en zijn zonen zullen dat eten.
Exodus 29:31, Exodus 29:32, Exodus 29:31, Exodus 29:32, Galaten 2:20
32Maar het overige van het vlees en van het brood zult gij met vuur verbranden.
Exodus 29:34, Exodus 29:34, Prediker 9:10, Leviticus 7:17, Exodus 12:10
33Ook zult gij uit de deur van de tent der samenkomst, zeven dagen, niet uitgaan, tot aan den dag, dat vervuld worden de dagen uws vuloffers; want zeven dagen zal men uw handen vullen.
Exodus 29:35, Exodus 29:35, Exodus 29:30, Numeri 19:12, Leviticus 14:8
34Gelijk men gedaan heeft op dezen dag, heeft de Heere te doen geboden, om voor u verzoening te doen.
Hebreeën 7:27, Hebreeën 7:27, Hebreeën 10:11, Hebreeën 10:12, Hebreeën 7:16
35Gij zult dan aan de deur van de tent der samenkomst blijven, dag en nacht, zeven dagen, en zult de wacht des Heeren waarnemen, opdat gij niet sterft; want alzo is het mij geboden.
1 Koningen 2:3, Numeri 9:19, Deuteronomium 11:1, Numeri 3:7, 1 Koningen 2:3
36Aäron nu en zijn zonen deden al de dingen, die de Heere door den dienst van Mozes geboden had.
Deuteronomium 12:32, Deuteronomium 12:32, Deuteronomium 4:2, Exodus 39:43, 1 Samuël 15:22

Andere Boeken

LeviticusNumeriDeuteronomium+

Andere Boeken

LeviticusHfst. 8
NumeriDeuteronomiumJozuaRichterenRuth
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward