1Dit is nu de wet des schuldoffers; het is een heiligheid der heiligheden.stylusLeviticus 5:14, Leviticus 6:7, Leviticus 6:17, Leviticus 6:25, Leviticus 5:12In de plaats, waar zij het brandoffer slachten, zullen zij het schuldoffer slachten; en men zal deszelfs bloed rondom op het altaar sprengen.stylusLeviticus 1:5, Leviticus 1:5, Leviticus 1:11, Leviticus 6:25, Leviticus 1:113En daarvan zal men al zijn vet offeren, den staart, en het vet, dat het ingewand bedekt;stylusExodus 29:13, Exodus 29:13, Leviticus 3:15, Leviticus 3:16, Leviticus 3:154Ook de beide nieren, en het vet, dat daaraan is, dat op de weekdarmen is; en het net over de lever, met de nieren, zal men afnemen.stylusLeviticus 3:4, Leviticus 3:45En de priester zal die aansteken op het altaar, ten vuuroffer den Heere; het is een schuldoffer.stylusLeviticus 2:2, Leviticus 2:16, Leviticus 1:13, 1 Petrus 4:1, 1 Petrus 4:26Al wat mannelijk is onder de priesteren zal dat eten; in de heilige plaats zal het gegeten worden; het is een heiligheid der heiligheden.stylusLeviticus 6:29, Leviticus 6:29, Leviticus 2:3, Numeri 18:9, Numeri 18:107Gelijk het zondoffer, alzo zal ook het schuldoffer zijn; enerlei wet zal voor dezelve zijn; het zal des priesters zijn, die daarmede verzoening gedaan zal hebben.stylusLeviticus 6:25, Leviticus 6:26, Leviticus 6:25, Leviticus 6:26, Leviticus 14:138Ook de priester, die iemands brandoffer offert, die priester zal de huid des brandoffers hebben, dat hij geofferd heeft.stylusNumeri 19:5, Genesis 3:21, Exodus 29:14, Leviticus 1:6, Leviticus 4:119Daartoe al het spijsoffer, dat in den oven gebakken wordt, met al wat in den ketel en in den pan bereid wordt, zal des priesters zijn, die dat offert.stylusLeviticus 2:3, Leviticus 2:7, Leviticus 2:10, Galaten 6:6, Numeri 18:910Ook alle spijsoffer met olie gemengd, of droog, zal voor alle zonen van Aäron zijn, voor den enen als voor den anderen.stylus2 Korintiërs 8:14, 2 Korintiërs 8:14, Exodus 16:18, Exodus 16:1811Dit is nu de wet des dankoffers, dat men den Heere offeren zal.stylusLeviticus 3:1, Leviticus 3:17, Ezechiël 45:15, Leviticus 22:18, Leviticus 22:2112Indiën hij dat tot een lof offer offert, zo zal hij, nevens het lofoffer, ongezuurde koeken met olie gemengd, en ongezuurde vladen met olie bestreken, offeren; en zullen die koeken met olie gemengd van geroost meelbloem zijn.stylusNumeri 6:15, Leviticus 2:4, Numeri 6:15, Leviticus 2:4, 1 Petrus 2:513Benevens de koeken zal hij tot zijn offerande gedesemd brood offeren, met het lofoffer zijns dankoffers.stylusAmos 4:5, Amos 4:5, Leviticus 23:17, Leviticus 23:17, 1 Timotheüs 4:414En een daarvan uit de ganse offerande zal hij den Heere ten hefoffer offeren; het zal voor den priester zijn, die het bloed des dankoffers sprengt.stylusNumeri 18:19, Numeri 18:19, Exodus 29:27, Exodus 29:28, Exodus 29:2715Maar het vlees van het lofoffer zijns dankoffers zal op den dag van deszelfs offerande gegeten worden; daarvan zal men niet tot den morgen overlaten.stylusLeviticus 22:29, Leviticus 22:30, Leviticus 22:29, Leviticus 22:3016En zo het slachtoffer zijner offerande een gelofte, of vrijwillig offer is, dat zal ten dage als hij zijn offer offeren zal, gegeten worden, en het overgeblevene daarvan zal ook des anderen daags gegeten worden.stylusLeviticus 19:5, Leviticus 19:8, Deuteronomium 12:6, Leviticus 19:5, Leviticus 19:817Wat nog van het vlees des slachtoffers overgebleven is, zal op den derden dag met vuur verbrand worden;stylusExodus 12:10, Exodus 12:10, 1 Korintiërs 15:4, Hosea 6:2, 1 Korintiërs 15:418Want zo enigszins van dat vlees zijns dankoffers op den derden dag gegeten wordt, die dat geofferd heeft, zal niet aangenaam zijn; het zal hem niet toegerekend worden, het zal een afgrijselijk ding zijn; en de ziel, die daarvan eet, zal haar ongerechtigheid dragen.stylusLeviticus 19:7, Leviticus 19:8, Leviticus 19:7, Leviticus 19:8, Leviticus 22:2519En het vlees, dat iets onreins aangeroerd zal hebben, zal niet gegeten worden; met vuur zal het verbrand worden; maar aangaande het andere vlees, dat vlees zal een ieder, die rein is, mogen eten.stylusLeviticus 11:24, Leviticus 11:39, Lucas 11:41, 2 Korintiërs 6:17, Numeri 19:1120Doch als een ziel het vlees van het dankoffer, hetwelk des Heeren is, gegeten zal hebben, en haar onreinigheid aan haar is, zo zal die ziel uit haar volken uitgeroeid worden.stylusLeviticus 15:2, Leviticus 15:33, Leviticus 15:2, Leviticus 15:33, Genesis 17:1421En wanneer een ziel iets onreins zal aangeroerd hebben, als de onreinigheid des mensen, of het onreine vee, of enig onrein verfoeisel, en zal van het vlees des dankoffers, hetwelk des Heeren is, gegeten hebben, zo zal die ziel uit haar volken uitgeroeid worden.stylusLeviticus 11:20, Leviticus 12:1, Leviticus 13:59, Leviticus 5:2, Leviticus 5:322Daarna sprak de Heere tot Mozes, zeggende:stylus23Spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: Geen vet van een os, of schaap, of geit, zult gij eten.stylusLeviticus 3:16, Leviticus 3:17, Leviticus 3:16, Leviticus 3:17, Leviticus 17:624Maar het vet van een dood aas, en het vet van het verscheurde, mag tot alle werk gebezigd worden; doch gij zult het ganselijk niet eten.stylusExodus 22:31, Exodus 22:31, Leviticus 17:15, Leviticus 22:8, Leviticus 17:1525Want al wie het vet van vee eten zal, van hetwelk men den Heere een vuuroffer zal geofferd hebben, die ziel, die het gegeten zal hebben, zal uit haar volken uitgeroeid worden.stylus26Ook zult gij in uw woningen geen bloed eten, hetzij van het gevogelte, of van het vee.stylusGenesis 9:4, Genesis 9:4, Handelingen 15:20, Leviticus 3:17, Leviticus 17:1027Alle ziel, die enig bloed eten zal, die ziel zal uit haar volken uitgeroeid worden.stylusHebreeën 10:29, Hebreeën 10:29, Leviticus 7:20, Leviticus 7:21, Leviticus 7:2528Voorts sprak de Heere tot Mozes, zeggende:stylus29Spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: Wie zijn dankoffer den Heere offert, zal zijn offerande van zijn dankoffer den Heere toebrengen.stylusLeviticus 3:1, Leviticus 3:17, Kolossenzen 1:20, 1 Johannes 1:7, Leviticus 3:130Zijn handen zullen de vuurofferen des Heeren brengen; het vet aan de borst zal hij met die borst brengen, om die tot een beweegoffer voor het aangezicht des Heeren te bewegen.stylusNumeri 6:20, Numeri 6:20, Leviticus 3:9, Leviticus 3:3, Leviticus 3:431En de priester zal dat vet op het altaar aansteken; doch de borst zal voor Aäron en zijn zonen zijn.stylusLeviticus 7:34, Leviticus 3:16, Leviticus 3:5, Leviticus 3:11, Leviticus 7:3432Gij zult ook den rechterschouder tot een hefoffer den priester geven, uit uw dankofferen.stylusLeviticus 7:34, Leviticus 9:21, Numeri 6:20, Leviticus 7:34, Leviticus 9:2133Wie uit de zonen van Aäron het bloed des dankoffers en het vet offert, dien zal de rechterschouder ten dele zijn.stylusLeviticus 7:3, Leviticus 26:1, Leviticus 26:46, Leviticus 6:1, Leviticus 6:3034Want de beweegborst en den hefschouder heb Ik van de kinderen Israëls uit hun dankofferen genomen, en heb dezelve aan Aäron, den priester, en aan zijn zonen, tot een eeuwige inzetting gegeven, van de kinderen Israëls.stylusNumeri 18:18, Numeri 18:19, Numeri 18:18, Numeri 18:19, Leviticus 10:1435Dit is de zalving van Aäron en de zalving van zijn zonen, van de vuurofferen des Heeren; ten dage als Hij hen deed naderen, om het priesterdom den Heere te bedienen;stylusExodus 28:1, Johannes 3:34, Jesaja 10:27, Exodus 29:21, Jesaja 61:136Hetwelk de Heere hun van de kinderen Israëls te geven geboden heeft, ten dage als Hij hen zalfde; het zij een eeuwige inzetting voor hun geslachten.stylusLeviticus 8:12, Leviticus 8:12, Leviticus 8:30, Leviticus 8:30, Exodus 40:1337Dit is de wet des brandoffers, des spijsoffers, des zondoffers, des schuldoffers, des vuloffers en des dankoffers;stylusExodus 29:1, Exodus 29:1, Leviticus 6:20, Leviticus 7:7, Leviticus 1:138Die de Heere Mozes op den berg Sinaï geboden heeft, ten dage als Hij den kinderen Israëls gebood, dat zij hun offeranden den Heere, in de woestijn van Sinaï, zouden offeren.stylusLeviticus 1:1, Leviticus 1:2, Leviticus 1:1, Leviticus 1:2