Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Leviticus Hoofdstuk 26

DutSVVA
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
LEVITICUS

Leviticus 26

1Gij zult ulieden geen afgoden maken; noch gesneden beeld, noch opgericht beeld zult gij u stellen, noch gebeelden steen in uw land zetten, om u daarvoor te buigen; want Ik ben de Heere, uw God!
Leviticus 19:4, Leviticus 19:4, Numeri 33:52, Exodus 23:24, Deuteronomium 27:15
2Mijn sabbatten zult gij houden, en Mijn heiligdom zult gij vrezen; Ik ben de Heere!
Leviticus 19:30, Leviticus 19:30
3Indiën gij in Mijn inzettingen wandelen, en Mijn geboden houden, en die doen zult;
Deuteronomium 11:13, Deuteronomium 11:15, Jesaja 1:19, Deuteronomium 11:13, Deuteronomium 11:15
4Zo zal Ik uw regens geven op hun tijd; en het land zal zijn inkomst geven, en het geboomte des velds zal zijn vrucht geven;
Zacharia 8:12, Zacharia 8:12, Psalmen 67:6, Psalmen 67:6, Ezechiël 34:26
5En de dorstijd zal u reiken tot den wijnoogst, en de wijnoogst zal reiken tot den zaaitijd; en gij zult uw brood eten tot verzadiging toe, en gij zult zeker in uw land wonen.
Amos 9:13, Amos 9:13, Joël 2:26, Joël 2:26, Leviticus 25:18
6Ook zal Ik vrede geven in het land, dat gij zult te slapen liggen, en niemand zij, die verschrikke; en Ik zal het boos gedierte uit het land doen ophouden, en het zwaard zal door uw land niet doorgaan.
Jesaja 35:9, Jesaja 35:9, Sefanja 3:13, Sefanja 3:13, Psalmen 147:14
7En gij zult uw vijanden vervolgen; en zij zullen voor uw aangezicht door het zwaard vallen.
8Vijf uit u zullen honderd vervolgen, en honderd uit u zullen tien duizend vervolgen; en uw vijanden zullen voor uw aangezicht door het zwaard vallen.
Jozua 23:10, Jozua 23:10, Deuteronomium 28:7, Deuteronomium 28:7, Deuteronomium 32:30
9En Ik zal Mij tot u wenden, en zal u vruchtbaar maken, en u vermenigvuldigen; en Mijn verbond zal Ik met u bevestigen.
Genesis 17:6, Genesis 17:7, Genesis 17:6, Genesis 17:7, Psalmen 107:38
10En gij zult het oude, dat verouderd is, eten; en het oude zult gij vanwege het nieuwe uitbrengen.
Leviticus 25:22, Leviticus 25:22, 2 Koningen 19:29, Lucas 12:17, 2 Koningen 19:29
11En Ik zal Mijn tabernakel in het midden van u zetten; en Mijn ziel zal van u niet walgen.
Exodus 25:8, Exodus 25:8, Openbaring 21:3, Openbaring 21:3, Exodus 29:45
12En Ik zal in het midden van u wandelen, en zal u tot een God zijn, en gij zult Mij tot een volk zijn.
2 Korintiërs 6:16, 2 Korintiërs 6:16, Jeremia 30:22, Jeremia 30:22, Jeremia 7:23
13Ik ben de Heere, uw God, Die u uit het land der Egyptenaren uitgevoerd heb, opdat gij hun slaven niet zoudt zijn; en Ik heb de disselbomen van uw juk verbroken, en heb u doen rechtop staan.
Ezechiël 34:27, Ezechiël 34:27, Exodus 20:2, Leviticus 25:38, Psalmen 116:16
14Maar indien gij Mij niet zult horen, en al deze geboden niet zult doen;
Deuteronomium 28:15, Deuteronomium 28:68, Deuteronomium 28:15, Deuteronomium 28:68, Leviticus 26:18
15En zo gij Mijn inzettingen zult smadelijk verwerpen, en zo uw ziel van Mijn rechten zal walgen, dat gij niet doet al Mijn geboden, om Mijn verbond te vernietigen;
Deuteronomium 31:16, 2 Koningen 17:15, Deuteronomium 31:16, 2 Koningen 17:15, Ezechiël 16:59
16Dit zal Ik u ook doen, dat Ik over u stellen zal verschrikking, tering en koorts, die de ogen verteren en de ziel pijnigen; gij zult ook uw zaad te vergeefs zaaien, en uw vijanden zullen dat opeten.
Job 31:8, Job 31:8, 1 Samuël 2:33, 1 Samuël 2:33, Deuteronomium 28:51
17Daartoe zal Ik Mijn aangezicht tegen ulieden zetten, dat gij geslagen zult worden voor het aangezicht uwer vijanden; en uw haters zullen over u heerschappij hebben, en gij zult vlieden, als u iemand vervolgt.
Leviticus 17:10, Spreuken 28:1, Leviticus 17:10, Spreuken 28:1, Psalmen 53:5
18En zo gij Mij tot deze dingen toe nog niet horen zult, Ik zal nog daar toedoen, om u zevenvoudig over uw zonden te tuchtigen.
Leviticus 26:21, Leviticus 26:21, Leviticus 26:24, Leviticus 26:28, Leviticus 26:24
19Want Ik zal de hovaardigheid uwer kracht verbreken, en zal uw hemel als ijzer maken, en uw aarde als koper.
Deuteronomium 28:23, Deuteronomium 28:23, 1 Koningen 17:1, 1 Koningen 17:1, Lucas 4:25
20En uw macht zal ijdellijk verdaan worden; en uw land zal zijn inkomsten niet geven, en het geboomte des lands zal zijn vrucht niet geven.
Psalmen 127:1, Deuteronomium 11:17, Jesaja 49:4, Psalmen 127:1, Deuteronomium 11:17
21En zo gij met Mij in tegenheid wandelen zult, en Mij niet zult willen horen, zo zal Ik over u, naar uw zonden, zevenvoudig slagen toedoen.
Leviticus 26:18, Leviticus 26:18, Leviticus 26:27, Leviticus 26:27
22Want Ik zal onder u zenden het gedierte des velds, hetwelk u beroven, en uw vee uitroeien, en u verminderen zal; en uw wegen zullen woest worden.
Ezechiël 14:15, Ezechiël 14:15, Deuteronomium 32:24, Deuteronomium 32:24, Richteren 5:6
23Indiën gij nog door deze dingen Mij niet getuchtigd zult zijn, maar met Mij in tegenheid wandelen;
Jeremia 5:3, Jeremia 5:3, Jeremia 2:30, Jeremia 2:30, Amos 4:6
24Zo zal Ik ook met u in tegenheid wandelen, en Ik zal u ook zevenvoudig over uw zonden slaan.
2 Samuël 22:27, Psalmen 18:26, 2 Samuël 22:27, Psalmen 18:26, Jesaja 63:10
25Want Ik zal een zwaard over u brengen, dat de wraak des verbonds wreken zal, zodat gij in uw steden vergaderd zult worden; dan zal Ik de pest in het midden van u zenden, en gij zult in de hand des vijands overgegeven worden.
Numeri 14:12, Numeri 14:12, Ezechiël 5:17, Ezechiël 5:17, Jeremia 29:17
26Als Ik u den staf des broods zal gebroken hebben, dan zullen tien vrouwen uw brood in een oven bakken, en zullen uw brood bij het gewicht wedergeven; en gij zult eten, maar niet verzadigd worden.
Jesaja 3:1, Micha 6:14, Jesaja 3:1, Micha 6:14, Ezechiël 5:16
27Als gij ook hierom Mij niet horen zult, maar met Mij wandelen zult in tegenheid;
Leviticus 26:24, Leviticus 26:21, Leviticus 26:24, Leviticus 26:21
28Zo zal Ik ook met u in heetgrimmige tegenheid wandelen, en Ik zal u ook zevenvoudig over uw zonden tuchtigen.
Jesaja 59:18, Jesaja 59:18, Jeremia 21:5, Ezechiël 5:13, Ezechiël 5:15
29Want gij zult het vlees uwer zonen eten, en het vlees uwer dochteren zult gij eten.
Klaagliederen 4:10, Mattheüs 24:19, Ezechiël 5:10, Klaagliederen 4:10, Mattheüs 24:19
30En Ik zal uw hoogten verderven, en uw zonnebeelden uitroeien, en zal uw dode lichamen op de dode lichamen uwer drekgoden werpen; en Mijn ziel zal aan u walgen.
2 Koningen 23:20, 2 Koningen 23:20, Jesaja 27:9, Jesaja 27:9, Ezechiël 6:3
31En Ik zal uw steden een woestijn maken, en uw heiligdommen verwoesten; en Ik zal uw liefelijken reuk niet rieken.
Nehemia 2:3, Nehemia 2:3, Jeremia 4:7, Jesaja 1:11, Jesaja 1:14
32Ja, Ik zal dat land verwoesten; dat uw vijanden, die daarin zullen wonen, zich daarover ontzetten zullen.
Jeremia 9:11, Jeremia 9:11, Jeremia 18:16, Jeremia 25:11, Jeremia 19:8
33Daartoe zal Ik u onder de heidenen verstrooien; en een zwaard achter u uittrekken; en uw land zal woest, en uw steden zullen een woestijn zijn.
Zacharia 7:14, Ezechiël 20:23, Deuteronomium 28:64, Deuteronomium 28:66, Deuteronomium 4:27
34Dan zal het land aan zijn sabbatten een welgevallen hebben, al de dagen der verwoesting, en gij zult in het land uwer vijanden zijn; dan zal het land rusten, en aan zijn sabbatten een welgevallen hebben.
2 Kronieken 36:21, 2 Kronieken 36:21, Leviticus 25:2, Leviticus 25:4, Leviticus 25:2
35Al de dagen der verwoesting zal het rusten, overmits het niet rustte in uw sabbatten, als gij daarin woondet.
Romeinen 8:22, Jesaja 24:5, Jesaja 24:6, Romeinen 8:22, Jesaja 24:5
36En aangaande de overgeblevenen onder u, Ik zal in hun hart een wekigheid in de landen hunner vijanden laten komen; zodat het geruis van een gedreven blad hen jagen zal, en zij zullen vlieden, gelijk men vliedt voor een zwaard, en zullen vallen, waar niemand is, die jaagt.
Ezechiël 21:7, Ezechiël 21:7, Jesaja 30:17, Jesaja 30:17, Leviticus 26:17
37En zij zullen de een op den ander als voor het zwaard vallen, waar niemand is, die jaagt; en gij zult voor het aangezicht uwer vijanden niet kunnen bestaan.
Richteren 2:14, Jozua 7:12, Jozua 7:13, Richteren 2:14, Jozua 7:12
38Maar gij zult omkomen onder de heidenen, en het land uwer vijanden zal u verteren.
Deuteronomium 4:26, Deuteronomium 4:27, Jeremia 44:12, Jeremia 44:14, Deuteronomium 28:68
39En de overgeblevenen onder u zullen om hun ongerechtigheid in de landen uwer vijanden uitteren; ja, ook om de ongerechtigheden hunner vaderen zullen zij met hen uitteren.
Ezechiël 4:17, Ezechiël 4:17, Ezechiël 24:23, Ezechiël 33:10, Ezechiël 24:23
40Dan zullen zij hun ongerechtigheid belijden, en de ongerechtigheid hunner vaderen met hun overtredingen, waarmede zij tegen Mij overtreden hebben, en ook dat zij met Mij in tegenheid gewandeld hebben.
Spreuken 28:13, Spreuken 28:13, 1 Johannes 1:8, 1 Johannes 1:10, 1 Johannes 1:8
41Dat Ik ook met hen in tegenheid gewandeld, en hen in het land hunner vijanden gebracht zal hebben. Zo dan hun onbesneden hart gebogen wordt, en zij dan aan de straf hunner ongerechtigheid een welgevallen hebben;
Ezechiël 44:7, Ezechiël 44:7, 1 Koningen 21:29, 2 Kronieken 32:26, 2 Kronieken 12:6
42Dan zal Ik gedenken aan Mijn verbond met Jakob, en ook aan Mijn verbond met Izak, en ook aan Mijn verbond met Abraham zal Ik gedenken, en aan het land zal Ik gedenken;
Ezechiël 16:60, Psalmen 106:45, Exodus 6:5, Ezechiël 16:60, Psalmen 106:45
43Als het land om hunnentwil zal verlaten zijn geweest, en aan zijn sabbatten een welgevallen gehad hebben, wanneer het om hunnentwil verwoest was, en zij aan de straf hunner ongerechtigheid een welgevallen zullen gehad hebben; daarom, en omdat zij Mijn rechten hadden verworpen, en hun ziel van Mijn inzettingen gewalgd had.
Leviticus 26:15, Romeinen 8:7, Leviticus 26:15, Romeinen 8:7, Johannes 7:7
44En hierenboven is dit ook; als zij in het land hunner vijanden zullen zijn, zal Ik hen niet verwerpen, noch van hen walgen, om een einde van hen te maken, vernietigende Mijn verbond met hen; want Ik ben de Heere, hun God!
Nehemia 9:31, Romeinen 11:2, Nehemia 9:31, Romeinen 11:2, Psalmen 94:14
45Maar Ik zal hun ten beste gedenken aan het verbond der voorouderen, die Ik uit Egypteland voor de ogen der heidenen uitgevoerd heb, opdat Ik hun tot een God ware; Ik ben de Heere!
Leviticus 25:38, Leviticus 25:38, Leviticus 22:33, Ezechiël 20:22, Psalmen 98:2
46Dit zijn die inzettingen, en die rechten, en die wetten, welke de Heere gegeven heeft, tussen Zich en tussen de kinderen Israëls, op den berg Sinaï, door de hand van Mozes.
Leviticus 27:34, Leviticus 27:34, Deuteronomium 6:1, Deuteronomium 12:1, Deuteronomium 6:1

Andere Boeken

LeviticusNumeriDeuteronomium+

Andere Boeken

LeviticusHfst. 26
NumeriDeuteronomiumJozuaRichterenRuth
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward