1En de jongeling Samuël diende den Heere voor het aangezicht van Eli; en het woord des Heeren was dierbaar in die dagen; er was geen openbaar gezicht.stylusAmos 8:11, Amos 8:12, Amos 8:11, Amos 8:12, Psalmen 74:92En het geschiedde te dien dage, als Eli op zijn plaats nederlag (en zijn ogen begonnen donker te worden, dat hij niet zien kon),stylus1 Samuël 4:15, 1 Samuël 4:15, Genesis 27:1, Psalmen 90:10, Genesis 48:103En Samuël zich ook nedergelegd had, eer de lampe Gods uitgedaan werd, in den tempel des Heeren, waar de ark Gods was,stylusExodus 27:20, Exodus 27:21, Exodus 27:20, Exodus 27:21, Leviticus 24:24Dat de Heere, Samuël riep; en hij zeide: Zie, hier ben ik.stylusGenesis 22:1, Jesaja 6:8, 1 Korintiërs 12:6, 1 Korintiërs 12:11, Exodus 3:45En hij liep tot Eli en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Doch hij zeide: Ik heb niet geroepen, keer weder, leide u neder. En hij ging heen en legde zich neder.stylus6Toen riep de Heere Samuël wederom; en Samuël stond op; en ging tot Eli, en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Hij dan zeide: Ik heb u niet geroepen, mijn zoon; keer weder, leg u neder.stylus2 Samuël 18:22, 1 Samuël 4:16, Mattheüs 9:2, Genesis 43:29, 2 Samuël 18:227Doch Samuël kende den Heere nog niet; en het woord des Heeren was aan hem nog niet geopenbaard.stylusHandelingen 19:2, Handelingen 19:2, Jeremia 9:24, Jeremia 9:248Toen riep de Heere Samuël wederom, ten derden maal; en hij stond op, en ging tot Eli, en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Toen verstond Eli, dat de Heere den jongeling riep.stylusJob 33:14, Job 33:15, Job 33:14, Job 33:15, 1 Korintiërs 13:119Daarom zeide Eli tot Samuël: Ga heen, leg u neder, en het zal geschieden, zo Hij u roept, zo zult gij zeggen: Spreek, Heere, want Uw knecht hoort. Toen ging Samuël heen en leide zich aan zijn plaats.stylusPsalmen 85:8, Exodus 20:19, Psalmen 85:8, Exodus 20:19, Jesaja 6:810Toen kwam de Heere, en stelde Zich daar, en riep gelijk de andere malen: Samuël, Samuël! En Samuël zeide: Spreek, want Uw knecht hoort.stylus1 Samuël 3:8, 1 Samuël 3:8, 1 Samuël 3:4, 1 Samuël 3:6, 1 Samuël 3:411En de Heere zeide tot Samuël: Zie, Ik doe een ding in Israël, dat al wie het horen zal, dien zullen zijn beide oren klinken.stylusHabakuk 1:5, Habakuk 1:5, 2 Koningen 21:12, Handelingen 13:41, Jeremia 19:312Te dienzelven dage zal Ik verwekken over Eli alles, wat Ik tegen zijn huis gesproken heb; Ik zal het beginnen en voleinden.stylus1 Samuël 2:27, 1 Samuël 2:36, 1 Samuël 2:27, 1 Samuël 2:36, Numeri 23:1913Want Ik heb hem te kennen gegeven, dat Ik zijn huis rechten zal tot in eeuwigheid, om der ongerechtigheids wil, die hij geweten heeft; want als zijn zonen zich hebben vervloekt gemaakt, zo heeft hij hen niet eens zuur aangezien.stylusMattheüs 10:37, Mattheüs 10:37, Spreuken 19:18, Spreuken 19:18, 1 Samuël 2:1214Daarom dan heb Ik het huis van Eli gezworen: Zo de ongerechtigheid van het huis van Eli tot in eeuwigheid zal verzoend worden door slachtoffer of door spijsoffer!stylusJesaja 22:14, Jesaja 22:14, Jeremia 15:1, 1 Samuël 2:25, Jeremia 7:1615Samuël nu lag tot aan den morgen; toen deed hij de deuren van het huis des Heeren open; doch Samuël vreesde dit gezicht aan Eli te kennen te geven.stylusJeremia 1:6, Jeremia 1:8, Jeremia 1:6, Jeremia 1:8, 1 Korintiërs 16:1016Toen riep Eli Samuël, en zeide: Mijn zoon Samuël! Hij dan zeide: Zie, hier ben ik.stylus17En hij zeide: Wat is het woord, dat Hij tot u gesproken heeft? Verberg het toch niet voor mij; God doe u zo, en zo doe Hij daartoe, indien gij een woord voor mij verbergt van al de woorden, die Hij tot u gesproken heeft!stylus2 Samuël 3:35, Ruth 1:17, 2 Samuël 3:35, Ruth 1:17, Micha 2:718Toen gaf hem Samuël te kennen al die woorden, en verborg ze voor hem niet. En hij zeide: Hij is de Heere; Hij doe, wat goed is in Zijn ogen!stylusJesaja 39:8, Job 2:10, Jesaja 39:8, Job 2:10, 1 Petrus 5:619Samuël nu werd groot; en de Heere was met hem, en liet niet een van al Zijn woorden op de aarde vallen.stylusGenesis 39:2, Genesis 39:2, 1 Samuël 9:6, 1 Samuël 9:6, 1 Koningen 8:5620En gans Israël, van Dan tot Ber-seba toe, bekende, dat Samuël bevestigd was tot een profeet des Heeren.stylusRichteren 20:1, Richteren 20:1, 2 Samuël 3:10, 2 Samuël 3:10, 1 Timotheüs 1:1221En de Heere voer voort te verschijnen te Silo; want de Heere openbaarde Zich aan Samuël te Silo, door het woord des Heeren.stylusGenesis 12:7, 1 Samuël 3:1, Genesis 12:7, 1 Samuël 3:1, Genesis 15:1