Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

1 Samuël Hoofdstuk 3

DutSVVA
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
1 SAMUËL

1 Samuël 3

1En de jongeling Samuël diende den Heere voor het aangezicht van Eli; en het woord des Heeren was dierbaar in die dagen; er was geen openbaar gezicht.
Amos 8:11, Amos 8:12, Amos 8:11, Amos 8:12, Psalmen 74:9
2En het geschiedde te dien dage, als Eli op zijn plaats nederlag (en zijn ogen begonnen donker te worden, dat hij niet zien kon),
1 Samuël 4:15, 1 Samuël 4:15, Genesis 27:1, Psalmen 90:10, Genesis 48:10
3En Samuël zich ook nedergelegd had, eer de lampe Gods uitgedaan werd, in den tempel des Heeren, waar de ark Gods was,
Exodus 27:20, Exodus 27:21, Exodus 27:20, Exodus 27:21, Leviticus 24:2
4Dat de Heere, Samuël riep; en hij zeide: Zie, hier ben ik.
Genesis 22:1, Jesaja 6:8, 1 Korintiërs 12:6, 1 Korintiërs 12:11, Exodus 3:4
5En hij liep tot Eli en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Doch hij zeide: Ik heb niet geroepen, keer weder, leide u neder. En hij ging heen en legde zich neder.
6Toen riep de Heere Samuël wederom; en Samuël stond op; en ging tot Eli, en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Hij dan zeide: Ik heb u niet geroepen, mijn zoon; keer weder, leg u neder.
2 Samuël 18:22, 1 Samuël 4:16, Mattheüs 9:2, Genesis 43:29, 2 Samuël 18:22
7Doch Samuël kende den Heere nog niet; en het woord des Heeren was aan hem nog niet geopenbaard.
Handelingen 19:2, Handelingen 19:2, Jeremia 9:24, Jeremia 9:24
8Toen riep de Heere Samuël wederom, ten derden maal; en hij stond op, en ging tot Eli, en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Toen verstond Eli, dat de Heere den jongeling riep.
Job 33:14, Job 33:15, Job 33:14, Job 33:15, 1 Korintiërs 13:11
9Daarom zeide Eli tot Samuël: Ga heen, leg u neder, en het zal geschieden, zo Hij u roept, zo zult gij zeggen: Spreek, Heere, want Uw knecht hoort. Toen ging Samuël heen en leide zich aan zijn plaats.
Psalmen 85:8, Exodus 20:19, Psalmen 85:8, Exodus 20:19, Jesaja 6:8
10Toen kwam de Heere, en stelde Zich daar, en riep gelijk de andere malen: Samuël, Samuël! En Samuël zeide: Spreek, want Uw knecht hoort.
1 Samuël 3:8, 1 Samuël 3:8, 1 Samuël 3:4, 1 Samuël 3:6, 1 Samuël 3:4
11En de Heere zeide tot Samuël: Zie, Ik doe een ding in Israël, dat al wie het horen zal, dien zullen zijn beide oren klinken.
Habakuk 1:5, Habakuk 1:5, 2 Koningen 21:12, Handelingen 13:41, Jeremia 19:3
12Te dienzelven dage zal Ik verwekken over Eli alles, wat Ik tegen zijn huis gesproken heb; Ik zal het beginnen en voleinden.
1 Samuël 2:27, 1 Samuël 2:36, 1 Samuël 2:27, 1 Samuël 2:36, Numeri 23:19
13Want Ik heb hem te kennen gegeven, dat Ik zijn huis rechten zal tot in eeuwigheid, om der ongerechtigheids wil, die hij geweten heeft; want als zijn zonen zich hebben vervloekt gemaakt, zo heeft hij hen niet eens zuur aangezien.
Mattheüs 10:37, Mattheüs 10:37, Spreuken 19:18, Spreuken 19:18, 1 Samuël 2:12
14Daarom dan heb Ik het huis van Eli gezworen: Zo de ongerechtigheid van het huis van Eli tot in eeuwigheid zal verzoend worden door slachtoffer of door spijsoffer!
Jesaja 22:14, Jesaja 22:14, Jeremia 15:1, 1 Samuël 2:25, Jeremia 7:16
15Samuël nu lag tot aan den morgen; toen deed hij de deuren van het huis des Heeren open; doch Samuël vreesde dit gezicht aan Eli te kennen te geven.
Jeremia 1:6, Jeremia 1:8, Jeremia 1:6, Jeremia 1:8, 1 Korintiërs 16:10
16Toen riep Eli Samuël, en zeide: Mijn zoon Samuël! Hij dan zeide: Zie, hier ben ik.
17En hij zeide: Wat is het woord, dat Hij tot u gesproken heeft? Verberg het toch niet voor mij; God doe u zo, en zo doe Hij daartoe, indien gij een woord voor mij verbergt van al de woorden, die Hij tot u gesproken heeft!
2 Samuël 3:35, Ruth 1:17, 2 Samuël 3:35, Ruth 1:17, Micha 2:7
18Toen gaf hem Samuël te kennen al die woorden, en verborg ze voor hem niet. En hij zeide: Hij is de Heere; Hij doe, wat goed is in Zijn ogen!
Jesaja 39:8, Job 2:10, Jesaja 39:8, Job 2:10, 1 Petrus 5:6
19Samuël nu werd groot; en de Heere was met hem, en liet niet een van al Zijn woorden op de aarde vallen.
Genesis 39:2, Genesis 39:2, 1 Samuël 9:6, 1 Samuël 9:6, 1 Koningen 8:56
20En gans Israël, van Dan tot Ber-seba toe, bekende, dat Samuël bevestigd was tot een profeet des Heeren.
Richteren 20:1, Richteren 20:1, 2 Samuël 3:10, 2 Samuël 3:10, 1 Timotheüs 1:12
21En de Heere voer voort te verschijnen te Silo; want de Heere openbaarde Zich aan Samuël te Silo, door het woord des Heeren.
Genesis 12:7, 1 Samuël 3:1, Genesis 12:7, 1 Samuël 3:1, Genesis 15:1

Andere Boeken

1 Samuël2 Samuël1 Koningen+

Andere Boeken

1 SamuëlHfst. 3
2 Samuël1 Koningen2 Koningen1 Kronieken2 Kronieken
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward