1Doe geen kwaad, dan treft u geen kwaad;stylus2Houd u ver van de zonde, dan wijkt ze van u.stylusAmos 8:2, Amos 8:2, Ezechiël 7:3, 1 Petrus 4:7, Amos 8:103Zaai geen wind tegen uw broeder, Want zevenvoudig zoudt ge hem maaien.stylusEzechiël 18:30, Ezechiël 18:30, Ezechiël 5:13, Ezechiël 5:13, Ezechiël 16:384Vraag van God geen heerschappij, Noch een erezetel van den koning;stylusEzechiël 6:7, Ezechiël 6:7, Ezechiël 5:11, Ezechiël 11:21, Ezechiël 5:115Reken uzelf niet rechtvaardig voor God, En speel voor den koning niet den wijze.stylus2 Koningen 21:12, 2 Koningen 21:13, Nahum 1:9, Ezechiël 5:9, 2 Koningen 21:126Streef er niet naar, een ambt te bekleden, Zo ge de overmoed niet kunt breken; Anders gaat ge wellicht voor een machtige op zij, En laadt ge een smet op uw eerlijkheid.stylusZacharia 13:7, Zacharia 13:7, Ezechiël 39:8, Ezechiël 7:10, Jeremia 44:277Bezondig u niet in de bijeenkomst aan de poort, En breng u niet ten val in de gemeente;stylusJesaja 22:5, Ezechiël 7:12, Ezechiël 12:28, Genesis 19:15, Ezechiël 12:238Waag het niet, uw fout te herhalen, Want reeds de eerste maal blijft ge niet ongestraft.stylusEzechiël 9:8, Ezechiël 14:19, Ezechiël 9:8, Ezechiël 14:19, Jesaja 42:259Denk niet: Hij zal wel neerzien op mijn vele gaven; Als ik den Allerhoogste maar offer, neemt Hij mij aan.stylusOpenbaring 20:13, Openbaring 20:13, Micha 6:9, Jesaja 9:13, Galaten 6:710Wil uw gebeden niet verkorten, En stel de gerechtigheid niet uit.stylusJesaja 10:5, Jesaja 10:5, Jakobus 4:6, 1 Tessalonicenzen 5:3, Spreuken 14:311Zie nooit minachtend op een ongelukkige neer; Bedenk, dat er Eén is, die verheft en vernedert.stylusSefanja 1:18, Sefanja 1:18, Jeremia 16:5, Jeremia 16:6, Jesaja 59:612Beraam geen misdaad tegen uw broeder, Noch tegen een vriend of tegen een buur.stylus1 Korintiërs 7:29, 1 Korintiërs 7:31, Jesaja 5:13, Jesaja 5:14, 1 Korintiërs 7:2913Schep geen behagen in leugen op leugen; Want daarop vertrouwen brengt geen zegen.stylusLeviticus 25:24, Leviticus 25:28, Leviticus 25:24, Leviticus 25:28, Psalmen 52:714Wees geen prater in de bijeenkomst der groten, En gebruik niet veel woorden, als gebidt.stylusJeremia 4:5, Jeremia 4:5, Jeremia 7:20, Jeremia 6:11, Jesaja 24:115Wees niet afkerig van moeilijke arbeid, Noch van de landbouw, door God zo gewild.stylusJeremia 14:18, Jeremia 14:18, Ezechiël 5:12, Klaagliederen 1:20, Ezechiël 5:1216Schat u niet hoger dan uw medeburgers; Bedenk, dat de toorn niet zal uitblijven.stylusEzra 9:15, Jesaja 59:11, Jesaja 38:14, Ezra 9:15, Jesaja 59:1117Verneder uw hoogmoed, zo diep gij kunt; Want het einde van den mens is de worm. Zeg niet te gauw: Wat is dat een ramp! Laat het over aan God, en aanvaard zijn beschikking.stylusEzechiël 21:7, Ezechiël 21:7, Hebreeën 12:12, Hebreeën 12:12, Ezechiël 22:1418Ga een vriend niet verruilen voor geld, Of een trouwen broeder voor goud van Ofir.stylusAmos 8:10, Jesaja 15:2, Jesaja 15:3, Amos 8:10, Jesaja 15:219Een verstandige vrouw moet ge niet verachten; Want bevallige schoonheid gaat boven paarlen.stylusSefanja 1:18, Spreuken 11:4, Sefanja 1:18, Spreuken 11:4, Ezechiël 14:720Wees niet hard voor een slaaf, die trouw voor u werkt, Noch voor een knecht, die u vol toewijding dient;stylusEzechiël 24:21, Ezechiël 24:21, Jeremia 7:30, Jeremia 7:30, Ezechiël 8:1521Bemin een verstandigen slaaf als uzelf, En weiger hem de vrijheid niet.stylus2 Koningen 24:13, 2 Koningen 24:13, Psalmen 74:2, Psalmen 74:8, Psalmen 74:222Draag ook zorg voor uw vee, En doe het niet weg, zolang het van nut is.stylusJeremia 18:17, Jeremia 18:17, Psalmen 74:18, Psalmen 74:23, Psalmen 74:1023Hebt ge zonen: houd ze in tucht, En neem voor hen vrouwen, als ze nog jong zijn.stylusEzechiël 9:9, Jeremia 27:2, Ezechiël 9:9, Jeremia 27:2, 2 Koningen 21:1624Hebt ge dochters: draag dan zorg voor haar reinheid; Ga niet uitgelaten met ze om.stylusEzechiël 28:7, Ezechiël 28:7, Psalmen 106:41, Ezechiël 33:28, Ezechiël 21:3125Huw uw dochter uit en uw taak is volbracht; Maar geef haar ten huwelijk aan een verstandig man.stylusJesaja 57:21, Ezechiël 13:10, Micha 1:12, Ezechiël 13:16, Klaagliederen 4:1726Hebt ge een vrouw, verstoot haar niet; En huw niet een, die gescheiden is.stylusJeremia 4:20, Jeremia 4:20, Ezechiël 14:1, Psalmen 74:9, Micha 3:627Eer uw vader met heel uw hart, En vergeet nooit de smarten van uw moeder.stylusEzechiël 18:30, Ezechiël 7:4, Ezechiël 7:8, Ezechiël 18:30, Ezechiël 7:428Bedenk, dat ge aan hen het bestaan hebt te danken; Wat kunt ge hun geven, voor wat zij gaven aan u?stylus29Heb vreze voor God, met heel uw hart, En eerbied voor zijn priesters;stylus30Bemin uw Schepper met heel uw kracht, En laat zijn dienaars niet in de steek.stylus31Eer God en eerbiedig den priester, En geef hem zijn aandeel, zoals het u is voorgeschreven: Het brood, de zoenoffers, en de hefoffers, De reinigingsoffers en de heilige tienden.stylus32Reik echter ook den arme uw hand, Opdat uw zegen volkomen zij.stylus33Geef aan alle levenden uw gaven, En weiger ook de doden uw liefde niet.stylus34Houd u niet ver van die wenen, Maar treur met hen, die bedroefd zijn;stylus35Trek uw hart niet af van den zieke, En ge zult door hem worden bemind.stylus36Bij al uw handelen denk aan het einde, En in eeuwigheid zult ge niet zondigen.stylus37stylus38stylus39stylus40stylus