Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Sirach Hoofdstuk 6

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
SIRACH

Sirach 6

1En word niet hun vijand in plaats van hun vriend. Verguizing en schande erft de lasteraar, Evenals de slechtaard met dubbele tong.
2Laat u niet door uw hartstocht beheersen, Want hij graast uw kracht af als een stier;
Ezechiël 19:9, Ezechiël 19:9, Ezechiël 37:22, Ezechiël 33:28, Ezechiël 35:12
3Hij vreet uw blad, rukt af uw vruchten, En laat u achter als een dorre boom.
Leviticus 26:30, Leviticus 26:30, Jeremia 3:23, Ezechiël 36:1, Ezechiël 36:4
4Want onbeheerstheid brengt verderf over wie er aan toegeeft, En verschaft leedvermaak aan den vijand;
2 Kronieken 14:5, 2 Kronieken 14:5, Leviticus 26:30, Leviticus 26:30, 2 Koningen 23:16
5Maar zachte woorden maken vele vrienden, En vriendelijke lippen worden gaarne gegroet.
Jeremia 8:1, Jeremia 8:2, 2 Koningen 23:14, 2 Koningen 23:16, Jeremia 8:1
6Leef met vele mensen op goede voet, Maar uw vertrouweling zij slechts één uit duizend.
Ezechiël 5:14, Zacharia 13:2, Micha 1:7, Jesaja 6:11, Ezechiël 5:14
7Wint ge een vriend, doe het door beproeving, En stel niet te gauw in hem uw vertrouwen.
Ezechiël 11:12, Ezechiël 7:9, Jeremia 25:33, Exodus 7:5, Ezechiël 24:24
8Want soms is men vriend, zolang het uitkomt, Maar blijft het niet bij tegenspoed;
Ezechiël 14:22, Ezechiël 14:22, Jesaja 6:13, Jeremia 44:14, Ezechiël 12:16
9Menig vriend verkeert dan in vijand, En legt de twist tot uw schande uit.
Ezechiël 20:43, Ezechiël 20:43, Jesaja 7:13, Jesaja 7:13, Job 42:6
10Vriend is hij, als hij uw tafel deelt; Maar men vindt hem niet in tijd van nood.
Jeremia 5:12, Jeremia 5:14, Jeremia 44:28, Daniël 9:12, Jeremia 5:12
11Gaat het u goed, hij is het met u eens; Maar gaat het u slecht, hij gaat van u heen.
Ezechiël 5:12, Ezechiël 5:12, Jeremia 24:10, Ezechiël 25:6, Ezechiël 9:4
12Als het ongeluk u treft, keert hij zich van u af, En houdt zich voor u verborgen.
Ezechiël 5:13, Ezechiël 5:13, Daniël 9:7, Klaagliederen 4:22, Klaagliederen 4:11
13Houd u dus ver van uw vijand, Maar wees voorzichtig met uw vrienden.
Ezechiël 20:28, Ezechiël 20:28, Hosea 4:13, Hosea 4:13, 1 Koningen 14:23
14Een trouwe vriend is een sterke burcht; Wie er een vindt, ontdekt een vermogen.
Jesaja 5:25, Jesaja 5:25, Ezechiël 20:33, Ezechiël 20:34, Jesaja 9:12
15Voor een trouwen vriend bestaat geen prijs, Zijn waarde is niet te betalen.
16Een trouwe vriend is een buidel des levens; Wie God vreest, zal hem bekomen.
17Wie den Heer vreest, is trouw in de vriendschap; Want zoals men zelf is, zo is ook de vriend.
18Derde reeks. De wijsheid en onze maatschappelijke plichten. Inleiding. Aansporing tot beoefening der wijsheid. Mijn zoon, streef van uw jeugd af naar tucht, En tot in ouderdom zult ge wijsheid vinden.
19Nader tot haar als een ploeger en maaier, En wacht dan op haar rijke oogst; Want in haar dienst behoeft ge maar weinig te zwoegen, Om weldra haar vruchten te eten.
20Hinderlijk is ze slechts voor den dwaas, En de onverstandige kan haar niet dragen;
21Zij drukt op hem als een zware steen, Hij zal niet aarzelen, haar af te werpen.
22Want de tucht is, zoals het woord het zegt; Daarom is ze slechts weinigen welkom.
23Mijn zoon, luister, en aanvaard mijn les; Versmaad mijn raadgeving niet.
24Steek uw voeten in haar boeien, En uw hals in haar gareel;
25Zet uw schouder er onder en draag ze, En laat haar banden u niet verdrieten.
26Nader tot haar met heel uw ziel, En houd haar wegen met al uw kracht.
27Vraag en vors; zoek en ge zult vinden; En hebt ge haar vast, laat ze niet weer los.
28Want tenslotte vindt ge er rust, En wordt zij voor u een genot.
29Haar net wordt u dan een sterke burcht, En haar boeien een kleed van brokaat;
30Haar juk wordt een sieraad van goud, Haar banden purperen snoeren.
31Dan trekt zij u een feestkleed aan, En siert u met een heerlijke kroon.
32Mijn zoon, als ge er lust in hebt, wordt ge wijs, En verstandig, als ge uw hart er op zet;
33Als ge komt om te luisteren En uw oor open zet, wordt ge wijs.
34
35Luister dus graag naar iedere onderrichting, En laat geen wijze spreuk u ontgaan.
36Zie wie er wijs is, en ga dien bezoeken; Uw voet verslijte zijn drempel.
37Uw gedachte blijve bij de vreze des Allerhoogsten, En uw peinzen bij zijn geboden; Dan zal Hij uw hart verstandig maken En u wijsheid geven, zoveel ge begeert.

Andere Boeken

SirachJesajaJeremia+

Andere Boeken

SirachHfst. 6
JesajaJeremiaKlaagliederenBaruchEzechiël
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward