1De grootste luister is het firmament in zijn klaarheid, De gedaante des hemels verkondigt zijn glorie.stylusEzechiël 42:15, Ezechiël 44:1, Ezechiël 42:15, Ezechiël 44:1, Ezechiël 40:62De zon straalt haar gloed uit bij haar opgang; Hoe wonderbaar is het werk van Jahweh!stylusOpenbaring 18:1, Openbaring 18:1, Jesaja 6:3, Ezechiël 11:23, Jesaja 6:33's Middags doet zij de aardkorst branden; Wie is er dan tegen haar hitte bestand?stylusEzechiël 9:1, Ezechiël 9:5, Ezechiël 9:1, Ezechiël 9:5, Ezechiël 1:34Zoals de laaiende oven het erts doet gloeien, Zet de zon op haar tocht de bergen in brand; De stralen der zon verzengen het land, En door haar licht wordt het oog verblind.stylusEzechiël 44:2, Ezechiël 10:18, Ezechiël 10:19, Ezechiël 44:2, Ezechiël 10:185Hoe groot is Jahweh, die dat schiep, En door zijn woord zijn helden leidt!stylus2 Korintiërs 12:2, 2 Korintiërs 12:4, 2 Korintiërs 12:2, 2 Korintiërs 12:4, Ezechiël 11:246Ook de maan straalt haar licht op geregelde tijden, Als een blijvend teken geeft zij de tijdsduur aan;stylusEzechiël 40:3, Ezechiël 40:3, Openbaring 16:1, Leviticus 1:1, Jesaja 66:67Zij bepaalt de feesten en vaste dagen, Als een lieflijk licht doorloopt zij haar baan.stylusEzechiël 43:9, Ezechiël 43:9, Psalmen 47:8, Psalmen 47:8, Leviticus 26:308Iedere maand begint zij opnieuw; Hoe indrukwekkend haar wisseling! Een legerstandaard in de wolken daarboven; Zij overdekt het firmament met haar glans.stylusEzechiël 5:11, Ezechiël 5:11, Ezechiël 8:3, Ezechiël 8:16, Ezechiël 44:79De sterren zijn de pracht en de luister des hemels, Haar licht glanst in de hoogten Gods;stylusEzechiël 43:7, Ezechiël 43:7, Ezechiël 37:26, Ezechiël 37:28, Kolossenzen 3:510Op Gods woord staan zij pal, En worden niet moe op hun post.stylusEzechiël 40:4, Ezechiël 40:4, Ezechiël 43:11, Ezechiël 16:61, Ezechiël 43:1111Beschouw de regenboog en loof zijn Schepper, Want heerlijk is hij in zijn luister;stylusEzechiël 11:20, Ezechiël 36:27, Ezechiël 11:20, Ezechiël 36:27, Ezechiël 40:112Hij omvademt het hemelgewelf met zijn pracht, Het is Gods eigen hand, die hem spant.stylusEzechiël 40:2, Ezechiël 40:2, Openbaring 21:27, Openbaring 21:27, Psalmen 93:513Zijn almacht slingert de bliksem, En schiet zijn straffende pijlen;stylusExodus 27:1, Exodus 27:8, 2 Kronieken 4:1, Ezechiël 40:5, Ezechiël 41:814Zijn bevel heeft de voorraadkamers geschapen, Waaruit de wolken vliegen als vogels.stylus15Door zijn grootheid maakt Hij de wolken hard, En brokkelen de hagelstenen zich er van af;stylusExodus 27:2, Exodus 27:2, Leviticus 9:9, Psalmen 118:27, Leviticus 9:916De bergen sidderen door zijn kracht. De zuidenwind vliegt vol schrik voor Hem heen,stylusExodus 27:1, Exodus 27:1, Exodus 38:1, Exodus 38:2, Ezra 3:317De stem van zijn donder doet de aarde beven, Met de noordenwind, met storm en orkaan.stylusExodus 20:26, Exodus 20:26, Ezechiël 40:6, Ezechiël 40:6, Nehemia 9:418Hij stuurt zijn sneeuw als een vogelzwerm, Als neerstrijkende sprinkhanen valt ze omlaag; Haar witte pracht verblindt het oog, En voor haar jachten beeft het hart.stylusExodus 40:29, Exodus 40:29, Hebreeën 10:4, Hebreeën 10:12, Hebreeën 10:419Ook strooit Hij de rijp uit, als was het zout, Zodat bloemen ontluiken als van saffier.stylusEzechiël 44:15, Ezechiël 40:46, Ezechiël 44:15, Ezechiël 40:46, Ezechiël 45:1820Hij laat de koude noordenwind blazen, Die het ijs doet stollen door zijn vorst; Elk watervlak wordt er mee bedekt, De vijver bekleed als met een pantser.stylusLeviticus 16:19, Leviticus 8:15, Leviticus 16:19, Leviticus 8:15, Ezechiël 43:2621Door droogte verbrandt Hij het gras op de bergen, En de groene landouwen als een vlam;stylusExodus 29:14, Exodus 29:14, Leviticus 4:12, Leviticus 4:12, Leviticus 8:1722Maar het druppelen der wolken brengt voor alles genezing, De dauw weer verkwikking na de brand.stylusEzechiël 43:25, Ezechiël 43:26, Ezechiël 43:20, Ezechiël 43:25, Ezechiël 43:2623Hij liet op zijn woord de zeespiegel dalen, En plaatste de eilanden in de oceaan.stylusExodus 29:1, Exodus 29:124Die de zee bezeilen, kunnen haar gevaren vertellen; Onze oren tuiten, als wij het horen:stylusLeviticus 2:13, Leviticus 2:13, Marcus 9:49, Marcus 9:50, Marcus 9:4925Daar zijn gewrochten, de wonderbaarste onder zijn schepsels, Allerlei soort dieren en geweldige monsters;stylusLeviticus 8:33, Leviticus 8:33, Exodus 29:35, Exodus 29:37, Exodus 29:3526Door Hem worden ze uitgezonden als boden, Die zijn wil volbrengen naar zijn bestel.stylusExodus 32:29, Leviticus 8:34, Exodus 29:24, Exodus 32:29, Leviticus 8:3427Wij willen er niets meer aan toevoegen; Want kort gezegd: Hij is alles!stylusLeviticus 9:1, Leviticus 9:1, Ezechiël 20:40, Ezechiël 20:41, Efeziërs 1:628Prijzen wij Hem, wij doorgronden Hem niet; Want Hij gaat al zijn werken te boven.stylus29Ontzagwekkend is Jahweh boven alle begrip, En wonderbaar zijn zijn daden.stylus30Wilt gij Jahweh loven, verheft dan uw stem, Zoveel gij kunt, want het is nooit genoeg! Schept steeds nieuwe kracht om te prijzen, En wordt niet moede, want gij benadert Hem niet.stylus31Wie heeft Hem aanschouwd en kan Hem beschrijven; Wie zal Hem loven, zoals Hij is?stylus32Meer nog is er verborgen, dan wat ik noemde; Slechts weinig heb ik van zijn werken gezien.stylus33Jahweh heeft dit alles geschapen, En heeft aan de vromen wijsheid verleend.stylus34stylus35stylus36stylus37stylus