1Iedere vriend zegt: Ik ben uw vriend; Maar sommigen zijn enkel vrienden in naam.stylusEzechiël 3:22, Ezechiël 3:22, Ezechiël 33:22, Handelingen 8:39, Ezechiël 1:32Is het niet jammer als de dood, Zo een boezemvriend uw vijand wordt?stylusPsalmen 141:7, Psalmen 141:7, Ezechiël 37:11, Ezechiël 37:11, Deuteronomium 11:303Wee den slechten vriend! Waartoe werd hij geschapen? Om de aarde te vullen met valsheid.stylusJohannes 11:25, Johannes 11:26, Johannes 11:25, Johannes 11:26, Johannes 5:214Een slechte vriend ziet naar de dis, En in tijd van nood blijft hij weg.stylusJohannes 5:25, Johannes 5:25, Johannes 5:28, Johannes 5:29, Johannes 5:285Een goede vriend strijdt mee tegen den vijand, En grijpt het schild tegen den tegenstander.stylusGenesis 2:7, Genesis 2:7, Ezechiël 37:14, Ezechiël 37:14, Psalmen 104:296Vergeet dus uw makker niet in de strijd, En laat hem niet in de steek bij uw buit.stylusJoël 2:27, Joël 2:27, Jesaja 49:23, Jesaja 49:23, Joël 3:177Iedere raadgever wijst met de hand, Maar sommigen raden in eigen belang.stylusHandelingen 2:2, Handelingen 2:2, 1 Koningen 19:11, 1 Koningen 19:13, 1 Koningen 19:118Neem u dus voor een raadsman in acht, En onderzoek van tevoren zijn bedoeling. Want hij denkt ook aan zichzelf; Waarom zou hij er schade door lijden?stylus9Hij zegt wel. op uw belangen te letten, Maar feitelijk let hij op uw bezit.stylusJohannes 3:8, Johannes 3:8, Hooglied 4:16, Hooglied 4:16, Ezechiël 37:510Ga niet te rade bij wie u benijdt, En verberg uw plan voor wie jaloers op u is.stylusOpenbaring 11:11, Openbaring 11:11, Psalmen 104:30, Psalmen 104:30, Openbaring 20:411Raadpleeg geen vrouw over haar mededingster, Geen lafaard over krijg; Geen koopman over zaken, Geen koper over waren; Geen slecht mens over liefdediensten, Geen hardvochtige over barmhartigheid; Geen luiaard over werken, Geen achteloos wachter over ontdekken van onraad.stylusEfeziërs 2:1, Efeziërs 2:1, Psalmen 77:7, Psalmen 77:9, Psalmen 77:712Maar raadpleeg steeds den godvrezende, Van wien ge weet, dat hij de Wet onderhoudt; Die in zijn hart één met u is, En medelijden heeft, als ge valt.stylusJesaja 26:19, Jesaja 26:19, Hosea 13:14, Hosea 13:14, 1 Tessalonicenzen 4:1613Maar let ook op de raad van uw eigen hart; Want wie is u trouwer dan dit?stylusEzechiël 37:6, Ezechiël 37:6, Ezechiël 16:62, Ezechiël 16:62, Psalmen 126:214's Mensen hart zegt hem beter de waarheid, Dan zeven wachters op een post.stylusEzechiël 36:36, Joël 2:28, Joël 2:29, Ezechiël 36:27, Ezechiël 36:3615En bid bij dit alles ook tot God, Dat Hij uw schreden richt in de waarheid.stylus16Het begin van iedere daad is het woord; Vóór iedere handeling komt de gedachte.stylus2 Kronieken 15:9, 2 Kronieken 10:19, 2 Kronieken 15:9, 2 Kronieken 10:19, 2 Kronieken 10:1717De wortel van alle plannen is het hart; Vier loten spruiten er uit voort:stylusHosea 1:11, Jeremia 50:4, Hosea 1:11, Jeremia 50:4, Jesaja 11:1318Goed en kwaad, dood en leven, Maar de tong is ze allen de baas.stylusEzechiël 24:19, Ezechiël 12:9, Ezechiël 24:19, Ezechiël 12:9, Ezechiël 17:1219Er zijn wijzen, die wijs zijn voor anderen, Maar dwaas voor zichzelf;stylusZacharia 10:6, Zacharia 10:6, Kolossenzen 3:11, Ezechiël 37:16, Ezechiël 37:1720Er zijn wijzen, die om hun woorden gehaat zijn, En zich van alle geneugten beroven.stylusEzechiël 12:3, Ezechiël 12:3, Numeri 17:6, Numeri 17:9, Hosea 12:1021stylusEzechiël 36:24, Ezechiël 36:24, Jeremia 23:8, Jesaja 43:5, Jesaja 43:622Sommige wijzen zijn wijs voor zichzelf, En genieten zelf de vrucht van hun wijsheid;stylusEzechiël 37:24, Ezechiël 37:24, Jeremia 50:4, Jeremia 3:18, Ezechiël 34:2323Anderen echter zijn wijs voor hun volk, De vrucht van hun wijsheid komt allen ten goede.stylusEzechiël 36:28, Ezechiël 36:29, Openbaring 21:3, Openbaring 21:4, Ezechiël 36:2824Wie wijs is voor zichzelf, wordt met geneugten verzadigd, En allen die hem zien, prijzen hem gelukkig;stylusEzechiël 34:23, Ezechiël 34:24, Ezechiël 34:23, Ezechiël 34:24, Hosea 3:525stylusEzechiël 37:24, Amos 9:15, Ezechiël 37:24, Amos 9:15, Ezechiël 28:2526Maar wie wijs is voor zijn volk, zal eer beërven, En zijn naam blijft leven voor eeuwig.stylusJesaja 55:3, Jesaja 55:3, Jeremia 30:19, Ezechiël 34:25, Jeremia 30:1927Mijn zoon, beproef uzelf in uw leven, Zie wat slecht voor u is, en neem het niet;stylusOpenbaring 21:3, Johannes 1:14, Openbaring 21:3, Johannes 1:14, Ezechiël 37:2328Want niet alles is goed voor iedereen, Niet iedere spijs verkieslijk voor allen.stylusJohannes 17:17, Johannes 17:19, Johannes 17:17, Johannes 17:19, Ezechiël 20:1229Wees nooit overdadig bij genot, Niet onmatig bij lekkere spijzen;stylus30Want in veel eten nestelt de ziekte, En van onmatigheid komt braken.stylus31Velen vinden door slempen de dood; Maar wie zich in acht neemt, verlengt zijn leven.stylus32stylus33stylus34stylus