1Een psalm van David, bij zijn vlucht voor zijn zoon Absalom.stylusPrediker 3:17, Prediker 3:17, Mattheüs 16:3, Mattheüs 16:3, Prediker 8:52Jahweh, hoe talrijk zijn mijn belagers, Hoe talrijk, die tegen mij opstaan;stylusHebreeën 9:27, Hebreeën 9:27, Job 14:5, Job 14:5, Jeremia 18:73Hoe velen, die van mij zeggen: Voor hem geen heil bij zijn God!stylusHosea 6:1, Hosea 6:2, Hosea 6:1, Hosea 6:2, 1 Samuël 2:64Toch zijt Gij, Jahweh, het schild dat mij dekt, Mijn glorie en trots!stylusRomeinen 12:15, Romeinen 12:15, Jakobus 4:9, Johannes 16:20, Johannes 16:225Ik behoef maar tot Jahweh te roepen, Dan verhoort Hij mij van zijn heilige berg.stylus2 Koningen 3:25, 2 Koningen 3:25, Jozua 10:27, Jozua 10:27, Jozua 4:36Ik leg mij neer, slaap rustig in, Ontwaak, want Jahweh beschut mij.stylusFilippenzen 3:7, Filippenzen 3:8, Filippenzen 3:7, Filippenzen 3:8, Lucas 9:247Zo vrees ik de duizenden niet, Die van alle kant mij omringen.stylusAmos 5:13, Micha 7:5, Amos 5:13, Micha 7:5, Esther 4:138Sta op dan, Jahweh; Red mij, mijn God! Want Gij slaat al mijn vijanden in het gezicht, Stoot de bozen hun tanden stuk.stylusEfeziërs 5:25, Efeziërs 5:25, Efeziërs 5:28, Efeziërs 5:29, Efeziërs 5:289Bij U, Jahweh, is redding; Op uw volk rust uw zegen.stylusPrediker 1:3, Prediker 1:3, Prediker 5:16, Prediker 5:16, Spreuken 14:23