Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Nehemia Hoofdstuk 9

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
NEHEMIA

Nehemia 9

1Maar op de vier en twintigste van dezelfde maand kwamen de kinderen Israëls bijeen, om in zak en as te vasten.
Ezra 8:23, Jozua 7:6, Nehemia 8:2, Ezra 8:23, Jozua 7:6
2Het zaad van Israël scheidde zich van alle vreemdelingen af; en zij traden vooruit, om hun eigen zonden te belijden en de schuld hunner vaderen.
Nehemia 13:3, Nehemia 13:3, Ezra 10:11, Ezra 10:11, Nehemia 13:30
3Gedurende een vierde deel van de dag lazen zij, overeind op hun plaats, uit het wetboek van Jahweh, hun God; gedurende een ander vierde deel legden ze hun belijdenis af, en wierpen zich neer voor Jahweh, hun God.
Nehemia 8:7, Nehemia 8:8, Nehemia 8:3, Nehemia 8:4, Nehemia 8:7
4Op de verhoging der levieten stonden Jesjóea, Bani, Kadmiël, Sjebanja, Boenni, Sjerebeja, Bani en Kenáni, en smeekten met luider stem tot Jahweh, hun God.
Nehemia 8:7, Nehemia 8:7, Nehemia 10:9, Nehemia 10:13, Nehemia 9:5
5En de levieten Jesjóea, Kadmiël, Bani, Chasjabneja, Sjerebeja, Hodi-ja, Sjebanja, Petachja antwoordden: Op, zegent Jahweh, uw God, in de eeuwen der eeuwen! En men loofde de heerlijke Naam, die alle lof en roem te boven gaat.
Psalmen 103:1, Psalmen 103:2, Psalmen 103:1, Psalmen 103:2, 2 Korintiërs 4:6
6Nu sprak Esdras: Gij, Jahweh, Gij alleen hebt de hemel gemaakt, de hemel der hemelen met heel zijn heir, de aarde met al wat er op is, de zeeën met alles erin. Gij zijt het, die alles in leven houdt, en voor wien het heir van de hemel zich buigt.
Jesaja 37:16, Jesaja 37:16, Genesis 1:1, Genesis 1:1, Openbaring 4:11
7Gij, Jahweh, zijt de God, die Abram hebt uitverkoren, uit Oer der Chaldeën geleid, en hem Abraham hebt genoemd.
Genesis 11:31, Genesis 11:31, Genesis 17:5, Genesis 17:5, Jesaja 51:2
8Gij hebt zijn hart trouw voor uw aanschijn bevonden, en met hem een verbond gesloten, om aan zijn kroost het land der Kanaänieten, Chittieten, Amorieten, Perizzieten, Jeboesieten en Girgasjieten te geven. En Gij hebt uw woord gestand gedaan, omdat Gij gerecht zijt.
Genesis 15:18, Genesis 15:21, Hebreeën 6:18, Genesis 15:6, Genesis 15:18
9Gij hebt de ellende onzer vaderen in Egypte aanschouwd, en hun kermen gehoord bij de Rode Zee.
Exodus 3:7, Exodus 3:9, Exodus 3:7, Exodus 3:9, Exodus 2:25
10En Gij hebt tekenen en wonderen gewrocht aan Farao, aan al zijn dienaars en aan het ganse volk van zijn land; want Gij wist, hoe zij hen hadden mishandeld. Zo hebt Gij U een naam bereid, zoals Gij thans nog bezit.
Jeremia 32:20, Daniël 9:15, Jeremia 32:20, Daniël 9:15, Jesaja 63:12
11De zee hebt Gij voor hen in tweeën gekloofd, zodat ze droogvoets door de zee konden trekken; maar hun vervolgers hebt Gij in de kolken geslingerd, als een steen in de geweldige wateren.
Psalmen 78:13, Psalmen 78:13, Exodus 14:27, Exodus 14:28, Exodus 14:21
12In een wolkkolom hebt Gij hen geleid overdag, in een vuurkolom in de nacht, om hun weg te verlichten, die ze hadden te gaan.
Exodus 13:21, Exodus 13:22, Exodus 13:21, Exodus 13:22, Nehemia 9:19
13Op de berg Sinaï zijt Gij nedergedaald, hebt van de hemel uit tot hen gesproken, en hun rechtvaardige voorschriften, betrouwbare wetten, voortreffelijke instellingen en geboden geschonken.
Exodus 20:1, Psalmen 119:160, Exodus 20:1, Psalmen 119:160, Exodus 19:11
14Gij hebt hun uw heilige sabbat verkondigd door uw dienaar Moses, hun geboden, instellingen en wetten gegeven.
Exodus 20:8, Exodus 20:11, Exodus 20:8, Exodus 20:11, Ezechiël 20:12
15Gij hebt hun brood uit de hemel tegen de honger geschonken, en water uit de rots doen stromen tegen hun dorst. Gij hebt hun gezegd, het land in bezit te gaan nemen, dat Gij met opgestoken hand hadt beloofd, hun te geven.
1 Korintiërs 10:3, 1 Korintiërs 10:4, 1 Korintiërs 10:3, 1 Korintiërs 10:4, Deuteronomium 1:8
16Maar onze vaderen waren opstandig, hardnekkig, en wilden naar uw geboden niet luisteren.
Nehemia 9:29, Nehemia 9:29, Psalmen 81:11, Psalmen 81:14, Psalmen 81:11
17Ze weigerden te gehoorzamen, en dachten niet terug aan de wonderen, die Gij voor hen hadt gewrocht; hardnekkig en koppig wilden ze terug naar de slavernij van Egypte. Maar Gij waart een God vol vergeving, genadig, barmhartig, lankmoedig en van grote ontferming, en Gij liet hen niet in de steek.
Psalmen 86:5, Psalmen 86:5, Joël 2:13, Joël 2:13, Psalmen 86:15
18Zelfs toen ze zich een gegoten kalf hadden gemaakt, en in vreselijke godslastering hadden gezegd: "Dit is uw god, die u uit Egypte heeft geleid",
Psalmen 106:19, Psalmen 106:23, Psalmen 106:19, Psalmen 106:23, Exodus 32:4
19zelfs toen nog hebt Gij in uw grote ontferming ze in de woestijn niet verlaten. De wolkkolom week niet van hen overdag, om hen op de weg te geleiden, en de vuurkolom niets des nachts, om hun weg te verlichten, die ze hadden te gaan;
Psalmen 106:45, Nehemia 9:27, Psalmen 106:45, Nehemia 9:27, Maleachi 3:6
20Gij zijt uw goede geest blijven schenken, om hen te onderrichten; Gij hebt uw manna aan hun mond niet ontzegd, en water voor hun dorst gegeven;
Psalmen 143:10, Psalmen 143:10, Numeri 11:17, Numeri 11:17, Jesaja 63:11
21veertig jaar lang zijt Gij hen in de woestijn blijven verzorgen, zodat het hun aan niets heeft ontbroken, hun kleren niet waren versleten, hun voeten niet waren gezwollen.
Deuteronomium 2:7, Deuteronomium 2:7, Deuteronomium 8:4, Deuteronomium 8:4, Psalmen 34:10
22Gij hebt hun koninkrijken en volkeren overgeleverd, en ze stuk voor stuk verdeeld; zo hebben zij het land van Sichon, den koning van Chesjbon, veroverd, en het land van Og, den koning van Basjan.
Numeri 21:21, Numeri 21:35, Numeri 21:21, Numeri 21:35, Psalmen 136:17
23Hun kinderen hebt Gij talrijk gemaakt als de sterren aan de hemel, en ze naar het land gebracht, dat Gij hun vaderen bevolen hadt, in bezit te gaan nemen.
Genesis 22:17, Genesis 22:17, Genesis 15:5, Genesis 15:5, Genesis 15:18
24En die kinderen zijn in het land gekomen, en hebben het veroverd; en Gij hebt de Kanaänieten, die het land bewoonden, aan hen onderworpen en ze in hun macht gegeven, koningen zowel als de landsbevolking, om met hen te doen, wat ze wilden.
Jozua 21:43, Jozua 21:43, Jozua 18:1, Jozua 11:23, Psalmen 44:2
25Ze hebben versterkte steden en vette akkers veroverd, huizen genomen met heel de have erin, uitgehouwen vijvers en wijngaarden, olijven en vruchtbomen zonder tal. Maar toen zij hadden gegeten, verzadigd waren en vet, en van al uw goede gaven hadden genoten,
Deuteronomium 32:15, Deuteronomium 32:15, Nehemia 9:35, Nehemia 9:35, Deuteronomium 3:5
26zijn ze weerbarstig geworden, en tegen U in opstand gekomen, hebben zij uw Wet achter de rug gesmeten en uw profeten vermoord, die hen vermaanden, zich tot U te bekeren, en vreselijke godslasteringen uitgebraakt.
1 Koningen 14:9, 1 Koningen 14:9, Richteren 2:11, Richteren 2:12, Richteren 2:11
27Toen hebt Gij hen aan hun verdrukkers overgeleverd, die hen benauwden. Doch als zij in hun tijd van benauwing maar weer tot U riepen, hebt Gij van de hemel uit hen verhoord, en hun in uw grote ontferming redders geschonken, die hen uit de macht hunner verdrukkers verlosten.
Psalmen 106:41, Psalmen 106:45, Psalmen 106:41, Psalmen 106:45, Daniël 9:10
28Maar nauwelijks hadden ze rust herkregen, of ze deden weer kwaad voor uw aanschijn. Dan bracht Gij ze onder de macht van hun vijand, die ze vertrapte. Doch riepen ze weer tot U, dan hebt Gij van de hemel uit hen verhoord, en in uw grote ontferming hen talloze malen verlost.
Richteren 5:31, Richteren 6:1, Richteren 5:31, Richteren 6:1, Richteren 3:30
29Gij zijt ze blijven vermanen, om ze tot uw Wet te bekeren. Maar zij bleven opstandig, gehoorzaamden niet aan uw geboden, en zondigden tegen uw voorschriften, wier vervulling den mens het leven behoudt; ze maakten hun schouder onwillig, en star hun nek, en wilden niet horen.
Nehemia 9:16, Nehemia 9:16, Leviticus 18:5, Leviticus 18:5, Nehemia 9:26
30Jaren lang hadt Gij geduld met hen, en bleeft Gij ze vermanen door uw geest, die Gij hun door uw profeten zondt; maar zij luisterden niet. Toen hebt Gij ze overgeleverd aan de volken der landen.
Romeinen 2:4, Romeinen 2:4, 2 Koningen 17:13, 2 Koningen 17:18, Handelingen 7:51
31Maar ook toen nog hebt Gij ze in uw grote ontferming niet geheel vernietigd, niet geheel verlaten; want Gij zijt een genadige en barmhartige God!
Jeremia 4:27, Nehemia 9:17, Jeremia 4:27, Nehemia 9:17, Exodus 34:6
32Nu dan Jahweh, onze God: grote, sterke, ontzagwekkende God, die het Verbond en de genade gestand doet: tel toch al de rampen niet licht, die ons, onze koningen en leiders, priesters en profeten, onze vaderen en uw ganse volk hebben getroffen sinds de tijd der koningen van Assjoer tot de dag van vandaag!
Deuteronomium 7:9, Nehemia 1:5, Deuteronomium 7:9, Nehemia 1:5, Daniël 9:4
33Gij waart rechtvaardig bij al wat ons is geschied; want Gij hieldt uw trouw, maar wij deden kwaad.
Genesis 18:25, Psalmen 106:6, Genesis 18:25, Psalmen 106:6, Daniël 9:5
34Onze koningen, leiders en priesters, onze vaderen hebben uw wet niet volbracht, niet geluisterd naar uw geboden en waarschuwingen, die Gij hun hebt gegeven.
Jeremia 29:19, 2 Koningen 17:13, Jeremia 29:19, 2 Koningen 17:13, Deuteronomium 31:21
35Toen zij het koningschap hadden, hebben zij trots de rijke zegen, die Gij hun hadt gegeven, trots de uitgestrektheid en vruchtbaarheid van het land, dat Gij hun hadt geschonken, U niet gediend, en zich van hun zondig gedrag niet bekeerd.
Deuteronomium 28:47, Deuteronomium 28:47, Deuteronomium 32:12, Deuteronomium 32:15, Jeremia 5:19
36Daarom zijn wij nu slaven in het land, dat Gij aan onze vaderen hebt geschonken, om er de vruchten en het goede van te genieten. Ja, slaven zijn wij in het land;
Ezra 9:9, Ezra 9:9, Deuteronomium 28:48, Deuteronomium 28:48, 2 Kronieken 12:8
37en de koningen, die Gij om onze zonden over ons hebt gesteld, halen de rijke oogst ervan in. Zij beschikken naar willekeur over ons lijf en ons vee, en wij verkeren in grote ellende!
Deuteronomium 28:33, Deuteronomium 28:33, Deuteronomium 28:48, Deuteronomium 28:48, Ezra 7:24
38Daarom gaan wij heden een schriftelijke verbintenis aan, bezegeld door onze leiders, levieten en priesters.
Nehemia 10:1, Nehemia 10:1, Ezra 10:3, Nehemia 10:29, 2 Kronieken 34:31

Andere Boeken

NehemiaTobitJudith+

Andere Boeken

NehemiaHfst. 9
TobitJudithEstherJobPsalmen
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward