1Toen de kinderen Israëls zich in hun steden hadden gevestigd, brak de zevende maand aan. Nu verzamelde zich het hele volk als één man op het plein vóór de Waterpoort. En men verzocht Esdras, den schriftgeleerde, het boek te gaan halen van Moses’ Wet, die Jahweh aan Israël gegeven had.stylusEzra 7:6, Ezra 7:6, 2 Kronieken 34:15, Nehemia 3:26, 2 Kronieken 34:152Esdras, de priester, legde dus de gemeente de Wet voor: aan mannen en vrouwen, aan allen, die ze maar konden verstaan. Het was de eerste dag der zevende maand.stylusLeviticus 23:24, Leviticus 23:24, Maleachi 2:7, Maleachi 2:7, Numeri 29:13En terwijl hij van de vroege morgen tot de middag op het plein voor de Waterpoort aan het voorlezen bleef aan mannen en vrouwen, aan allen, die het maar konden verstaan, bleef ook het volk een en al oor voor het boek van de Wet.stylusOpenbaring 3:22, Openbaring 3:22, Openbaring 2:29, Lucas 4:16, Lucas 4:204Esdras, de schriftgeleerde, had een houten verhoging beklommen, die voor deze gelegenheid was opgeslagen. Rechts van hem stonden Mattitja, Sjéma, Anaja, Azarja, Oeri-ja, Chilki-ja en Maäseja; links Pedaja, Misjaël, Malki-ja, Chasjoem, Chasjbaddána, Zekarja en Mesjoellam.stylusNehemia 10:18, Ezra 10:29, Nehemia 11:7, Nehemia 12:13, Nehemia 11:55Toen Esdras dus het boek opende, konden allen het zien, omdat hij boven heel de menigte uitstak. Zodra hij het opende, stond heel de menigte op.stylusRichteren 3:20, Richteren 3:20, 1 Koningen 8:14, 1 Koningen 8:14, Lucas 4:166Esdras ving aan, met Jahweh te loven, den groten God; en heel het volk antwoordde: Amen, Amen! Ze staken de handen omhoog, wierpen zich op de knieën en aanbaden Jahweh, het gelaat tegen de grond.stylus1 Timotheüs 2:8, 1 Timotheüs 2:8, Klaagliederen 3:41, Exodus 4:31, Klaagliederen 3:417Daarna gingen de levieten Jesjóea, Bani, Sjerebeja, Jamin, Akkoeb, Sjabbetai, Hodi-ja, Maäseja, Kelita, Azarja, Jozabad, Chanan en Pelaja het volk in de Wet onderrichten, terwijl dit op zijn plaats bleef staan.stylusNehemia 9:4, Nehemia 9:4, Leviticus 10:11, Leviticus 10:11, Nehemia 3:238Ze lazen duidelijk voor uit het boek van Gods Wet, en voegden er de verklaring aan toe zodat men ook begreep, wat er werd voorgelezen.stylusHandelingen 28:23, Lucas 24:45, Handelingen 28:23, Lucas 24:45, Lucas 24:279Toen sprak Nehemias, de landvoogd, met Esdras, den priester en schriftgeleerde, en de levieten, die het volk hadden onderricht, tot heel het volk: Deze dag is heilig voor Jahweh, uw God; gij moogt dus niet treuren en wenen! Want al het volk was begonnen te schreien, toen het de geboden der Wet had gehoord.stylusNehemia 7:70, Nehemia 7:65, Nehemia 7:70, Nehemia 7:65, Deuteronomium 12:1210En hij ging voort: Gaat lekkere spijzen eten en zoete dranken drinken, en stuurt geschenken rond aan hen, die niets hebben. Want deze dag is heilig voor onzen Heer. Weest dus niet treurig; want de vreugde in Jahweh is uw kracht!stylusPsalmen 28:7, Psalmen 28:8, Psalmen 28:7, Psalmen 28:8, Spreuken 17:2211Ook de levieten kalmeerden het volk, en herhaalden: Weest maar gerust, want deze dag is heilig; weest niet bedroefd!stylusNumeri 13:30, Numeri 13:3012Toen ging heel de menigte heen, om te eten en te drinken, om geschenken te zenden en uitbundige vreugde te tonen. Want ze hadden begrepen, wat men hun te verstaan had gegeven.stylusPsalmen 119:174, Psalmen 119:174, Psalmen 119:127, Psalmen 119:171, Psalmen 119:7213De volgende dag verzamelden zich de familiehoofden van heel het volk, met de priesters en levieten, bij Esdras, den schriftgeleerde, om de voorschriften der Wet te bestuderen.stylusSpreuken 12:1, Spreuken 8:33, Spreuken 8:34, Spreuken 2:1, Spreuken 2:614En nu vonden ze in de Wet geschreven, welke Jahweh door Moses gegeven had, dat de kinderen Israëls op het feest van de zevende maand onder loofhutten moesten wonen.stylusLeviticus 23:34, Leviticus 23:34, Deuteronomium 16:13, Deuteronomium 16:15, Leviticus 23:4015Daarom lieten zij in al hun steden en in Jerusalem uitroepen en luide verkonden: Trekt het gebergte in, en haalt takken van de olijf en de oleaster, van mirten, palmen en lommerrijke bomen, om hutten te maken, zoals is voorgeschreven.stylusLeviticus 23:40, Leviticus 23:40, Leviticus 23:4, Deuteronomium 16:16, Leviticus 23:416En het volk ging ze halen, en allen maakten zich hutten op hun eigen dak of hun hoven, op de voorhoven van de tempel, op het plein voor de Waterpoort of het plein van de Efraïmpoort.stylus2 Koningen 14:13, Nehemia 12:39, 2 Koningen 14:13, Nehemia 12:39, Nehemia 12:3717Heel de gemeente, die uit de ballingschap was teruggekeerd, maakte zich hutten en woonde daar in. Neen, sinds de dagen van Josuë, den zoon van Noen, tot op deze dag hadden de kinderen Israëls het nog nooit zo gedaan, en had er zo’n uitbundige vreugde geheerst.stylus2 Kronieken 8:13, 2 Kronieken 8:13, Ezra 3:4, 2 Kronieken 7:8, 2 Kronieken 7:1018Dag aan dag las men voor uit het boek van Gods Wet, van de eerste dag tot de laatste. Zeven dagen lang vierde men feest, en op de achtste dag werd een feestelijke bijeenkomst gehouden, zoals dat voorgeschreven staat.stylusNumeri 29:35, Leviticus 23:36, Numeri 29:35, Leviticus 23:36, Deuteronomium 31:10