1Toen de muur was voltooid, liet ik ook de deuren aanbrengen, en werden er poortwachters aangesteld, tegelijk met de zangers en levieten.stylusNehemia 6:15, Nehemia 6:1, Nehemia 6:15, Nehemia 6:1, 2 Kronieken 31:22Ik droeg het bestuur van Jerusalem op aan Chanáni, mijn broer, en aan Chananja, den bevelhebber van de burcht, daar deze boven veel anderen betrouwbaar was en een godvrezend man.stylusNehemia 1:2, Nehemia 1:2, Psalmen 101:6, Mattheüs 25:21, Psalmen 101:63Ik zeide tot hen: De poorten van Jerusalem mogen niet worden geopend, eer de zon al warm is geworden, en terwijl ze nog aan de hemel staat, moeten de deuren worden gesloten en gegrendeld; dan moet gij de bewoners van Jerusalem als wachten uitzetten, iedereen op zijn eigen post en tegenover zijn huis.stylusNehemia 3:23, Psalmen 127:1, Nehemia 3:28, Nehemia 3:30, Nehemia 13:194Ofschoon de stad veel ruimte bood en groot van omvang was, woonde er maar weinig volk, en werden er geen huizen gebouwd.stylusJesaja 58:12, Mattheüs 6:33, Haggaï 1:4, Haggaï 1:6, Jesaja 58:125Daarom gaf God het mij in, de edelen, voormannen en het volk volgens hun geslachtsregister bijeen te trekken. Bij deze gelegenheid vond ik het geslachtsregister van hen, die het eerst waren opgetrokken; en ik vond daar geschreven:stylusJakobus 1:16, Nehemia 6:14, 2 Korintiërs 8:16, Kolossenzen 1:29, 2 Korintiërs 3:56Dit zijn de bewoners der provincie, die weg getrokken zijn uit de ballingschap, waarheen Nabukodonosor, de koning van Babel, hen had weggevoerd, en die zijn teruggekeerd naar Jerusalem en Juda, iedereen naar zijn eigen stad.stylusEzra 2:1, Ezra 2:70, Ezra 5:8, Ezra 2:1, Ezra 2:707Het zijn zij, die teruggekomen zijn met Zorobabel, Jesjóea, Nechemja, Azarja, Raämja, Nachamáni, Mordokai, Bilsjan, Mispéret, Bigwai, Nechoem en Baäna. Het aantal mannen uit het volk van Israël was als volgt:stylusEzra 2:2, Ezra 2:2, Haggaï 1:1, Zacharia 3:1, Zacharia 3:38De zonen van Parosj, een en twintighonderd twee en zeventig man;stylusEzra 2:3, Nehemia 10:25, Nehemia 10:14, Ezra 8:3, Ezra 2:39de zonen van Sje fatja, driehonderd twee en zeventig;stylusEzra 8:8, Ezra 2:4, Ezra 8:8, Ezra 2:410de zonen van Arach, zeshonderd twee en vijftig;stylusEzra 2:5, Ezra 2:5, Nehemia 6:18, Nehemia 6:1811de zonen van Pachat-Moab, de zonen namelijk van Jesjóea en Joab, acht en twintighonderd en achttien;stylusEzra 2:6, Ezra 2:6, Nehemia 10:14, Nehemia 8:4, Nehemia 10:1412de zonen van Elam, twaalfhonderd vier en vijftig;stylusEzra 10:26, Ezra 8:7, Ezra 2:7, Ezra 10:26, Ezra 8:713de zonen van Zattoe, achthonderd vijf en veertig;stylusEzra 2:8, Ezra 2:814de zonen van Zakkai, zevenhonderd zestig;stylusEzra 2:9, Ezra 2:915de zonen van Binnoej, zeshonderd acht en veertig;stylusEzra 2:10, Ezra 2:1016de zonen van Bebai, zeshonderd acht en twintig;stylusEzra 2:11, Ezra 2:1117de zonen van Azgad, drie en twintighonderd twee en twintig;stylusEzra 2:12, Ezra 2:1218de zonen van Adonikam, zeshonderd zeven en zestig;stylusEzra 2:13, Ezra 2:1319de zonen van Bigwai, tweeduizend zeven en zestig;stylusEzra 2:14, Ezra 2:1420de zonen van Adin, zeshonderd vijf en vijftig;stylusEzra 2:15, Ezra 2:1521de zonen van Ater, uit de familie Chizki-ja, acht en negentig;stylusEzra 2:16, Ezra 2:1622de zonen van Chasjoem, driehonderd acht en twintig;stylusEzra 2:19, Ezra 2:1923de zonen van Besai, driehonderd vier en twintig;stylusEzra 2:17, Ezra 2:1724de zonen van Charif, honderd twaalf;stylusEzra 2:18, Ezra 2:1825de zonen van Gibon, vijf en negentig;stylusEzra 2:20, Ezra 2:2026de burgers van Betlehem en Netofa, honderd acht en tachtig;stylusEzra 2:21, Ezra 2:22, Ezra 2:21, Ezra 2:2227de burgers van Anatot, honderd acht en twintig;stylusEzra 2:23, Jesaja 10:30, Jeremia 1:1, Jeremia 11:21, Ezra 2:2328de burgers van Bet-Azmáwet, twee en veertig;stylusEzra 2:24, Ezra 2:2429de burgers van Kirjat-Jearim, Kefira en Beërot, zevenhonderd drie en veertig;stylusJozua 18:25, Ezra 2:25, Jozua 18:25, Ezra 2:25, Jozua 9:1730de burgers van Rama en Géba, zeshonderd een en twintig;stylusEzra 2:26, Jozua 18:24, Jozua 18:25, Ezra 2:26, Jozua 18:2431de burgers van Mikmas, honderd twee en twintig;stylus1 Samuël 13:5, 1 Samuël 13:23, Ezra 2:27, Jesaja 10:28, 1 Samuël 13:532de burgers van Betel en Ai, honderd drie en twintig;stylusEzra 2:28, Ezra 2:28, Jozua 8:17, Jozua 8:9, Jozua 8:1733de burgers van het andere Nebo, twee en vijftig;stylusEzra 2:29, Ezra 2:2934de zonen van den anderen Elam, twaalfhonderd vier en vijftig;stylusNehemia 7:12, Nehemia 7:12, Ezra 2:31, Ezra 2:3135de zonen van Charim, driehonderd twintig;stylusEzra 10:31, Ezra 2:32, Ezra 10:31, Ezra 2:3236de burgers van Jericho, driehonderd vijf en veertig;stylusEzra 2:34, Ezra 2:3437de burgers van Lod, Chadid en Ono, zevenhonderd een en twintig;stylus1 Kronieken 8:12, 1 Kronieken 8:12, Nehemia 11:34, Nehemia 11:35, Ezra 2:3338de zonen van Senaä, negen en dertighonderd dertig.stylusEzra 2:35, Ezra 2:3539De priesters: de zonen van Jedaja, uit het geslacht van Jesjóea, telden negenhonderd drie en zeventig man;stylusEzra 2:36, 1 Kronieken 24:7, 1 Kronieken 24:19, Ezra 2:36, 1 Kronieken 24:740de zonen van Immer, duizend twee en vijftig;stylus1 Kronieken 24:14, 1 Kronieken 24:14, Ezra 2:37, Ezra 2:3741de zonen van Pasjchoer, twaalfhonderd zeven en veertig;stylus1 Kronieken 9:12, 1 Kronieken 9:12, Ezra 2:38, 1 Kronieken 24:9, Ezra 10:2242de zonen van Charim, duizend zeventien.stylus1 Kronieken 24:8, 1 Kronieken 24:8, Ezra 2:39, Ezra 10:31, Ezra 2:3943De levieten: de zonen van Jesjóea, Kadmiël en Hodeja telden vier en zeventig man.stylusEzra 2:40, Ezra 2:40, Nehemia 3:9, Nehemia 3:944De zangers: de zonen van Asaf telden honderd acht en veertig man.stylusEzra 2:41, 1 Kronieken 25:2, Ezra 2:41, 1 Kronieken 25:245De poortwachters: de zonen van Sjalloem, de zonen van Ater, de zonen van Talmon, de zonen van Akkoeb, de zonen van Chatita en de zonen van Sjobai telden honderd acht en dertig man.stylus1 Kronieken 26:1, 1 Kronieken 26:32, Ezra 2:42, 1 Kronieken 26:1, 1 Kronieken 26:3246De tempelknechten waren: de zonen van Sicha; de zonen van Chasoefa; de zonen van Tabbaot;stylus1 Kronieken 9:2, Leviticus 27:2, Leviticus 27:8, Ezra 2:43, Jozua 9:2347de zonen van Keros; de zonen van Sia; de zonen van Padon;stylusEzra 2:44, Ezra 2:4448de zonen van Lebana; de zonen van Chagaba; de zonen van Salmai;stylusEzra 2:45, Ezra 2:46, Ezra 2:45, Ezra 2:4649de zonen van Chanan; de zonen van Giddel; de zonen van Gáchar;stylus50de zonen van Reaja; de zonen van Resin; de zonen van Nekoda;stylus51de zonen van Gazzam; de zonen van Oezza; de zonen van Paséach;stylusEzra 2:49, Ezra 2:4952de zonen van Besai; de zonen van Meoenim; de zonen van Nefoesjesim;stylusEzra 2:50, Ezra 2:5053de zonen van Bakboek; de zonen van Chakoefa; de zonen van Charchoer;stylus54de zonen van Basloet; de zonen van Mechida; de zonen van Charsja;stylusEzra 2:52, Ezra 2:5255de zonen van Barkos; de zonen van Sisera; de zonen van Támach;stylusEzra 2:53, Ezra 2:5356de zonen van Nesiach; de zonen van Chatifa.stylus57De zonen van Salomons slaven waren: de zonen van Sotai; de zonen van Soféret; de zonen van Perida;stylusEzra 2:55, Ezra 2:55, Nehemia 11:3, Nehemia 11:358de zonen van Jaäla; de zonen van Darkon; de zonen van Giddel;stylusEzra 2:56, Ezra 2:5659de zonen van Sjefatja; de zonen van Chattil; de zonen van Pokéret-Hassebajim; de zonen van Amon.stylusEzra 2:57, Ezra 2:5760De tempelknechten telden met de zonen van Salomons slaven tezamen driehonderd twee en negentig man.stylusEzra 2:58, Ezra 2:5861De volgenden zijn wel mee opgetrokken uit Tel-Mélach, Tel- Charsja, Keroeb, Addon en Immer, maar ze konden hun familie- en stamboom niet overleggen als bewijs, dat zij tot Israël behoorden.stylusEzra 2:59, Ezra 2:5962Het waren: De zonen van Delaja; de zonen van Tobi-ja; de zonen van Nekoda: zeshonderd twee en veertig man.stylusEzra 2:60, Ezra 2:6063Uit de priesters: de zonen van Chobaja; de zonen van Hakkos; de zonen van Barzillai, die getrouwd was met een dochter van Barzillai, en naar hem werd genoemd.stylus2 Samuël 17:27, Ezra 2:61, Ezra 2:63, 2 Samuël 19:31, 2 Samuël 19:3364Daar zij, hoe ze ook zochten, hun geslachtsregister niet konden vinden, werden ze van de priesterlijke bediening uitgesloten,stylusNehemia 7:5, 1 Kronieken 9:1, Nehemia 7:5, 1 Kronieken 9:1, Nehemia 13:2965en verbood hun de landvoogd, van de allerheiligste spijzen te eten, totdat er een priester met de Oerim en Toemmim zou optreden.stylusExodus 28:30, Nehemia 8:9, Exodus 28:30, Nehemia 8:9, Ezra 2:6366De hele gemeente bestond uit twee en veertig duizend driehonderd zestig personen.stylusEzra 2:64, Ezra 2:6467Hierbij kwamen nog zevenduizend driehonderd zeven en dertig slaven en slavinnen, en tweehonderd vijf en veertig zangers en zangeressen.stylusEzra 2:65, Ezra 2:65, Jesaja 45:1, Jesaja 45:2, Jeremia 27:768––stylusEzra 2:66, Ezra 2:67, Ezra 2:66, Ezra 2:6769Er waren vierhonderd vijf en dertig kamelen, en zesduizend zevenhonderd twintig ezels.stylus70Sommige familiehoofden schonken een som, die voor de eredienst was bestemd. De landvoogd gaf voor het fonds: duizend drachmen aan goud, vijftig plengschalen en vijfhonderd dertig priestergewaden.stylusNehemia 8:9, Nehemia 8:9, 2 Kronieken 4:8, 1 Kronieken 28:17, Jeremia 52:1971Enige familiehoofden gaven voor het fonds, dat voor de eredienst was bestemd: twintigduizend drachmen aan goud, en twee en twintighonderd mina aan zilver.stylusJob 34:19, 2 Korintiërs 8:12, Lucas 21:1, Lucas 21:4, Job 34:1972De rest van het volk gaf: twintigduizend drachmen aan goud, tweeduizend mina aan zilver, en zeven en zestig priestergewaden.stylus73Daarna gingen de priesters, de levieten, de poortwachters, de zangers, met een deel van het volk en de tempelknechten zich te Jerusalem vestigen, en de rest van Israël in hun steden.stylusEzra 2:70, Ezra 3:1, Ezra 2:70, Ezra 3:1