1Toen Sanbállat, Tobi-ja, de Arabier Gésjem en onze andere vijanden vernamen, dat ik de muur had voltooid, en er geen bres was overgebleven, ofschoon ik toen nog geen deuren in de poorten had opgehangen,stylusNehemia 2:19, Nehemia 2:10, Nehemia 2:19, Nehemia 2:10, Nehemia 4:12zonden Sanbállat en Gésjem mij de volgende boodschap: Kom, laat ons een samenkomst met elkander hebben te Kefirim in het Ono-dal. Daar ze echter kwaad tegen mij in het schild voerden,stylus1 Kronieken 8:12, Psalmen 37:12, 1 Kronieken 8:12, Psalmen 37:12, Nehemia 11:353zond ik boden tot hen terug met het antwoord: Ik heb een groot werk onder handen, en kan dus niet komen. Het werk zou zeker stil blijven liggen, als ik mij er van terugtrok, om tot u te komen.stylusMattheüs 10:16, Johannes 9:4, Mattheüs 10:16, Johannes 9:4, 1 Timotheüs 4:154Tot vier keer toe zonden ze mij dezelfde boodschap, maar telkens gaf ik hun hetzelfde antwoord.stylusGalaten 2:5, Spreuken 7:21, Spreuken 14:15, 1 Korintiërs 15:58, Lucas 18:55Daarop zond Sanbállat mij voor de vijfde maal een dienaar met hetzelfde verzoek; maar nu bracht deze een open brief met zich mee,stylus2 Koningen 18:26, 2 Koningen 18:28, 2 Korintiërs 2:11, 2 Korintiërs 11:13, 2 Korintiërs 11:156waarin stond geschreven: Onder de volken loopt het gerucht, en het wordt door Gésjem bevestigd, dat gij en de Joden van plan zijt, oproer te maken, en dat gij de muur herbouwt, omdat gij koning over hen wilt worden, of iets van die aard;stylusNehemia 2:19, Nehemia 2:19, 1 Petrus 3:16, Ezra 4:12, Romeinen 3:87ook dat gij profeten hebt aangesteld, om u in Jerusalem tot koning van Juda uit te roepen. Zo iets wordt zeker den koning bekend! Kom dus, en laat ons met elkander beraden.stylusSpreuken 26:24, Spreuken 26:26, Spreuken 26:24, Spreuken 26:26, 2 Samuël 15:108Maar ik liet hem antwoorden: Geen woord is er waar, van al wat ge zegt; ge verzint het zelf.stylusPsalmen 52:2, Psalmen 52:2, Job 13:4, Job 13:4, Jesaja 59:49Want allen wilden ons vrees aanjagen, en dachten: Dan zullen hun handen bij het werk verslappen, en komt het nimmer tot stand. Het was dus zaak, om sterk te staan.stylusPsalmen 138:3, Psalmen 138:3, Efeziërs 3:16, Jesaja 41:10, Nehemia 4:1010Een andere keer ging ik het huis van Sjemaja binnen, den zoon van Delaja, zoon van Mehetabel. Ofschoon het goed gesloten kon worden, sprak hij tot mij: Laat ons samen naar het huis van God gaan en binnen de tempel, en de deuren van de tempel gesloten houden; want men komt u vermoorden, vannacht nog komt men u doden.stylusJeremia 36:5, Jeremia 36:5, Mattheüs 7:15, Psalmen 37:12, Mattheüs 7:1511Maar ik gaf ten antwoord: Zou een man, als ik, op de vlucht slaan? En wie, zoals ik, zou in leven blijven, als hij binnen de tempel kwam? Neen, ik ga er niet heen!stylusHandelingen 21:13, Spreuken 28:1, Handelingen 21:13, Spreuken 28:1, Handelingen 20:2412Want ik begreep, dat God hem niet had gezonden, maar dat Tobi-ja en Sanbállat hem hadden omgekocht, om deze voorspelling tot mij te richten.stylusEzechiël 13:22, Ezechiël 13:22, 1 Korintiërs 12:10, Ezechiël 13:19, Handelingen 20:3313Hij was omgekocht, om mij vrees aan te jagen. Dan zou ik wel iets dergelijks doen en een zonde begaan; en dan hadden ze gelegenheid, mijn naam te bekladden, en mij in opspraak te brengen.stylusJeremia 20:10, Jeremia 20:10, Jeremia 18:18, Spreuken 29:5, Jakobus 4:1714Mijn God, reken Tobi-ja en Sanbállat dit drijven aan, maar ook Noadja, de profetes, en de andere profeten, die mij bang wilden maken!stylusNehemia 13:29, Nehemia 13:29, 2 Timotheüs 4:14, 2 Timotheüs 4:15, 2 Timotheüs 4:1415Op de vijf en twintigste van Eloel was de muur in twee en vijftig dagen voltooid.stylusPsalmen 1:3, Nehemia 4:1, Nehemia 4:2, Ezra 6:15, Daniël 9:2516Toen al onze vijanden het hoorden, en alle omliggende volken het zagen, scheen het een machtig wonder in hun ogen, en begrepen ze, dat dit werk door onzen God was gewrocht.stylusJozua 5:1, Jozua 5:1, Psalmen 126:2, Psalmen 126:2, Nehemia 4:717Maar ook toen nog bleven sommige edelen van Juda brieven aan Tobi-ja zenden, en kwamen er brieven van Tobi-ja bij hen aan.stylusNehemia 13:28, Nehemia 5:7, Micha 7:1, Micha 7:6, Mattheüs 24:1018Want hij had vele bondgenoten in Juda, daar hij de schoonvader was van Sjekanja, den zoon van Arach, en zijn zoon Jehochanan gehuwd was met de dochter van Mesjoellam, den zoon van Berekja.stylusEzra 2:5, Ezra 2:5, Nehemia 7:10, Nehemia 7:10, Nehemia 3:3019En ofschoon Tobi-ja herhaaldelijk brieven schreef, om mij vrees aan te jagen, durfden zij mij veel goeds van hem vertellen, en brachten mijn woorden aan hem over.stylusHandelingen 4:18, Handelingen 4:21, Spreuken 28:4, Johannes 15:19, Jesaja 37:10