1Toen begonnen Eljasjib, de hogepriester, met zijn medepriesters het werk. Ze bouwden de Schaapspoort, wijdden haar in, en plaatsten er de deuren in; ze bouwden tot aan de toren Mea, en vervolgens tot de Chananel-toren.stylusNehemia 12:39, Nehemia 12:39, Jeremia 31:38, Jeremia 31:38, Johannes 5:22Naast hen bouwden de burgers van Jericho, en daarnaast bouwde Zakkoer, de zoon van Imri.stylusNehemia 7:36, Nehemia 7:36, Ezra 2:34, Ezra 2:34, Nehemia 10:123De Vispoort bouwden de zonen van Senaä; ze overkapten haar, en voorzagen haar van deuren, sluitbomen en grendels.stylus2 Kronieken 33:14, Nehemia 12:39, 2 Kronieken 33:14, Nehemia 12:39, Nehemia 2:84Naast hen bouwde Meremot, de zoon van Oeri-ja, zoon van Hakkos; naast hem Mesjoellam, de zoon van Berekja, zoon van Mesjezabel; daarnaast Sadok, de zoon van Baäna.stylusEzra 8:33, Ezra 8:33, Nehemia 3:21, Nehemia 3:21, Nehemia 10:155Naast hen bouwden burgers van Tekóa; maar hun edelen zetten hun schouders niet onder het werk van hun Heer.stylusNehemia 3:27, Nehemia 3:27, 2 Samuël 14:2, 2 Samuël 14:2, Jeremia 27:86De Oude Poort bouwden Jojada, de zoon van Paséach, en Mesjoellam, de zoon van Besodeja; ze overkapten haar, en voorzagen haar van deuren, sluitbomen en grendels.stylusNehemia 12:39, Nehemia 12:397Naast hen bouwden Melatja, de Giboniet, en Jadon, de Meronotiet, burgers van Gibon en Mispa, tot aan het paleis van den stadhouder aan de overzijde van de Rivier.stylus2 Samuël 21:2, 2 Samuël 21:2, Nehemia 3:19, Nehemia 2:7, Nehemia 2:88Naast hen bouwde de goudsmid Oezziël, de zoon van Charhaja, en daarnaast Chananja, de balsembereider; zij herstelden Jerusalem tot aan de Brede Muur.stylusNehemia 12:38, Nehemia 12:38, Nehemia 3:31, Nehemia 3:32, Nehemia 3:319Naast hen bouwde Refaja, de zoon van Choer en overste van het halve distrikt Jerusalem.stylusNehemia 3:12, Nehemia 3:12, Nehemia 3:17, Nehemia 3:1710Naast hem bouwde Jedaja, de zoon van Charoemaf, tegenover zijn huis; daarnaast Chattoesj, de zoon van Chasjabneja.stylusNehemia 3:28, Nehemia 3:30, Nehemia 10:4, Nehemia 3:23, Nehemia 3:2811Het tweede gedeelte met de Bakoven-toren bouwden Malki-ja, de zoon van Charim, en Chassjoeb, de zoon van Pachat-Moab.stylusNehemia 12:38, Nehemia 12:38, Ezra 2:6, Ezra 2:6, Nehemia 10:512Naast hen bouwde Sjalloem, de zoon van Hallochesj en overste van het halve distrikt Jerusalem, met zijn dochters.stylusNehemia 3:9, Nehemia 3:9, Filippenzen 4:3, Handelingen 21:8, Handelingen 21:913De Dalpoort bouwde Chanoen met de burgers van Zanóach; ze trokken haar op, en voorzagen haar van deuren, sluitbomen en grendels; bovendien bouwden zij duizend el van de muur tot aan de Aspoort.stylusNehemia 2:13, Nehemia 2:13, Jozua 15:34, Jozua 15:34, 2 Kronieken 26:914De Aspoort bouwde Malki-ja, de zoon van Rekab en overste van het distrikt Bet-Hakkérem; hij trok haar op, en voorzag haar van deuren, sluitbomen en grendels.stylusJeremia 6:1, Jeremia 6:1, Nehemia 2:13, Nehemia 2:13, Nehemia 3:1515De Bronpoort bouwde Sjalloem, de zoon van Kol-Choze en overste van het distrikt Mispa; hij trok haar op overkapte haar, en voorzag haar van deuren, sluitbomen en grendels; bovendien bouwde hij de muur bij de vijvers van de waterleiding bij de koningstuin tot aan de trappen, die van de Stad van David omlaag gaan.stylusJohannes 9:7, Johannes 9:7, Jesaja 8:6, Jesaja 8:6, Nehemia 12:3716Vervolgens bouwde Nechemja, de zoon van Azboek en overste van het halve distrikt Bet-Soer, tot het punt tegenover de graven van David, en tegenover de kunstmatige vijver en de kazerne der soldaten.stylusNehemia 3:12, Nehemia 3:9, 2 Koningen 20:20, Handelingen 2:29, Nehemia 3:1217Vervolgens bouwden de levieten Rechoem, de zoon van Bani, en naast hem Chasjabja, de overste van het halve distrikt Keïla, voor rekening van zijn distrikt.stylusJozua 15:44, Jozua 15:44, 1 Samuël 23:1, 1 Samuël 23:13, 1 Kronieken 23:418Daarna bouwde zijn ambtgenoot Bawwai, de zoon van Chenadad en overste van het halve distrikt Keïla.stylus19Naast hem bouwde Ézer, de zoon van Jesjóea en overste van Mispa, een tweede gedeelte, namelijk de hoek tegenover de opgang naar het arsenaal.stylus2 Kronieken 26:9, 2 Kronieken 26:9, Nehemia 12:8, Nehemia 10:9, Nehemia 12:820Vervolgens bouwde Baroek, de zoon van Zabbai, een ander stuk, van de hoek af tot waar het huis van den hogepriester Eljasjib begint.stylusNehemia 3:1, Nehemia 3:1, Romeinen 12:11, Prediker 9:10, Romeinen 12:1121Daarna bouwde Meremot, de zoon van Oeri-ja, zoon van Hakkos, een ander gedeelte, van het punt af, waar het huis van Eljasjib begint, tot aan het eind van diens huis.stylusNehemia 7:63, Ezra 2:61, Nehemia 7:63, Ezra 2:6122Vervolgens bouwden de priesters, die daar in de buurt woonden;stylusNehemia 12:28, Nehemia 12:28, Nehemia 6:2, Nehemia 6:223daarna Binjamin en Chassjoeb tegenover hun huis; dan Azarja, de zoon van Maäseja, zoon van Ananja, in de buurt van zijn huis.stylusNehemia 10:2, Nehemia 8:4, Nehemia 3:29, Nehemia 3:30, Nehemia 8:724Vervolgens bouwde Binnoej, de zoon van Chenadad, een ander gedeelte van het huis van Azarja af tot aan de hoek van het terras;stylusNehemia 3:19, Nehemia 3:19, Nehemia 3:11, Nehemia 3:27, Nehemia 10:925daarnaast Palal, de zoon van Oezai, tegenover de hoek en de hoge toren, die uitspringt van het koninklijk paleis bij de gevangenhof; dan Pedaja, de zoon van Parosj;stylusJeremia 32:2, Jeremia 32:2, Jeremia 37:21, Jeremia 37:21, Ezra 2:326daarna de tempelknechten, die op de Ofel woonden, tot het punt tegenover de oostelijke Waterpoort en de vooruitspringende toren.stylusNehemia 11:21, Nehemia 8:1, Nehemia 11:21, Nehemia 8:1, Nehemia 8:327Vervolgens bouwden burgers van Tekóa het tweede gedeelte van het punt af tegenover de grote vooruitspringende toren tot aan de muur van de Ofel.stylusNehemia 3:5, Nehemia 3:528Van de Paardenpoort af bouwden de priesters, iedereen tegenover zijn eigen huis.stylus2 Kronieken 23:15, 2 Kronieken 23:15, 2 Koningen 11:16, Jeremia 31:40, 2 Koningen 11:1629Vervolgens bouwde Sadok, de zoon van Immer, tegenover zijn huis; daarna Sjemaja, de zoon van Sjekanja en bewaker van de Oostpoort.stylusEzra 10:2, Jeremia 19:2, Nehemia 7:40, Ezra 2:37, Ezra 10:230Vervolgens bouwden Chananja, de zoon van Sjelemja, en Chanoen, de zesde zoon van Salaf, een ander gedeelte; daarna Mesjoellam, de zoon van Berekja, tegenover zijn kamer. Vervolgens bouwde de goudsmid Malki-ja tot aan het huis van de tempelknechten en dat van de handelaars tegenover de Wachtpoort en tot aan de bovenbouw van het terras.stylus31Tussen de bovenbouw van het terras tot aan de Schaapspoort bouwden de goudsmeden en de handelaars.stylusNehemia 3:32, Nehemia 3:8, Nehemia 3:32, Nehemia 3:8