Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Nehemia Hoofdstuk 3

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
NEHEMIA

Nehemia 3

1Toen begonnen Eljasjib, de hogepriester, met zijn medepriesters het werk. Ze bouwden de Schaapspoort, wijdden haar in, en plaatsten er de deuren in; ze bouwden tot aan de toren Mea, en vervolgens tot de Chananel-toren.
Nehemia 12:39, Nehemia 12:39, Jeremia 31:38, Jeremia 31:38, Johannes 5:2
2Naast hen bouwden de burgers van Jericho, en daarnaast bouwde Zakkoer, de zoon van Imri.
Nehemia 7:36, Nehemia 7:36, Ezra 2:34, Ezra 2:34, Nehemia 10:12
3De Vispoort bouwden de zonen van Senaä; ze overkapten haar, en voorzagen haar van deuren, sluitbomen en grendels.
2 Kronieken 33:14, Nehemia 12:39, 2 Kronieken 33:14, Nehemia 12:39, Nehemia 2:8
4Naast hen bouwde Meremot, de zoon van Oeri-ja, zoon van Hakkos; naast hem Mesjoellam, de zoon van Berekja, zoon van Mesjezabel; daarnaast Sadok, de zoon van Baäna.
Ezra 8:33, Ezra 8:33, Nehemia 3:21, Nehemia 3:21, Nehemia 10:15
5Naast hen bouwden burgers van Tekóa; maar hun edelen zetten hun schouders niet onder het werk van hun Heer.
Nehemia 3:27, Nehemia 3:27, 2 Samuël 14:2, 2 Samuël 14:2, Jeremia 27:8
6De Oude Poort bouwden Jojada, de zoon van Paséach, en Mesjoellam, de zoon van Besodeja; ze overkapten haar, en voorzagen haar van deuren, sluitbomen en grendels.
Nehemia 12:39, Nehemia 12:39
7Naast hen bouwden Melatja, de Giboniet, en Jadon, de Meronotiet, burgers van Gibon en Mispa, tot aan het paleis van den stadhouder aan de overzijde van de Rivier.
2 Samuël 21:2, 2 Samuël 21:2, Nehemia 3:19, Nehemia 2:7, Nehemia 2:8
8Naast hen bouwde de goudsmid Oezziël, de zoon van Charhaja, en daarnaast Chananja, de balsembereider; zij herstelden Jerusalem tot aan de Brede Muur.
Nehemia 12:38, Nehemia 12:38, Nehemia 3:31, Nehemia 3:32, Nehemia 3:31
9Naast hen bouwde Refaja, de zoon van Choer en overste van het halve distrikt Jerusalem.
Nehemia 3:12, Nehemia 3:12, Nehemia 3:17, Nehemia 3:17
10Naast hem bouwde Jedaja, de zoon van Charoemaf, tegenover zijn huis; daarnaast Chattoesj, de zoon van Chasjabneja.
Nehemia 3:28, Nehemia 3:30, Nehemia 10:4, Nehemia 3:23, Nehemia 3:28
11Het tweede gedeelte met de Bakoven-toren bouwden Malki-ja, de zoon van Charim, en Chassjoeb, de zoon van Pachat-Moab.
Nehemia 12:38, Nehemia 12:38, Ezra 2:6, Ezra 2:6, Nehemia 10:5
12Naast hen bouwde Sjalloem, de zoon van Hallochesj en overste van het halve distrikt Jerusalem, met zijn dochters.
Nehemia 3:9, Nehemia 3:9, Filippenzen 4:3, Handelingen 21:8, Handelingen 21:9
13De Dalpoort bouwde Chanoen met de burgers van Zanóach; ze trokken haar op, en voorzagen haar van deuren, sluitbomen en grendels; bovendien bouwden zij duizend el van de muur tot aan de Aspoort.
Nehemia 2:13, Nehemia 2:13, Jozua 15:34, Jozua 15:34, 2 Kronieken 26:9
14De Aspoort bouwde Malki-ja, de zoon van Rekab en overste van het distrikt Bet-Hakkérem; hij trok haar op, en voorzag haar van deuren, sluitbomen en grendels.
Jeremia 6:1, Jeremia 6:1, Nehemia 2:13, Nehemia 2:13, Nehemia 3:15
15De Bronpoort bouwde Sjalloem, de zoon van Kol-Choze en overste van het distrikt Mispa; hij trok haar op overkapte haar, en voorzag haar van deuren, sluitbomen en grendels; bovendien bouwde hij de muur bij de vijvers van de waterleiding bij de koningstuin tot aan de trappen, die van de Stad van David omlaag gaan.
Johannes 9:7, Johannes 9:7, Jesaja 8:6, Jesaja 8:6, Nehemia 12:37
16Vervolgens bouwde Nechemja, de zoon van Azboek en overste van het halve distrikt Bet-Soer, tot het punt tegenover de graven van David, en tegenover de kunstmatige vijver en de kazerne der soldaten.
Nehemia 3:12, Nehemia 3:9, 2 Koningen 20:20, Handelingen 2:29, Nehemia 3:12
17Vervolgens bouwden de levieten Rechoem, de zoon van Bani, en naast hem Chasjabja, de overste van het halve distrikt Keïla, voor rekening van zijn distrikt.
Jozua 15:44, Jozua 15:44, 1 Samuël 23:1, 1 Samuël 23:13, 1 Kronieken 23:4
18Daarna bouwde zijn ambtgenoot Bawwai, de zoon van Chenadad en overste van het halve distrikt Keïla.
19Naast hem bouwde Ézer, de zoon van Jesjóea en overste van Mispa, een tweede gedeelte, namelijk de hoek tegenover de opgang naar het arsenaal.
2 Kronieken 26:9, 2 Kronieken 26:9, Nehemia 12:8, Nehemia 10:9, Nehemia 12:8
20Vervolgens bouwde Baroek, de zoon van Zabbai, een ander stuk, van de hoek af tot waar het huis van den hogepriester Eljasjib begint.
Nehemia 3:1, Nehemia 3:1, Romeinen 12:11, Prediker 9:10, Romeinen 12:11
21Daarna bouwde Meremot, de zoon van Oeri-ja, zoon van Hakkos, een ander gedeelte, van het punt af, waar het huis van Eljasjib begint, tot aan het eind van diens huis.
Nehemia 7:63, Ezra 2:61, Nehemia 7:63, Ezra 2:61
22Vervolgens bouwden de priesters, die daar in de buurt woonden;
Nehemia 12:28, Nehemia 12:28, Nehemia 6:2, Nehemia 6:2
23daarna Binjamin en Chassjoeb tegenover hun huis; dan Azarja, de zoon van Maäseja, zoon van Ananja, in de buurt van zijn huis.
Nehemia 10:2, Nehemia 8:4, Nehemia 3:29, Nehemia 3:30, Nehemia 8:7
24Vervolgens bouwde Binnoej, de zoon van Chenadad, een ander gedeelte van het huis van Azarja af tot aan de hoek van het terras;
Nehemia 3:19, Nehemia 3:19, Nehemia 3:11, Nehemia 3:27, Nehemia 10:9
25daarnaast Palal, de zoon van Oezai, tegenover de hoek en de hoge toren, die uitspringt van het koninklijk paleis bij de gevangenhof; dan Pedaja, de zoon van Parosj;
Jeremia 32:2, Jeremia 32:2, Jeremia 37:21, Jeremia 37:21, Ezra 2:3
26daarna de tempelknechten, die op de Ofel woonden, tot het punt tegenover de oostelijke Waterpoort en de vooruitspringende toren.
Nehemia 11:21, Nehemia 8:1, Nehemia 11:21, Nehemia 8:1, Nehemia 8:3
27Vervolgens bouwden burgers van Tekóa het tweede gedeelte van het punt af tegenover de grote vooruitspringende toren tot aan de muur van de Ofel.
Nehemia 3:5, Nehemia 3:5
28Van de Paardenpoort af bouwden de priesters, iedereen tegenover zijn eigen huis.
2 Kronieken 23:15, 2 Kronieken 23:15, 2 Koningen 11:16, Jeremia 31:40, 2 Koningen 11:16
29Vervolgens bouwde Sadok, de zoon van Immer, tegenover zijn huis; daarna Sjemaja, de zoon van Sjekanja en bewaker van de Oostpoort.
Ezra 10:2, Jeremia 19:2, Nehemia 7:40, Ezra 2:37, Ezra 10:2
30Vervolgens bouwden Chananja, de zoon van Sjelemja, en Chanoen, de zesde zoon van Salaf, een ander gedeelte; daarna Mesjoellam, de zoon van Berekja, tegenover zijn kamer. Vervolgens bouwde de goudsmid Malki-ja tot aan het huis van de tempelknechten en dat van de handelaars tegenover de Wachtpoort en tot aan de bovenbouw van het terras.
31Tussen de bovenbouw van het terras tot aan de Schaapspoort bouwden de goudsmeden en de handelaars.
Nehemia 3:32, Nehemia 3:8, Nehemia 3:32, Nehemia 3:8

Andere Boeken

NehemiaTobitJudith+

Andere Boeken

NehemiaHfst. 3
TobitJudithEstherJobPsalmen
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward