1Toen Sanbállat hoorde, dat wij bezig waren, de muur te herbouwen, ontstak hij in gramschap en woede. Hij begon, de spot met de Joden te drijven,stylusNehemia 2:10, Hebreeën 11:36, Nehemia 2:10, Hebreeën 11:36, Handelingen 5:172en sprak voor zijn ambtgenoten en de bezetting van Samaria: Wat voeren die stakkers van Joden toch uit? Willen ze het God laten doen, en maar offers brengen, het vandaag nog voltooien? Willen zij de stenen, die door het vuur zijn verkoold, uit de hopen stof doen verrijzen?stylus1 Korintiërs 1:27, Ezra 4:9, Ezra 4:10, 1 Korintiërs 1:27, Ezra 4:93En Tobi-ja, de Ammoniet, die bij hem stond, vervolgde: Wat ze ook bouwen, als er een jakhals tegen springt, slaat hij een bres in hun stenen muur!stylusNehemia 2:19, Nehemia 2:19, 1 Koningen 20:10, Nehemia 2:10, 2 Koningen 18:234Hoor, onze God, hoe wij worden gehoond! Werp hun smaad op hun eigen hoofd terug, en maak ze tot een prooi in hun ballingsoord.stylusPsalmen 79:12, Psalmen 79:12, Psalmen 123:3, Psalmen 123:4, Psalmen 123:35Neen, bedek hun misdaad niet, en wis hun zonde niet weg voor uw aanschijn; want ze hebben de bouwers gekrenkt!stylusJeremia 18:23, Psalmen 109:14, Jeremia 18:23, Psalmen 109:14, Psalmen 69:276Intussen bouwden wij voort aan de muur, en weldra was hij over de hele afstand tot halver hoogte hersteld; want het volk had hart voor het werk.stylusFilippenzen 2:13, Filippenzen 2:13, Hebreeën 13:21, 1 Kronieken 29:3, Nehemia 6:157Toen Sanbállat en Tobi-ja met de Arabieren, Ammonieten en de bewoners van Asjdod dan ook vernamen, dat de bouw van Jerusalems muren vorderde, en dat de bressen zich begonnen te sluiten, werden ze woedend.stylusNehemia 4:1, Nehemia 2:10, Nehemia 4:1, Nehemia 2:10, Handelingen 5:338Allen staken de hoofden bijeen, om Jerusalem te gaan bestrijden, en er verwarring te stichten.stylusPsalmen 83:3, Psalmen 83:11, Psalmen 83:3, Psalmen 83:11, Psalmen 2:19Doch wij baden tot onzen God, en lieten, daar we ze vreesden, dag en nacht tegen hen een wacht betrekken.stylus1 Petrus 5:8, 1 Petrus 5:8, Handelingen 4:24, Handelingen 4:30, Handelingen 4:2410Maar ook Juda zeide: De kracht der dragers schiet te kort, en puinen zijn er genoeg; we zijn niet in staat, de muur te herbouwen.stylusNumeri 32:9, 2 Kronieken 2:18, Ezechiël 29:18, Psalmen 11:1, Psalmen 11:211Onze vijanden dachten: Ze moeten niets weten en merken, voordat we in hun midden verschijnen, ze doden en het werk stopzetten.stylusJesaja 47:11, Psalmen 56:6, Handelingen 23:21, 1 Tessalonicenzen 5:2, 2 Samuël 17:212Maar de Joden, die in hun nabijheid woonden, kwamen ons wel tien keer zeggen: Ze rukken uit alle plaatsen, waar ze wonen, tegen ons op!stylusGenesis 31:41, Job 19:3, Genesis 31:7, Numeri 14:22, Genesis 31:4113Daarop wierp ik op de lager gelegen plaatsen achter de muren verschansingen op, en plaatste daar het volk in familiegroepen met hun zwaarden, lansen en bogen.stylusNehemia 4:17, Nehemia 4:18, Efeziërs 6:11, Efeziërs 6:20, Nehemia 4:1714En toen ik zag, hoe bang ze waren, sprong ik op, en sprak tot de edelen, de voormannen en de rest van het volk: Vreest ze niet, maar denkt aan den groten en ontzaglijken Heer, en strijdt voor uw broeders, uw zonen en dochters, voor uw vrouwen en voor uw gezinnen!stylusNumeri 14:9, 2 Samuël 10:12, Numeri 14:9, 2 Samuël 10:12, Jesaja 41:1015Toen onze vijanden hoorden, dat we op de hoogte waren gebracht, en dat God hun plan had verijdeld, konden wij allen naar de muren terugkeren, en ieder weer aan zijn werk gaan.stylus2 Samuël 17:14, 2 Samuël 17:14, Romeinen 12:11, Romeinen 12:11, Job 5:1216Toch bleef van die dag af slechts de éne helft van mijn gevolg aan het werk, terwijl de andere helft met lansen, schilden, bogen en pantsers waren gewapend, en de leiders achter de bevolking van Juda bleven staan,stylusNehemia 4:23, Nehemia 4:23, Psalmen 101:6, Nehemia 5:15, Nehemia 5:1617dat aan de muur voortbouwde. De dragers, die de lasten sleepten, verrichtten het werk met de éne hand, terwijl de andere de werpspies hield;stylus2 Timotheüs 4:7, 2 Korintiërs 6:7, 2 Timotheüs 2:3, 2 Timotheüs 4:7, 2 Korintiërs 6:718de metselaars hadden onder het bouwen allen het zwaard aan de lenden gegord. Den bazuinblazer hield ik bij mij.stylusNumeri 10:9, 2 Kronieken 13:12, 2 Kronieken 13:17, Numeri 10:9, 2 Kronieken 13:1219En ik sprak tot de edelen, de hoofdmannen en tot de rest van het volk: Het werk is omvangrijk en uitgestrekt, zodat wij over de muren zijn verspreid en ver van elkaar staan.stylus20Waar ge dus het signaal hoort van de bazuin, daar moet ge u met ons verenigen, en onze God zal voor ons strijden.stylusExodus 14:14, Exodus 14:14, Deuteronomium 20:4, Deuteronomium 1:30, Deuteronomium 20:421Zo werkten we voort, de helft van hen met lansen gewapend, van het gloren van de dageraad af, totdat de sterren verschenen.stylusGalaten 6:9, Galaten 6:9, Kolossenzen 1:29, Kolossenzen 1:29, 1 Korintiërs 15:5822Ook dan nog sprak ik tot het volk: Iedereen moet met zijn knechten binnen Jerusalem overnachten. Zo waren zij ons des nachts tot een wacht, overdag tot een werkploeg.stylusNehemia 11:1, Nehemia 11:2, Nehemia 11:1, Nehemia 11:223Ikzelf en mijn broers, mijn gevolg en mijn lijfwacht waren nooit uit de kleren, en hielden allen de werpspies in de rechterhand.stylusRichteren 5:11, Richteren 9:48, 1 Korintiërs 15:10, Nehemia 5:16, Nehemia 7:2