1Wee de bloedstad, Heel en al leugen, Volgepropt met geweld, Nooit verzadigd van roof!stylusMaleachi 4:5, Maleachi 4:5, Lucas 1:76, Lucas 1:76, Marcus 1:22Hoor, het klappen der zwepen, Het knarsen der wielen, Jachtende paarden, hotsende wagens,stylusZacharia 13:9, Zacharia 13:9, Jesaja 4:4, Jesaja 4:4, 1 Korintiërs 3:133Galopperende ruiters. Flikkerende zwaarden, bliksemende lansen, Hopen gewonden, en stapels van doden; Ontelbare lijken, Men struikelt erover.stylusJesaja 1:25, Jesaja 1:25, Spreuken 17:3, Spreuken 17:3, Hebreeën 12:104Dat komt van de eindeloze ontucht der deerne, Van de bevallige tovenares, Die de volken in haar ontucht verstrikte, En stammen in haar toverkunsten.stylus2 Kronieken 7:1, 2 Kronieken 7:3, 2 Kronieken 7:1, 2 Kronieken 7:3, Ezechiël 43:265Zie, Ik kom op u af, Is de godsspraak van Jahweh der heirscharen: Ik licht uw slippen omhoog Tot over uw hoofd. Ik laat de volken uw naaktheid zien, En koninkrijken uw schaamte;stylusJakobus 5:8, Jakobus 5:9, Jakobus 5:8, Jakobus 5:9, Hebreeën 13:46Ik werp vuil op u neer, Maak u tot schande en schouwspel.stylusNumeri 23:19, Numeri 23:19, Hebreeën 13:8, Hebreeën 13:8, Jakobus 1:177Dan zal al, die u ziet, van u vluchten, En zeggen: Ninive ligt verwoest! Wie zal haar beklagen, Waar zoek ik troosters voor haar?stylusZacharia 1:3, Zacharia 1:3, Romeinen 10:21, Romeinen 10:21, Romeinen 10:38Of zijt gij beter dan No-Amon Dat troont aan de Nijl, van water omringd, Wiens bolwerk de zee, Wiens muren de wateren waren?stylusSpreuken 3:9, Spreuken 3:10, Spreuken 3:9, Spreuken 3:10, Mattheüs 22:219Koesj en Egypte waren zijn eindeloze kracht, Poet en de Lybiërs zijn helpers:stylusDeuteronomium 28:15, Deuteronomium 28:19, Deuteronomium 28:15, Deuteronomium 28:19, Haggaï 2:1410Toch moest het heen, Moest het in ballingschap gaan! Toch werden zijn kinderen te pletter geslagen Op alle hoeken der straten, Het lot over zijn edelen geworpen, Alle aanzienlijken in boeien geklonken.stylus2 Korintiërs 9:6, 2 Korintiërs 9:8, 2 Korintiërs 9:6, 2 Korintiërs 9:8, Mattheüs 6:3311Gij ook zult u dronken drinken, En worden beneveld; Ook gij zult op zoek moeten gaan Naar een schuilplaats tegen den vijand!stylusDeuteronomium 11:14, Deuteronomium 11:14, Joël 2:22, Joël 2:22, Amos 7:112Al uw vestingen zijn als de vijg Met vroegrijpe vruchten: Wanneer men ze schudt, Vallen ze den eter in de mond!stylusZacharia 8:23, Jesaja 61:9, Zacharia 8:23, Jesaja 61:9, Jesaja 62:413Zie, uw volk in uw kring is als vrouwen De poorten van uw land Staan wagenwijd voor uw vijanden open, Het vuur heeft uw grendels verteerd.stylusMaleachi 2:17, Maleachi 2:17, Romeinen 9:20, Jesaja 37:23, Romeinen 9:2014Put water voor de belegering, Versterk uw burchten; Treed de klei, en kneed het leem, Grijp de vorm voor de tichels!stylusJesaja 58:3, Jesaja 58:3, Sefanja 1:12, Job 35:3, Psalmen 73:815Daar zal het vuur u verteren, Het zwaard u verslinden: U verteren als de sprinkhaan, U verslinden als de knaagbek. Al zijt ge talrijk als de sprinkhaan,stylusMaleachi 4:1, Maleachi 4:1, Maleachi 2:17, Job 21:7, Job 21:1516Uw kooplieden in groter getal Dan de sterren aan de hemel: De knaagbek ontpopt, en vliegt heen.stylusOpenbaring 20:12, Openbaring 20:12, Psalmen 56:8, Psalmen 56:8, Maleachi 4:217Uw leiders zijn als de sprinkhaan, uw beambten een zwerm, Die als het koud is, in de muren gaan schuilen; Maar komt de zon, dan vliegen ze heen: Men kent de plaats niet, waar ze blijven!stylusExodus 19:5, Exodus 19:5, Deuteronomium 7:6, Deuteronomium 7:6, 2 Korintiërs 6:1818Uw herders dommelen, koning van Assjoer, Uw vorsten slapen: Uw volk is op de bergen verstrooid, Niemand brengt het bijeen.stylusGenesis 18:25, Mattheüs 25:46, Genesis 18:25, Mattheüs 25:46, Psalmen 58:1019Geen heil voor uw plaag, Ongeneeslijk uw wonde:Wie van u hoort, klapt om u in de handen; Wie immers had niet steeds van uw boosheid te lijden?stylus