1In het tweede jaar van koning Darius, in de zesde maand en op de eerste dag van de maand, werd het woord van Jahweh door den profeet Aggeus gericht tot Zorobabel, den zoon van Salatiël en landvoogd van Juda, en tot den hogepriester Jehosjóea, den zoon van Jehosadak:stylusHandelingen 1:1, Handelingen 1:3, Handelingen 1:1, Handelingen 1:3, 2 Petrus 1:162Zo spreekt Jahweh der heirscharen! Dit volk zegt: De tijd is nog niet gekomen, om de tempel van Jahweh te bouwen.stylusJohannes 15:27, Johannes 15:27, Handelingen 26:16, Handelingen 26:16, Hebreeën 2:33Maar het woord van Jahweh werd door den profeet Aggeus verkondigd:stylusHandelingen 1:1, Handelingen 26:25, Handelingen 1:1, Handelingen 26:25, Handelingen 11:44Is het dan wel de tijd voor u, om in betimmerde huizen te wonen, terwijl dit huis nog in puin ligt?stylusJohannes 20:31, Johannes 20:31, Handelingen 18:25, Handelingen 18:25, Galaten 6:65Welnu, zo spreekt Jahweh der heirscharen: Let dan eens op, wat er met u is gebeurd!stylus1 Kronieken 24:10, 1 Kronieken 24:10, Mattheüs 2:1, Mattheüs 2:1, 1 Kronieken 24:196Ge hebt veel gezaaid, maar weinig geoogst; ge hebt gegeten, maar werdt niet verzadigd; ge hebt gedronken, maar uw dorst niet gelest; ge hebt u gekleed, maar niet verwarmd; en de werkman kreeg zijn loon in een buidel zonder bodem.stylusGenesis 7:1, Genesis 7:1, Genesis 17:1, Genesis 17:1, 1 Koningen 9:47Zo spreekt Jahweh der heirscharen: Let eens op, wat er met u is gebeurd!stylusGenesis 18:11, 1 Samuël 1:2, Hebreeën 11:11, Genesis 18:11, 1 Samuël 1:28Gaat dus de bergen in, om hout te halen, en bouwt het huis; Ik zal er mijn vreugde en glorie in vinden, spreekt Jahweh!stylus1 Kronieken 24:19, 2 Kronieken 8:14, 1 Kronieken 24:19, 2 Kronieken 8:14, 2 Kronieken 31:29Ge hebt veel verwacht, maar weinig gekregen; ge hebt het binnen gesleept, maar Ik blies het weg. Waarom? is de godsspraak van Jahweh. Omdat mijn huis in puin ligt, terwijl gij allen u rept voor uw eigen huis.stylus2 Kronieken 29:11, 2 Kronieken 29:11, 1 Kronieken 23:13, Exodus 30:7, Exodus 30:810Daarom weigerde de hemel u dauw;stylusLeviticus 16:17, Leviticus 16:17, Openbaring 8:3, Openbaring 8:3, Hebreeën 9:2411daarom heb Ik een droogte ontboden over het land en de bergen, over koren en most, over olie en veldvrucht, over mensen en dieren, over al het werk uwer handen!stylusRichteren 13:3, Handelingen 10:3, Handelingen 10:4, Exodus 40:26, Exodus 40:2712Zorobabel, de zoon van Salatiël, en Jehosjóea de hogepriester, de zoon van Jehosadak, luisterden met al het overige volk naar de stem van Jahweh, hun God, en naar de woorden van den profeet Aggeus, welke Jahweh hem had gelast, tot hen te spreken. En het volk werd met vrees voor Jahweh vervuld.stylusRichteren 6:22, Richteren 6:22, Richteren 13:22, Richteren 13:22, Lucas 2:913Toen sprak Aggeüs, de gezant van Jahweh, in opdracht van Jahweh tot het volk: Ik ben met u, is de godsspraak van Jahweh!stylusHandelingen 10:31, Handelingen 10:31, 1 Samuël 2:21, 1 Samuël 2:21, Psalmen 113:914Zo prikkelde Jahweh de ijver van Zorobabel, den zoon van Salatiël en landvoogd van Juda, de ijver van Jehosjóea, den hogepriester en zoon van Jehosadak, de ijver ook van al het overige volk, zodat zij begonnen te werken aan het huis van Jahweh der heirscharen, hun God.stylusLucas 1:58, Lucas 1:58, Spreuken 15:20, Spreuken 23:24, Spreuken 15:20