1Een vernieler trekt op u af: Bewaak de vesting, Let op de weg, de lenden omgord, Al uw krachten ingespannen!stylusMaleachi 1:6, Hosea 5:1, Jeremia 13:13, Maleachi 1:6, Hosea 5:12Waarachtig Jahweh zal de wijngaard van Jakob herstellen, Als Israëls glorie: Omdat de rovers hem hebben geplunderd, En zijn ranken hebben vernield!stylusLucas 17:18, Openbaring 14:7, Lucas 17:18, Openbaring 14:7, Psalmen 69:223Het schild van zijn helden is rood geverfd, Zijn krijgers zijn purper gekleurd; Als vuur flikkert het staal van zijn wagens, Hij staat nu ten strijde gereed, de lansen worden gezwaaid.stylusNahum 3:6, Nahum 3:6, Maleachi 2:9, Maleachi 2:9, 1 Koningen 14:104Over de wegen razen de wagens, Over de vlakten jagen ze voort; Ze gloeien als fakkels Als bliksemschichten schieten ze uit.stylusNumeri 3:12, Numeri 3:12, Ezechiël 38:23, Ezechiël 38:23, Mattheüs 3:125Hij roept zijn dapperen op, Ze struikelen in hun vaart, En spoeden zich naar de wallen;stylusNumeri 25:12, Numeri 25:13, Numeri 25:12, Numeri 25:13, Ezechiël 34:256Het stormdak geplaatst, de sluizen der stromen geopend! Het paleis overstroomd,stylusDaniël 12:3, Daniël 12:3, Openbaring 14:5, 2 Timotheüs 2:15, 2 Timotheüs 2:167De vrouwen eruit, de ballingschap in: Haar maagden klagen als duiven, En slaan op de borst.stylus2 Timotheüs 2:24, 2 Timotheüs 2:25, 2 Timotheüs 2:24, 2 Timotheüs 2:25, Leviticus 10:118Ninive is als een vijver geworden, Waarvan het water wegloopt: "Blijft hier, blijft hier!" Maar niemand ziet om.stylusNehemia 13:29, Nehemia 13:29, Jeremia 18:15, Jeremia 18:15, Jesaja 30:119Rooft zilver, rooft goud, Geen eind aan de schatten; Kiest het heerlijkste uit Van haar kostbaar bezit!stylusDeuteronomium 1:17, 1 Samuël 2:30, Deuteronomium 1:17, 1 Samuël 2:30, Maleachi 2:810Plundering, roof en vernieling, Bonzende harten, knikkende knieën, Alle lenden verlamd, Alle gezichten doodsbleek.stylusPsalmen 100:3, Psalmen 100:3, Maleachi 2:11, Maleachi 2:11, 1 Korintiërs 8:611Waar is nu het hol van den leeuw, De krocht van de leeuwenwelpen, Waarheen de leeuw sluipt met de leeuwin En de welpen, door niemand verschrikt?stylus2 Korintiërs 6:14, 2 Korintiërs 6:18, 2 Korintiërs 6:14, 2 Korintiërs 6:18, Ezra 9:112Waar is de leeuw, die roofde voor zijn jongen, En worgde voor zijn leeuwinnen, Die zijn holen vulde met buit, Zijn krochten met prooi?stylusJesaja 9:14, Jesaja 9:16, Numeri 24:5, Nehemia 13:28, Nehemia 13:2913Uw leger laat Ik opgaan in rook, Het zwaard zal uw welpen verslinden; Ik zal uw buit van de aarde verdelgen, Het gebrul uwer leeuwinnen verstomt.stylusJesaja 1:11, Jesaja 1:15, Jesaja 1:11, Jesaja 1:15, Jeremia 14:12