1Intussen had Jahweh een grote vis laten komen, om Jonas op te slokken: en Jonas bleef in de buik van de vis drie dagen en drie nachten lang.stylusHaggaï 1:1, Haggaï 2:20, Haggaï 1:1, Haggaï 2:20, Haggaï 1:152En in de buik van de vis bad Jonas tot Jahweh, zijn God.stylusHaggaï 1:1, Haggaï 1:1, Nehemia 8:9, Ezra 1:8, Ezra 2:633Hij sprak: In mijn angst riep ik tot Jahweh, En Hij heeft mij verhoord; Uit de schoot der onderwereld riep ik om hulp, En Gij hebt naar mijn smeken geluisterd.stylusEzra 3:12, Ezra 3:12, Ezechiël 7:20, Lucas 21:5, Lucas 21:64Gij hebt mij in de diepte geworpen, In het midden der zee; De vloed hield mij gevangen, Uw kolken en baren sloegen over mij heen.stylus1 Kronieken 28:20, 1 Kronieken 28:20, Zacharia 8:9, Zacharia 8:9, Jozua 1:95Ik sprak bij mijzelf: Ik ben verstoten uit uw oog; Hoe zal ik ooit nog aanschouwen Uw heilige tempel?stylusExodus 34:10, Exodus 34:10, Nehemia 9:20, Exodus 29:45, Exodus 29:466Het water steeg me tot de lippen, De afgrond hield me gevangen; Het zeewier omkranste mijn hoofd Met een blijvende tooi.stylusHebreeën 12:26, Hebreeën 12:28, Hebreeën 12:26, Hebreeën 12:28, Jesaja 10:257Tot de grondvesten der bergen daalde ik af, Naar het gewest met zijn eeuwige grendels; Maar Gij hebt mij uit het graf doen verrijzen, Jahweh, mijn God!stylusMaleachi 3:1, Maleachi 3:1, 1 Koningen 8:11, 1 Koningen 8:11, Daniël 2:448Toen mijn ziel in mij versmachtte, Dacht ik aan Jahweh; En mijn gebed drong tot U door, In uw heilige tempel.stylusPsalmen 50:10, Psalmen 50:12, Psalmen 50:10, Psalmen 50:12, Psalmen 24:19Afgodendienaars weigeren hun hulde;stylusPsalmen 85:8, Psalmen 85:9, Psalmen 85:8, Psalmen 85:9, 2 Korintiërs 3:910Maar ik wil U lofzangen brengen, En wat ik beloofd heb, vervullen: Van Jahweh komt redding!stylusHaggaï 2:20, Haggaï 2:20, Haggaï 1:1, Haggaï 1:1, Haggaï 1:1511Toen spuwde de vis, op Jahweh’s bevel, Jonas uit op de kust.stylusLeviticus 10:10, Leviticus 10:11, Maleachi 2:7, Leviticus 10:10, Leviticus 10:11