1Job antwoordde, en sprak Waarom zijn er door den Almachtige dan geen tijden bepaald, En aanschouwen zij, die Hem kennen, zijn dagen niet?stylusPsalmen 37:7, Psalmen 37:7, Spreuken 3:31, Spreuken 3:31, Jakobus 4:52Waarom verzetten dan de bozen de grensstenen, En beroven zij kudde en herder?stylusPsalmen 7:14, Psalmen 10:7, Psalmen 7:14, Psalmen 10:7, Psalmen 28:33Ze voeren den ezel der wezen weg, En leggen beslag op het rund van de weduwe;stylusSpreuken 14:1, Spreuken 14:1, 1 Korintiërs 3:9, 1 Korintiërs 3:9, Spreuken 9:14De berooiden worden van de weg gedrongen, De armen in het land moeten zich allen verbergen;stylusSpreuken 21:20, Spreuken 15:6, Spreuken 21:20, Spreuken 15:6, Spreuken 20:155Als wilde ezels in de woestijn Trekken ze uit, om te zwoegen. Ze zoeken tot de avond naar buit, Maar geen brood voor hun kinderen!stylusPrediker 7:19, Prediker 7:19, Spreuken 21:22, Kolossenzen 1:11, Spreuken 21:226Ze roven des nachts de oogst van het veld, En zoeken de wijngaard der rijken af.stylusSpreuken 11:14, Spreuken 11:14, Spreuken 20:18, Spreuken 20:18, Spreuken 15:227Naakt overnachten zij, zonder kleed, En zonder dekking tegen de kou;stylusSpreuken 14:6, Spreuken 14:6, Psalmen 10:5, Psalmen 10:5, Amos 5:158Ze worden nat door de stortvloed der bergen, Drukken zich tegen de rotsen, omdat de schuilplaats ontbreektstylusPsalmen 21:11, Psalmen 21:11, Spreuken 6:18, Spreuken 6:14, Spreuken 14:229Ze rukken den wees van de moederborst af En nemen den zuigeling der armen tot pand.stylusMattheüs 15:19, Mattheüs 15:19, 2 Korintiërs 10:5, Jesaja 55:7, 2 Korintiërs 10:510Naakt lopen ze rond, ongekleed, Zelf hongerig, moeten ze schoven torsen;stylusJesaja 40:28, Jesaja 40:31, Jesaja 40:28, Jesaja 40:31, Efeziërs 3:1311Ze persen de olie tussen twee stenen, Treden de perskuip, maar lijden dorst.stylusPsalmen 82:4, Psalmen 82:4, Jesaja 58:6, Jesaja 58:7, Jesaja 58:612Uit de stad stijgt het kermen der stervenden op, En roept de ziel der gewonden om hulp; Maar God luistert niet naar hun smeken, Hùn schenkt Hij geen aandacht!stylusJob 34:11, Job 34:11, Openbaring 2:23, Openbaring 2:23, Romeinen 2:613En schuwen het licht; Ze kennen zijn wegen niet, En blijven niet op zijn paden.stylusJesaja 7:15, Hooglied 5:1, Jesaja 7:15, Hooglied 5:1, Spreuken 25:1614Eer het licht wordt, maakt zich de moordenaar op, Om armen en berooiden te doden; En terwijl het nog nacht is, Sluipt hij rond als een dief.stylusSpreuken 23:18, Spreuken 2:10, Spreuken 23:18, Spreuken 2:10, Jakobus 1:2515Het oog van den overspeler maakt van de schemering gebruik; Hij denkt: Geen oog, dat mij ziet; Hij slaat zich een sluier voor het gezicht,stylusHandelingen 9:24, Jesaja 32:18, 1 Samuël 23:20, 1 Samuël 23:23, Psalmen 140:516En breekt in het donker de huizen in. Maar zij sluiten zich op overdag, En willen van het daglicht niet weten;stylusPsalmen 34:19, Psalmen 34:19, Micha 7:8, Micha 7:10, Psalmen 37:2417Voor hen allen is de morgen als de schaduw des doods, Zodra het licht wordt, overvalt hen de doodschrik!stylusObadja 1:12, Obadja 1:12, Job 31:29, Job 31:29, Spreuken 17:518Die anderen vluchten weg voor de dag Zijn erfdeel ligt vervloekt in het land, Geen druiventreder trekt naar zijn wijnberg;stylusZacharia 1:15, Zacharia 1:16, Klaagliederen 4:21, Klaagliederen 4:22, Zacharia 1:1519Zoals droogte en hitte het sneeuwwater slurpen, Zo slurpt de onderwereld den zondaar op.stylusSpreuken 23:17, Spreuken 13:20, Psalmen 37:1, Spreuken 24:1, Psalmen 119:11520Door de moederschoot wordt hij vergeten, De wormen smullen van hem; Zijn naam wordt niet langer herdacht, Zijn ongerechtigheid geknakt als een boom.stylusSpreuken 13:9, Spreuken 13:9, Job 18:5, Job 18:6, Job 18:521Hij mishandelt de onvruchtbare, haar die niet baart, En behandelt de weduwe niet goed:stylusRomeinen 13:1, Romeinen 13:7, Romeinen 13:1, Romeinen 13:7, 1 Petrus 2:1322Maar Hij, die tyrannen verplettert, Zal het wreken door zijn kracht!stylus2 Samuël 18:7, 2 Samuël 18:8, Hosea 5:11, 2 Kronieken 13:16, 2 Kronieken 13:1723Hij is van zijn leven niet zeker, Gebroken de steun, waarop hij zich stut, En op zijn wegen ellende:stylusSpreuken 28:21, Spreuken 28:21, Spreuken 18:5, Spreuken 18:5, Psalmen 107:4324Een korte tijd rijst hij omhoog, dan is hij niet meer. Hij verdort als een kwijnende plant, Verlept als de top van een aar!stylusSpreuken 17:15, Spreuken 17:15, Jesaja 5:23, Spreuken 11:26, Jesaja 5:2325Is het niet waar, wie overtuigt mij van leugen, En wie ontzenuwt mijn betoog?stylus1 Timotheüs 5:20, 1 Timotheüs 5:20, Spreuken 28:23, Spreuken 28:23, 1 Koningen 21:19