1In die tijd, spreekt Jahweh, zal men het gebeente van Juda’s koningen en vorsten uit de graven halen, met het gebeente der priesters en profeten, met het gebeente van Jerusalems burgers.stylusHosea 6:7, Hosea 6:7, Deuteronomium 28:49, Deuteronomium 28:49, Hosea 5:82Men zal ze uitstallen voor zon en maan en heel het heir van de hemel, waarvan ze zoveel hebben gehouden, die ze hebben gediend en gevolgd, die ze hebben gezocht en aanbeden. Ze zullen niet worden verzameld, niet worden begraven, maar ze blijven liggen als mest op het land.stylusMattheüs 7:21, Titus 1:16, Mattheüs 7:21, Titus 1:16, Micha 3:113En de dood zal welkom zijn boven het leven voor de hele rest, die overblijft van dit boze geslacht, overal waar Ik ze heendrijf, is de godsspraak van Jahweh!stylusKlaagliederen 3:66, Klaagliederen 3:66, Leviticus 26:36, 1 Timotheüs 5:12, Psalmen 36:34Ge moet hun zeggen: Zo spreekt Jahweh! Staat iemand, die valt, nooit meer op; Keert iemand, die heengaat, niet terug?stylusHosea 13:9, Hosea 13:10, 2 Koningen 15:10, 2 Koningen 15:30, Hosea 13:95Waarom valt dan dit volk, Valt dan Jerusalem altijd af? Waarom houden ze dan aan leugens vast, En weigeren ze, zich te bekeren?stylusHosea 10:5, Hosea 10:5, Jeremia 13:27, Jeremia 13:27, Spreuken 1:226Ik luisterde en hoorde toe: Nooit spreken ze waarheid; Niemand heeft berouw van zijn boosheid, En zegt: Wat heb ik gedaan? Allen draven ze weg, Als een ros, dat stormt naar de strijd.stylusJesaja 44:9, Jesaja 44:20, Psalmen 115:4, Psalmen 115:8, 2 Koningen 23:157Zelfs de ooievaar in de lucht Kent zijn vaste tijden; Trekduif, zwaluw en gans Houden vast aan de tijd van hun komst. Maar mijn volk weet niet eens, Wat het Jahweh verplicht is!stylusSpreuken 22:8, Spreuken 22:8, Job 4:8, Job 4:8, Galaten 6:78Hoe durft ge zeggen: We zijn wijs, Wij hebben de wet van Jahweh toch? Zeker, maar ze is in leugen veranderd Door de leugenstift der schriftgeleerden.stylusJeremia 22:28, Jeremia 22:28, Jeremia 51:34, Jeremia 51:34, Romeinen 9:229De wijzen worden te schande, verslagen, verstrikt; Ze hebben Jahweh’s woord veracht: wat wijsheid hebben ze dan?stylusJeremia 2:24, Jeremia 2:24, Hosea 7:11, Hosea 5:13, Ezechiël 16:3310Daarom geef Ik hun vrouwen aan vreemden, Hun akkers aan nieuwe bezitters; Want van klein tot groot Azen allen op winst, Profeet en priester, Plegen allen bedrog;stylusEzechiël 16:37, Ezechiël 16:37, Ezechiël 26:7, Jesaja 10:8, Hosea 10:1011Ze menen, de wonde van mijn volk te genezen, Door lichtzinnig te roepen: Vrede, vrede! En er is geen vrede!stylusHosea 12:11, Hosea 12:11, Jeremia 16:13, Deuteronomium 4:28, Hosea 10:812Ze worden te schande, omdat ze zich schandelijk gedragen, Omdat ze niet blozen, en geen schaamte meer kennen. Daarom zullen ze vallen, als alles ineen valt; Struikelen, als Ik op hen afkom, spreekt Jahweh!stylusDeuteronomium 4:6, Deuteronomium 4:8, Deuteronomium 4:6, Deuteronomium 4:8, 2 Koningen 17:1513Nu haal Ik de oogst bij hen in: Is de godsspraak van Jahweh! Aan de wijnstok geen druiven, Aan de vijgeboom geen vijgen, De blaren verdord: Ik geef ze aan de voorbijgangers weg!stylusHosea 9:6, Hosea 9:9, Hosea 9:6, Hosea 9:9, Amos 8:714Waarom blijven we zitten? Verzamelt u; wij vluchten de vestingen in, En komen daar om; Want Jahweh, onze God, laat ons sterven. Hij geeft ons een gifdrank te drinken, Omdat wij tegen Jahweh hebben gezondigd.stylusDeuteronomium 32:18, Deuteronomium 32:18, Jeremia 17:27, Jeremia 17:27, Amos 2:515Op heil nog hopen? Geen goed te verwachten! Op een tijd van genezing? Neen, van verschrikking!stylus16Uit Dan hoort men reeds Het gesnuif van zijn paarden; Van het gebries zijner hengsten Davert heel het land. Ze komen het land, met wat er op staat, verslinden, De stad met die er in wonen.stylus17Want zie, Ik laat giftige slangen op u los, Waartegen geen bezwering zal baten; Die zullen u bijten: Is de godsspraak van Jahweh!stylus18Ongeneeslijk mijn smart, Mijn hart is zo ziek,stylus19Hoort het jammeren van de dochter van mijn volk Uit verre gewesten: Is Jahweh dan niet meer in Sion, Is zijn Koning daar niet? Waarom hebben ze Hem toch getart met hun beelden, Met die nietigheden uit de vreemde?stylus20De oogst is voorbij, de zomer ten einde, En we zijn nòg niet gered.stylus21Ik ben gewond door de wonde van de dochter van mijn volk, In rouw, en met ontzetting geslagen.stylus22Is er geen balsem, geen geneesheer in Gilad; Waarom is de wonde van de dochter van mijn volk niet genezen?stylus