Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Jeremia Hoofdstuk 8

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
JEREMIA

Jeremia 8

1In die tijd, spreekt Jahweh, zal men het gebeente van Juda’s koningen en vorsten uit de graven halen, met het gebeente der priesters en profeten, met het gebeente van Jerusalems burgers.
Hosea 6:7, Hosea 6:7, Deuteronomium 28:49, Deuteronomium 28:49, Hosea 5:8
2Men zal ze uitstallen voor zon en maan en heel het heir van de hemel, waarvan ze zoveel hebben gehouden, die ze hebben gediend en gevolgd, die ze hebben gezocht en aanbeden. Ze zullen niet worden verzameld, niet worden begraven, maar ze blijven liggen als mest op het land.
Mattheüs 7:21, Titus 1:16, Mattheüs 7:21, Titus 1:16, Micha 3:11
3En de dood zal welkom zijn boven het leven voor de hele rest, die overblijft van dit boze geslacht, overal waar Ik ze heendrijf, is de godsspraak van Jahweh!
Klaagliederen 3:66, Klaagliederen 3:66, Leviticus 26:36, 1 Timotheüs 5:12, Psalmen 36:3
4Ge moet hun zeggen: Zo spreekt Jahweh! Staat iemand, die valt, nooit meer op; Keert iemand, die heengaat, niet terug?
Hosea 13:9, Hosea 13:10, 2 Koningen 15:10, 2 Koningen 15:30, Hosea 13:9
5Waarom valt dan dit volk, Valt dan Jerusalem altijd af? Waarom houden ze dan aan leugens vast, En weigeren ze, zich te bekeren?
Hosea 10:5, Hosea 10:5, Jeremia 13:27, Jeremia 13:27, Spreuken 1:22
6Ik luisterde en hoorde toe: Nooit spreken ze waarheid; Niemand heeft berouw van zijn boosheid, En zegt: Wat heb ik gedaan? Allen draven ze weg, Als een ros, dat stormt naar de strijd.
Jesaja 44:9, Jesaja 44:20, Psalmen 115:4, Psalmen 115:8, 2 Koningen 23:15
7Zelfs de ooievaar in de lucht Kent zijn vaste tijden; Trekduif, zwaluw en gans Houden vast aan de tijd van hun komst. Maar mijn volk weet niet eens, Wat het Jahweh verplicht is!
Spreuken 22:8, Spreuken 22:8, Job 4:8, Job 4:8, Galaten 6:7
8Hoe durft ge zeggen: We zijn wijs, Wij hebben de wet van Jahweh toch? Zeker, maar ze is in leugen veranderd Door de leugenstift der schriftgeleerden.
Jeremia 22:28, Jeremia 22:28, Jeremia 51:34, Jeremia 51:34, Romeinen 9:22
9De wijzen worden te schande, verslagen, verstrikt; Ze hebben Jahweh’s woord veracht: wat wijsheid hebben ze dan?
Jeremia 2:24, Jeremia 2:24, Hosea 7:11, Hosea 5:13, Ezechiël 16:33
10Daarom geef Ik hun vrouwen aan vreemden, Hun akkers aan nieuwe bezitters; Want van klein tot groot Azen allen op winst, Profeet en priester, Plegen allen bedrog;
Ezechiël 16:37, Ezechiël 16:37, Ezechiël 26:7, Jesaja 10:8, Hosea 10:10
11Ze menen, de wonde van mijn volk te genezen, Door lichtzinnig te roepen: Vrede, vrede! En er is geen vrede!
Hosea 12:11, Hosea 12:11, Jeremia 16:13, Deuteronomium 4:28, Hosea 10:8
12Ze worden te schande, omdat ze zich schandelijk gedragen, Omdat ze niet blozen, en geen schaamte meer kennen. Daarom zullen ze vallen, als alles ineen valt; Struikelen, als Ik op hen afkom, spreekt Jahweh!
Deuteronomium 4:6, Deuteronomium 4:8, Deuteronomium 4:6, Deuteronomium 4:8, 2 Koningen 17:15
13Nu haal Ik de oogst bij hen in: Is de godsspraak van Jahweh! Aan de wijnstok geen druiven, Aan de vijgeboom geen vijgen, De blaren verdord: Ik geef ze aan de voorbijgangers weg!
Hosea 9:6, Hosea 9:9, Hosea 9:6, Hosea 9:9, Amos 8:7
14Waarom blijven we zitten? Verzamelt u; wij vluchten de vestingen in, En komen daar om; Want Jahweh, onze God, laat ons sterven. Hij geeft ons een gifdrank te drinken, Omdat wij tegen Jahweh hebben gezondigd.
Deuteronomium 32:18, Deuteronomium 32:18, Jeremia 17:27, Jeremia 17:27, Amos 2:5
15Op heil nog hopen? Geen goed te verwachten! Op een tijd van genezing? Neen, van verschrikking!
16Uit Dan hoort men reeds Het gesnuif van zijn paarden; Van het gebries zijner hengsten Davert heel het land. Ze komen het land, met wat er op staat, verslinden, De stad met die er in wonen.
17Want zie, Ik laat giftige slangen op u los, Waartegen geen bezwering zal baten; Die zullen u bijten: Is de godsspraak van Jahweh!
18Ongeneeslijk mijn smart, Mijn hart is zo ziek,
19Hoort het jammeren van de dochter van mijn volk Uit verre gewesten: Is Jahweh dan niet meer in Sion, Is zijn Koning daar niet? Waarom hebben ze Hem toch getart met hun beelden, Met die nietigheden uit de vreemde?
20De oogst is voorbij, de zomer ten einde, En we zijn nòg niet gered.
21Ik ben gewond door de wonde van de dochter van mijn volk, In rouw, en met ontzetting geslagen.
22Is er geen balsem, geen geneesheer in Gilad; Waarom is de wonde van de dochter van mijn volk niet genezen?

Andere Boeken

JeremiaKlaagliederenBaruch+

Andere Boeken

JeremiaHfst. 8
KlaagliederenBaruchEzechiëlDaniëlHosea
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward