1Het woord van Jahweh werd tot mij gericht.stylus1 Petrus 2:10, 1 Petrus 2:10, Hosea 2:23, Hosea 2:23, Ezechiël 11:202Ga, en roep het Jerusalem toe: Zo spreekt Jahweh! Ik denk terug aan de liefde uwer jeugd, Aan de min van uw bruidstijd, Toen ge Mij in de woestijn zijt gevolgd, In een onbebouwd land.stylusJesaja 50:1, Jesaja 50:1, Ezechiël 23:45, Jeremia 3:13, Ezechiël 23:453Toen was Israël nog Jahweh’s heilig bezit, De eersteling van zijn oogst; Allen die er van aten, moesten het boeten, Rampen zouden hen treffen, spreekt Jahweh!stylusEzechiël 16:22, Ezechiël 16:22, Jesaja 32:13, Jesaja 32:14, Jesaja 32:134Hoort dan het woord van Jahweh, Huis van Jakob En alle geslachten van Israëls huis:stylusJeremia 13:14, Ezechiël 8:18, Hosea 1:2, Hosea 1:6, Jeremia 13:145Zo spreekt Jahweh! Wat onrecht hebben uw vaderen in Mij wel ontdekt, Dat ze Mij hebben verlaten, Om nietigheden te volgen, En zelf een niet te worden?stylusJeremia 44:17, Jeremia 44:18, Jesaja 1:21, Hosea 2:8, Hosea 3:16Ze vroegen niet meer: Waar is Jahweh toch, Die ons uit Egypteland voerde, En ons geleid heeft door de woestijn? Een land van steppe en ravijnen, Een land van dorheid en donker, Een land, waar niemand doorheen trekt, Waar niemand wil wonen.stylusJob 19:8, Job 19:8, Klaagliederen 3:7, Klaagliederen 3:9, Job 3:237Ik heb u in een land van tuinen gebracht, Om er de heerlijkste vruchten te eten; Maar na uw intocht hebt ge mijn land verpest, Mijn erfdeel tot een gruwel gemaakt.stylusJeremia 2:2, Jeremia 2:2, Hosea 5:13, Hosea 5:13, Lucas 15:178Zelfs de priesters vroegen niet meer: Waar is Jahweh toch? Die de wet moesten handhaven, kenden Mij niet, De leiders werden Mij ontrouw. De profeten voorspelden in den naam van den Báal, En liepen machteloze afgoden na.stylusJesaja 1:3, Jesaja 1:3, Hosea 8:4, Hosea 13:2, Hosea 4:119Daarom zal Ik u richten, zegt Jahweh, En de kinderen van uw zonen nog straffen.stylusHaggaï 1:6, Haggaï 1:11, Maleachi 1:4, Maleachi 3:18, Hosea 2:310Gaat naar de eilanden der Kittiërs kijken, Zendt boden naar Kédar; Onderzoekt het nauwkeurig, En ziet, of zo iets ooit is gebeurd!stylusEzechiël 23:29, Ezechiël 23:29, Hosea 5:13, Hosea 5:14, Jeremia 13:2211Heeft ooit een volk zijn goden verruild; En dat zijn niet eens goden! Maar mijn volk heeft zijn Glorie verruild, Voor machteloze afgoden.stylusJesaja 1:13, Jesaja 1:14, Jesaja 1:13, Jesaja 1:14, Amos 5:2112Hemelen, huivert er van, Beeft en verstart van ontzetting, Is de godsspraak van Jahweh: Mijn volk heeft een dubbele misdaad begaan!stylusJesaja 7:23, Jesaja 5:5, Jesaja 7:23, Jesaja 5:5, Hosea 13:813Mij hebben ze durven verlaten, Mij, de bron van levende wateren: Om zich gebarsten putten te slaan, Die geen water kunnen houden.stylusRichteren 3:7, Hosea 13:6, Richteren 3:7, Hosea 13:6, Hosea 13:114Israël was toch geen knecht, Hij was toch geen slaaf? Waarom is hij dan een prooi gewordenstylusJesaja 40:1, Jesaja 40:2, Jesaja 40:1, Jesaja 40:2, Ezechiël 20:3515Waarover leeuwen briesen en brullen. Men heeft zijn land tot een steppe gemaakt, Zijn steden verwoest en ontvolkt;stylusEzechiël 28:26, Jeremia 2:2, Ezechiël 28:26, Jeremia 2:2, Hosea 11:116Ja, de mannen van Nof en Tachpanches Hebben uw schedel kaal gegraasd.stylusJesaja 54:5, Jesaja 54:5, Hosea 2:7, Hosea 2:7, Jeremia 3:1417Hebt ge dit u zelf niet berokkend, Door Mij te verlaten, Toen Ik u nog wilde leiden, Spreekt Jahweh, uw God?stylusExodus 23:13, Exodus 23:13, Psalmen 16:4, Jozua 23:7, Psalmen 16:418Wat hadt ge dan naar Egypte te lopen, Om water uit de Nijl te drinken; Wat hadt ge naar Assjoer te gaan, Om water uit de Eufraat te slurpen?stylusEzechiël 34:25, Ezechiël 34:25, Ezechiël 39:9, Ezechiël 39:10, Ezechiël 39:919Neen, het was uw misdaad, die u sloeg, En uw afval, die u bestrafte; Opdat ge zoudt weten en inzien, hoe kwaad en bitter het is, Jahweh, uw God te verlaten! Maar ge vreest Mij niet meer, Spreekt de Heer, Jahweh der heirscharen!stylus2 Korintiërs 11:2, 2 Korintiërs 11:2, Openbaring 21:2, Openbaring 21:2, Jesaja 54:1420Want lang reeds hebt gij uw juk verbroken, Uw banden verscheurd. Ge hebt gezegd: Ik wil U niet dienen! Maar op iedere hoge heuvel, En onder elke groene boom Zijt ge gaan liggen als een deerne!stylusJohannes 17:3, 1 Johannes 5:20, Johannes 17:3, 1 Johannes 5:20, 1 Johannes 4:621Ik had u geplant als een edele wijnstok, Van het zuiverste ras: Hoe zijt ge dan tot bocht verbasterd, Een wilde wingerd?stylusZacharia 8:12, Zacharia 8:12, Mattheüs 6:33, Mattheüs 6:33, Jesaja 65:2422Al zoudt ge u wassen met loog, Met zeep, zoveel ge maar wilt, Vuil blijft uw schuld in mijn ogen: Is de godsspraak van Jahweh, den Heer!stylusHosea 1:4, Joël 2:19, Hosea 1:11, Hosea 1:4, Joël 2:1923Hoe durft ge zeggen: Ik ben niet bezoedeld, Ik liep de Báals niet na; Kijk maar eens naar uw gedoe in het Dal, Denk terug aan wat ge daar hebt gedaan! Vlugge kameel, die steeds heen en weer draaft,stylusRomeinen 9:25, Romeinen 9:26, Romeinen 9:25, Romeinen 9:26, 1 Petrus 2:924Wilde ezelin, aan de steppe gewend, Die in haar geilheid naar lucht snapt: Wie tempert haar bronst? Wie haar wil vangen, hoeft zich niet te vermoeien, In haar bronsttijd vindt men ze wel:stylus25Pas op, dat ge uw voeten niet doorloopt, Dat uw keel niet verdroogt! Maar ge antwoordt: ‘t Is onmogelijk; ‘t is tevergeefs; Want ik houd van de vreemden, Hèn loop ik na!stylus26Zoals een dief, die betrapt wordt, zich schaamt, Wordt het huis van Israël te schande: Zij met hun koningen en vorsten, Met hun priesters en hun profeten.stylus27Die tot een stuk hout durven zeggen: Gij zijt mijn vader; Tot een blok steen: Gij hebt mij verwekt; Die Mij de nek toekeren, niet hun gelaat; Die enkel in tijden van rampspoed roepen: Op, ons te hulp!stylus28Waar zijn toch uw goden, die gij u hebt gemaakt: Laat ze opstaan, als ze u kunnen helpen in tijden van nood. Want even talrijk als uw steden, Zijn uw goden, o Juda!stylus29Hoe durft ge nog over Mij klagen: Ge zijt Mij allen ontrouw geworden, spreekt Jahweh!stylus30Tevergeefs heb Ik uw vaders geslagen, Gij hebt er niets uit geleerd. Het zwaard heeft uw profeten verslonden Als een verscheurende leeuw;stylus31Broed, dat ge zijt, Hebt ge ooit naar het woord van Jahweh geluisterd? Ben Ik voor Israël een woestijn geweest, Of een land van akelig donker? Waarom zegt dan mijn volk: We lopen weg, We komen niet bij U terug?stylus32Vergeet een meisje haar opschik, Een bruid soms haar gordel? Maar Mij heeft mijn volk wèl vergeten, Sinds onafzienbare tijden.stylus33Hoe goed verstaat ge het toch, Naar liefde te zoeken, En daarom uw wandel Aan misdaad te wennen!stylus34Ja, aan uw handen kleeft bloed, Het leven van onschuldige kleinen: Ik heb ze niet in de groeve gevonden, Maar overal onder de eiken.stylus35En dan durft ge nog zeggen: Ik ben onschuldig; Zijn gramschap is van mij weg! Hier ben Ik, om u te kastijden, Omdat ge nog zegt: Ik hèb niet gezondigd!stylus36Waarom maakt ge zo’n haast, Om van weg te veranderen: Ook Egypte zal u beschamen, Zoals Assjoer het deed!stylus37Ook vandaar komt ge terug Met het hoofd in uw handen; Want Jahweh heeft uw stut verstoten, Daar zult ge geen vreugd aan beleven!stylus