1Jahweh, Gij zijt te rechtvaardig, om met U te twisten; Toch leg ik U een rechtsvraag voor: Waarom hebben de goddelozen geluk, Leven al de trouwelozen in vrede?stylusHosea 11:12, Hosea 11:12, Ezechiël 17:10, Hosea 8:7, Hosea 5:132Gij hebt ze geplant; ze hebben wortel geschoten, Ze groeien, en dragen ook vrucht: Toch waart Gij enkel dichtbij in hun mond, Maar ver van hun hart.stylusMicha 6:2, Micha 6:2, Hosea 4:1, Ezechiël 23:11, Ezechiël 23:213Jahweh, Gij kent en doorschouwt mij, Gij toetst mijn gezindheid voor U: Sleep ze dus weg als schapen ter slachting, Bestem ze voor de dag van de dood!stylusGenesis 25:26, Genesis 25:26, Jakobus 5:16, Jakobus 5:18, Genesis 32:244Hoelang zal het land blijven treuren, En al het veldgewas kwijnen, Zullen vee en vogels vergaan om de boosheid van zijn bewoners? Ze durven nog zeggen: Hij zal ons einde niet zien!stylusMaleachi 3:1, Genesis 35:15, Maleachi 3:1, Genesis 35:15, Genesis 32:295Als u de wedloop met voetgangers afmat, Hoe houdt ge de paarden dan bij; En als ge u niet veilig voelt in een vredig land, Wat doet ge dan in het kreupelhout van de Jordaan?stylusExodus 3:15, Exodus 3:15, Jesaja 42:8, Psalmen 135:13, Jesaja 42:86Want zelfs uw broeders en het huis van uw vader Zijn u ontrouw geworden, en schreeuwen u na; Vertrouw ze dus niet, Al spreken ze u nog zo vriendelijk toe!stylusMicha 6:8, Micha 6:8, Hosea 14:1, Micha 7:7, Hosea 14:17Ik heb mijn huis al verlaten, Mijn erfdeel verstoten, Mijn zielsgeliefde overgeleverd In de hand van haar vijanden.stylusAmos 8:5, Amos 8:6, Spreuken 11:1, Micha 6:10, Micha 6:118Mijn erfdeel is tegen Mij opgestaan Als een leeuw in het woud; Het brulde Mij tegen, En daarom ging Ik het haten.stylusOpenbaring 3:17, Openbaring 3:17, Psalmen 62:10, Psalmen 62:10, Psalmen 49:69Mijn erfdeel is in mijn oog een bonte vogel geworden, Van alle kanten door roofvogels omringd. Op, drijft de wilde beesten samen, Haalt ze bijeen, om het op te slokken.stylusLeviticus 23:40, Leviticus 23:43, Leviticus 23:40, Leviticus 23:43, Nehemia 8:1510Een bende herders heeft mijn wijngaard vernield, Mijn erfdeel vertrapt, Mijn kostelijke akker In een woeste steppe veranderd.stylus2 Koningen 17:13, 2 Koningen 17:13, Ezechiël 20:49, Ezechiël 20:49, Jesaja 20:211Ze hebben er een woestijn van gemaakt, Treurend en eenzaam voor mijn aanschijn; Het hele land ligt verwoest, Niemand, die er zich om bekommert.stylusHosea 6:8, Hosea 4:15, Hosea 8:11, Hosea 6:8, Hosea 4:1512Over alle toppen der steppe Zijn de rovers gekomen; Want het zwaard van Jahweh verslindt aan het ééne einde, En tot het andere eind van het land is geen sterveling veilig.stylusGenesis 31:41, Genesis 31:41, Genesis 29:18, Genesis 29:28, Genesis 27:4313Ze hebben tarwe gezaaid, maar doornen gemaaid, Zich vruchteloos afgesloofd; Nu staan ze beschaamd om hun oogst Door Jahweh’s ziedende toorn.stylusExodus 12:50, Exodus 12:51, Handelingen 3:22, Handelingen 3:23, Exodus 12:5014Zo spreekt Jahweh: Al mijn boze buren, die mijn erfdeel hebben aangerand, Dat Ik Israël, mijn volk, had geschonken: Zie, Ik ruk ze weg van hun grond, En het huis van Juda uit hun midden.stylusEzechiël 18:13, Ezechiël 18:13, Daniël 11:18, Daniël 11:18, 2 Koningen 17:715Maar als Ik ze heb weggerukt, Zal Ik Mij weer hunner ontfermen; Dan breng Ik ze allen terug naar hun erfdeel, Allen weer terug naar hun eigen land.stylus16En als zij de wegen van mijn volk leren kennen, Bij mijn Naam leren zweren: "Bij het leven van Jahweh!" Zoals ze mijn volk bij Báal leerden zweren: Dan krijgen ze een plaats in de kring van mijn volk.stylus17Maar zo ze niet willen horen, Zal Ik dit volk vernielen, Vernielen en verdelgen: Is de godsspraak van Jahweh!stylus