1Jakobus, dienaar van God en van den Heer Jesus Christus, aan de twaalf stammen in de verstrooiing: heil!stylusOpenbaring 22:16, Openbaring 22:16, Openbaring 22:6, Openbaring 22:6, Galaten 1:122Mijn broeders, acht het een zeer grote vreugde, wanneer gij in allerhande bekoringen valt.stylus1 Korintiërs 1:6, 1 Korintiërs 1:6, Johannes 21:24, Openbaring 12:17, Johannes 19:353Want gij weet, dat de beproeving van uw geloof de oorzaak is van geduld;stylusLucas 11:28, Lucas 11:28, Openbaring 22:10, Openbaring 22:10, Romeinen 13:114welnu, het geduld behoeft slechts volkomen te worden, dan zijt gij volmaakt en ongerept, en schiet gij in niets te kort.stylusJesaja 11:2, Psalmen 90:2, Jesaja 11:2, Psalmen 90:2, Johannes 1:15Komt iemand van u dan wijsheid te kort, hij vrage ze aan God, die ze aan allen verleent, eenvoudigweg en zonder verwijt; dan zal ze hem geschonken worden.stylusPsalmen 89:27, Psalmen 89:27, Hebreeën 9:14, Hebreeën 9:14, 1 Johannes 1:76Maar hij moet vragen met geloof en zonder te weifelen; want wie weifelt, gelijkt op een golf van de zee, die door de wind wordt bewogen, en heen en weer wordt geslingerd.stylusOpenbaring 5:10, Openbaring 5:10, Openbaring 20:6, Openbaring 20:6, Exodus 19:67Zo iemand toch verbeelde zich niet, dat hij iets van den Heer zal ontvangen;stylusMattheüs 24:30, Mattheüs 24:30, Zacharia 12:10, Zacharia 12:10, Daniël 7:138dubbelhartig man als hij is, ongestadig in heel zijn gedrag.stylusJesaja 44:6, Jesaja 44:6, Openbaring 22:13, Openbaring 22:13, Jesaja 43:109Laat de broeder van nederige staat zich op zijn verheffing beroemen.stylusHandelingen 14:22, Openbaring 3:10, Handelingen 14:22, Openbaring 3:10, Johannes 16:3310Maar de rijke op zijn geringheid; want hij zal verdwijnen als een bloem in het gras.stylusOpenbaring 21:10, Openbaring 21:10, Openbaring 4:1, Openbaring 4:2, 2 Korintiërs 12:211Want de zon gaat op met haar gloed en doet het gras verdorren; dan valt ook zijn bloem, en haar schoonheid vliedt heen. Zo zal ook de rijke verkwijnen op zijn levenspad.stylusHabakuk 2:2, Kolossenzen 4:15, Kolossenzen 4:16, Openbaring 3:1, Openbaring 1:412Zalig de man, die staande blijft bij de bekoring; want wanneer hij de proef heeft doorstaan, zal hij de kroon des levens ontvangen, die God beloofd heeft aan hen, die Hem liefhebben.stylusZacharia 4:2, Zacharia 4:2, Exodus 25:37, Exodus 25:37, Openbaring 1:2013Niemand mag zeggen, als hij bekoord wordt: ik word door God bekoord. Want evenmin als God zelf door het kwaad wordt bekoord, brengt Hij wien ook in bekoring.stylusDaniël 7:13, Daniël 7:13, Daniël 10:5, Daniël 10:6, Daniël 10:1614Neen, iedere mens wordt door zijn eigen begeerlijkheid bekoord, verleid en verlokt;stylusDaniël 10:6, Daniël 10:6, Daniël 7:9, Openbaring 19:12, Daniël 7:915wanneer dan de begeerlijkheid is bevrucht, baart ze de zonde, en als de zonde volgroeid is, brengt ze de dood.stylusEzechiël 43:2, Ezechiël 43:2, Daniël 10:6, Daniël 10:6, Openbaring 14:216Bedriegt u niet, mijn geliefde broeders.stylusHebreeën 4:12, Hebreeën 4:12, Openbaring 2:16, Openbaring 2:16, Openbaring 19:1517Niet dan goede gift en volmaakte gave komt van boven, en daalt neer van den Vader der lichten, bij wien geen verandering bestaat of schaduw van wisselvalligheid.stylusJesaja 44:6, Jesaja 44:6, Openbaring 22:13, Daniël 10:8, Daniël 10:1018Uit vrije wil heeft Hij ons door de prediking der waarheid verwekt, opdat we de eersteling zijner schepselen zouden zijn.stylusRomeinen 6:9, Romeinen 6:9, Hebreeën 7:25, Hebreeën 7:25, Romeinen 14:819Verstaat dit goed, mijn geliefde broeders! Een ieder zij vlug in het horen, maar traag in het spreken, traag in de toorn;stylusOpenbaring 4:1, Openbaring 4:11, Openbaring 4:1, Openbaring 4:11, Openbaring 1:1120want ‘s mensen toorn bewerkt geen gerechtigheid Gods.stylusOpenbaring 2:1, Openbaring 2:1, Openbaring 3:1, Openbaring 3:1, Openbaring 1:1621Legt daarom alle onreinheid af en uitwas van boosheid, maar neemt met zachtmoedigheid het woord in u op, dat op u is geënt, en dat uw zielen kan redden.stylus22Weest werkers van het woord, en niet hoorders alleen; anders bedriegt gij uzelf.stylus23Immers, wanneer iemand het woord aanhoort, maar er zich niet naar gedraagt, dan gelijkt hij op een man, die zijn gelaat, door de natuur hem geschonken, in een spiegel beziet;stylus24want als hij toegekeken heeft en heen is gegaan, is hij aanstonds vergeten, hoe hij er uitzag.stylus25Maar hij, die met volle aandacht de volmaakte wet der vrijheid beschouwt, en zich er ook naar gedraagt, —geen vergeetachtig hoorder, maar een man van de daad, —hij zal zalig worden door zijn werken.stylus26Zo iemand vroom meent te zijn, maar zijn tong niet beteugelt, dan bedriegt hij zichzelf, en zijn vroomheid is ijdel.stylus27Reine en vlekkeloze vroomheid in de ogen van God en den Vader is deze: zorg te dragen voor wezen en weduwen in hun rampspoed, en zich onbesmet van de wereld te houden.stylus