1Mijn broeders, paart het aanzien van personen niet met het geloof in onzen verheerlijkten Heer Jesus Christus.stylusOpenbaring 1:20, Openbaring 1:20, Openbaring 1:16, Openbaring 1:16, Openbaring 1:112Welnu, wanneer bij uw samenkomst een man binnentreedt met gouden ringen en een prachtig gewaad, maar er ook een arme binnenkomt met onverzorgde kleding,stylus1 Johannes 4:1, 1 Johannes 4:1, 2 Petrus 2:1, 2 Petrus 2:3, 2 Petrus 2:13en wanneer gij dan opziet tegen den man met het prachtig gewaad en hem zegt: "Zet u hier op de ereplaats neer;" maar wanneer gij tot den arme zegt: "Blijf ginder staan," of "Ga zitten bij mijn voetbank,"stylusHebreeën 10:36, Hebreeën 10:36, Jakobus 5:7, Jakobus 5:11, Jakobus 5:74hebt gij dan bij uzelf geen onderscheid gemaakt, en oordeelt gij dan niet op verkeerde gronden?stylusMattheüs 24:12, Mattheüs 24:13, Mattheüs 24:12, Mattheüs 24:13, Jeremia 2:25Luistert wél, mijn geliefde broeders! Heeft God de armen der wereld niet uitverkoren, om rijk te woren in geloof, en erfgenamen van het koninkrijk, dat Hij beloofd heeft aan hen, die Hem liefhebben;stylusOpenbaring 3:2, Openbaring 3:3, Openbaring 3:2, Openbaring 3:3, Openbaring 3:196en gij zoudt den arme verachten? En zijn het juist de rijken niet, die u verdrukken en u voor de rechtbank slepen;stylusPsalmen 101:3, Psalmen 101:3, 2 Johannes 1:9, 2 Johannes 1:10, 2 Johannes 1:97zijn zij het niet, die de heerlijke Naam lasteren, waarnaar gij genoemd wordt?stylusOpenbaring 2:17, Openbaring 2:17, Openbaring 2:11, Openbaring 2:11, Mattheüs 11:158Welnu, wanneer gij de koninklijke wet volbrengt, overeenkomstig de Schrift: "Ge zult uw naaste liefhebben als uzelf," dan doet gij wèl;stylusOpenbaring 1:17, Openbaring 1:18, Openbaring 1:17, Openbaring 1:18, Openbaring 1:89maar wanneer gij handelt volgens aanzien van personen, dan zondigt gij, en wordt gij als overtreder aangeklaagd door de wet.stylusOpenbaring 3:9, Openbaring 3:9, Jakobus 2:5, Jakobus 2:6, Jakobus 2:510Immers wie de ganse wet onderhoudt, maar in één punt misdoet, is schuldig aan het geheel.stylusJakobus 1:12, Jakobus 1:12, Mattheüs 10:22, Mattheüs 10:22, Openbaring 3:1011Want Hij, die gezegd heeft: "Ge zult geen overspel doen, "Hij heeft ook gezegd: "Ge zult niet doodslaan." Wanneer ge dus geen overspel doet, maar wel doodslaat, dan zijt gij een overtreder der wet.stylusOpenbaring 20:6, Openbaring 20:6, Openbaring 21:8, Openbaring 20:14, Openbaring 21:812Spreekt dus en handelt als mensen, die geoordeeld zullen worden door de wet der vrijheid.stylusOpenbaring 2:16, Openbaring 2:16, Openbaring 1:16, Hebreeën 4:12, Openbaring 1:1613Want onbarmhartig is het oordeel over hem, die geen barmhartigheid heeft getoond; maar de barmhartigheid neemt het tegen het oordeel op.stylusOpenbaring 2:9, Openbaring 2:10, Openbaring 2:9, Openbaring 2:10, 1 Timotheüs 5:814Wat baat het, mijn broeders, of iemand al beweert, het geloof te bezitten, zo hij de werken niet heeft? Kan het geloof hem soms redden?stylus2 Petrus 2:15, Numeri 31:16, 2 Petrus 2:15, Numeri 31:16, Openbaring 2:2015Wanneer een broeder of zuster naakt zou zijn en van het dagelijks voedsel beroofd,stylusOpenbaring 2:6, Openbaring 2:616en iemand van u zou hun zeggen: Gaat heen in vrede, verwarmt en verzadigt u, maar gij schenkt hun niet, wat ze voor hun lichaam behoeven, wat zal het baten?stylus2 Tessalonicenzen 2:8, 2 Tessalonicenzen 2:8, Openbaring 1:16, Openbaring 1:16, Efeziërs 6:1717Zo gaat het ook met het geloof: zonder de werken is het innerlijk dood.stylusJesaja 62:2, Jesaja 62:2, Jesaja 65:15, Jesaja 65:15, Openbaring 19:1218Bovendien zou men zo iemand kunnen zeggen: "Gij hebt het geloof, en ik heb de werken? Toon me eens uw geloof zonder de werken; mijn geloof zal ik u uit de werken bewijzen.stylusOpenbaring 1:14, Openbaring 1:15, Openbaring 1:14, Openbaring 1:15, Openbaring 1:1119Ge gelooft, dat er slechts één God bestaat? Ge doet wèl; maar ook de duivels geloven het…, en sidderen!"stylus1 Timotheüs 1:5, 1 Timotheüs 1:5, 2 Petrus 1:7, Johannes 15:2, 2 Petrus 1:720Wilt ge zien, lege mens, hoe het geloof zonder de werken onvruchtbaar is?stylus1 Koningen 16:31, Openbaring 2:14, 1 Koningen 16:31, Openbaring 2:14, 1 Korintiërs 10:1821Werd Abraham, onze Vader, niet uit werken gerechtvaardigd, toen hij Isaäk, zijn zoon, op het altaar had geofferd?stylus2 Petrus 3:9, 2 Petrus 3:9, Romeinen 2:4, Romeinen 2:5, Romeinen 2:422Ge ziet, hoe het geloof met zijn werken gepaard ging, en hoe door de werken het geloof werd volmaakt.stylusOpenbaring 17:2, Openbaring 17:2, Ezechiël 16:37, Ezechiël 16:41, Lucas 13:523En toen ging de Schrift in vervulling, die zegt: "Abraham geloofde aan God, en het werd hem tot gerechtigheid gerekend;" toen ook werd hij genoemd: "de vriend van God."stylusMattheüs 16:27, Mattheüs 16:27, Psalmen 7:9, Psalmen 7:9, Handelingen 1:2424Ge ziet: uit wèrken wordt de mens gerechtvaardigd, en niet uit geloof alleen.stylus2 Korintiërs 11:3, Openbaring 12:9, 2 Korintiërs 11:13, 2 Korintiërs 11:15, 2 Korintiërs 2:1125Werd ook de ontuchtige Rachab niet gerechtvaardigd uit werken, omdat ze de boden gastvrij ontving, en ze langs een andere weg liet vertrekken?stylusOpenbaring 3:11, Openbaring 3:11, Openbaring 22:7, Openbaring 3:3, Hebreeën 10:2326Want zoals het lichaam dood is zonder geest, zo is ook dood het geloof zonder werken.stylusOpenbaring 3:21, Openbaring 3:21, Daniël 7:27, Daniël 7:27, Openbaring 20:4