1Zijn zoon Judas, de Makkabeër genaamd, volgde hem op.stylusGenesis 25:32, Genesis 25:32, Romeinen 2:25, Romeinen 2:29, Romeinen 2:252Al zijn broers met heel de aanhang van zijn vader stonden hem terzijde, en streden geestdriftig voor Israël.stylusRomeinen 9:4, Handelingen 7:38, Romeinen 9:4, Handelingen 7:38, Nehemia 9:133Hij maakte alom zijn volk beroemd! Hij schoot in het harnas als een held, In zijn wapenrusting trok hij ten strijde, En beschutte het legerkamp met zijn schild.stylus2 Timotheüs 2:13, 2 Timotheüs 2:13, Hebreeën 4:2, Hebreeën 4:2, Romeinen 9:64Hij was als een leeuw in al zijn daden, Een leeuwenwelp, die brult om prooi.stylusPsalmen 51:4, Psalmen 51:4, Psalmen 116:11, Psalmen 116:11, Galaten 2:175Afvalligen speurde hij op, en jaagde ze na, Die zijn volk durfden kwellen, wierp hij in het vuur.stylusRomeinen 6:19, Romeinen 6:19, Galaten 3:15, Galaten 3:15, 1 Korintiërs 9:86De trouwelozen krompen voor hem ineen van schrik, En alle boosdoeners stonden te beven. Door hem werd de weg ter redding gebaandstylusGenesis 18:25, Genesis 18:25, Handelingen 17:31, Handelingen 17:31, Job 8:37Maar vele koningen heeft hij verbitterd. Hij bracht Jakob in verrukking om wat hij deed, En bracht de verstrooiden bijeen;stylusRomeinen 3:4, Romeinen 3:4, Romeinen 9:19, Romeinen 9:20, Romeinen 9:198Hij doorkruiste Juda van stad tot stad, de goddelozen verdelgend, Maar van Israël wendde hij Gods gramschap af.stylusRomeinen 6:1, Romeinen 6:1, Romeinen 6:15, Romeinen 6:15, Romeinen 7:79Tot de grenzen der aarde reikt zijn roem, Zijn gedachtenis blijft eeuwig in ere!stylusGalaten 3:22, Galaten 3:22, Jesaja 65:5, Romeinen 6:15, Jesaja 65:510Nu riep Apollónius zijn heidense troepen en een grote legermacht uit Samaria op, om tegen Israël te strijden.stylusPsalmen 53:1, Psalmen 53:3, Psalmen 53:1, Psalmen 53:3, Psalmen 14:111Toen Judas dit hoorde, trok hij hem tegemoet. Hij bracht hem de nederlaag toe, en doodde hem; velen werden gewond en sneuvelden, en de overigen sloegen op de vlucht.stylusPsalmen 14:2, Psalmen 14:4, Psalmen 14:2, Psalmen 14:4, Psalmen 53:212Men bemachtigde de legerbuit, en Judas legde beslag op het zwaard van Apollónius, en bleef er heel zijn leven mee strijden.stylusPsalmen 14:3, Psalmen 14:3, Prediker 7:20, Prediker 7:20, Jesaja 64:613Intussen had Séron, de aanvoerder van het syrische leger, vernomen, dat Judas een leger had bijeengebracht met een groep getrouwen, die met hem in de strijd wilden trekken.stylusPsalmen 5:9, Psalmen 5:9, Psalmen 140:3, Psalmen 140:3, Mattheüs 23:2714En nu dacht hij bij zichzelf: Ik zal mij in het rijk bekend en beroemd maken, door Judas te verslaan met zijn aanhang, die het bevel van den koning verachten.stylusPsalmen 10:7, Psalmen 10:7, Psalmen 109:17, Psalmen 109:18, Psalmen 109:1715Zo rukte ook hij op, door een machtig leger van goddelozen gevolgd, die hem helpen wilden, om op de zonen van Israël wraak te nemen.stylusJesaja 59:7, Jesaja 59:8, Jesaja 59:7, Jesaja 59:8, Spreuken 1:1616Zodra hij de bergpas van Bet-Choron bereikt had, trok Judas hem met een klein troepje soldaten tegemoet.stylus17Toen dezen dan ook dat leger op zich zagen afkomen, zeiden ze tot Judas: Hoe zal een kleine troep als de onze tegen zulk een overmacht kunnen strijden? En daar komt nog bij, dat wij uitgeput zijn, omdat wij vandaag nog niets hebben gegeten.stylusJesaja 59:8, Jesaja 59:8, Romeinen 5:1, Romeinen 5:1, Lucas 1:7918Maar Judas sprak: Het is gemakkelijk genoeg, om een grote troep in de handen van een kleinere over te leveren; want voor de hemel blijft het gelijk, redding te brengen door velen of weinigen!stylusPsalmen 36:1, Psalmen 36:1, Spreuken 23:17, Spreuken 23:17, Spreuken 16:619In de strijd hangt de zege niet af van de legersterkte, maar van de kracht uit de hemel.stylusGalaten 3:10, Galaten 3:10, Galaten 3:22, Galaten 3:23, Romeinen 2:1220Vol trots en boosheid komen zij op ons af, om ons te verdelgen met vrouwen en kinderen, en ons leeg te plunderen.stylusGalaten 2:16, Galaten 2:16, Handelingen 13:39, Handelingen 13:39, Romeinen 3:2821Maar wij, wij strijden voor ons leven en voor onze wetstylusHandelingen 10:43, Handelingen 10:43, Jeremia 33:16, Jeremia 33:16, Filippenzen 3:922en God zal hen voor onze ogen verpletteren. Weest dus voor hen maar niet bang!stylusRomeinen 10:12, Romeinen 10:12, Galaten 3:28, Galaten 3:28, Galaten 2:1623Nauwelijks had hij dit gezegd, of onverwacht stormde hij op hen los, zodat Séron met zijn leger door hem werd verpletterd.stylusPrediker 7:20, Prediker 7:20, 1 Johannes 1:8, 1 Johannes 1:10, 1 Johannes 1:824Ze achtervolgden hen in de pas van Bet-Choron tot aan de vlakte; er sneuvelden van hen ongeveer achthonderd man, en de overigen vluchtten naar het land der Filistijnen.stylus1 Petrus 1:18, 1 Petrus 1:19, 1 Petrus 1:18, 1 Petrus 1:19, Kolossenzen 1:1425Van nu af kreeg men ontzag voor Judas en zijn broers, en een radeloze angst maakte zich meester van de heidenen uit hun omgeving.stylusRomeinen 3:23, Romeinen 3:24, Romeinen 3:23, Romeinen 3:24, 1 Petrus 1:1826De naam van Judas drong door tot den koning, en de hele wereld sprak over zijn vechten.stylusRomeinen 4:5, Deuteronomium 32:4, Romeinen 4:5, Deuteronomium 32:4, Romeinen 3:3027Toen koning Antiochus dit alles vernam, werd hij woedend, en liet uit de gehele weermacht van zijn rijk een ontzaggelijk leger samenstellen.stylusRomeinen 2:23, Romeinen 2:23, Romeinen 4:2, Romeinen 4:2, 1 Korintiërs 1:2928Hij opende zijn schatkist, betaalde zijn troepen een jaar soldij vooruit, en wees hen er op dat zij voor alle mogelijke gebeurtenissen klaar moesten staan.stylusTitus 3:7, Galaten 2:16, Titus 3:7, Galaten 2:16, Galaten 3:829Maar hij bemerkte al gauw, dat het geld in zijn schatkist dreigde op te raken; want de inkomsten uit de belasting waren in zijn gebied sterk geslonken tengevolge van het oproer en de noodtoestand, waarin hij zelf het land had gebracht door het afschaffen der aloude gebruiken.stylusKolossenzen 3:11, Kolossenzen 3:11, Zacharia 2:11, Zacharia 2:11, Romeinen 9:2430Hij begon dus te vrezen, dat hij evenals bij vorige gelegenheden geen geld meer zou hebben voor zijn spilzucht en voor de geschenken, die hij vroeger met kwistige hand had uitgedeeld, en waarin hij vorige koningen verre overtrof.stylusGalaten 3:8, Galaten 3:8, Galaten 3:20, Galaten 3:20, Filippenzen 3:331Ten einde raad besloot hij naar Perzië te trekken, om de belastingen der provincies te innen en zó veel geld bijeen te brengen.stylusGalaten 2:21, Galaten 2:21, Mattheüs 5:17, Mattheüs 5:17, Romeinen 13:832Hij liet echter Lúsias achter, een hooggeplaatst persoon van koninklijke adel, om de staatszaken te regelen in de landen tussen de Eufraat en de grens van Egyptestylus33en om zijn zoon Antiochus op te voeden, totdat hij zou zijn teruggekeerd.stylus34Hij stelde hem de helft der weermacht en de olifanten ter beschikking, en gaf hem aanwijzingen, wat hij allemaal wenste, vooral met betrekking tot de bewoners van Juda en Jerusalem.stylus35Hij moest namelijk een leger op hen afzenden, om het verzet van Israël te breken, en wat er van Jerusalem nog over was te verwoesten;stylus36al wat in die streek aan hen kon herinneren, moest hij uitroeien, hun hele gebied met vreemdelingen bevolken, en hun land onder dezen door het lot verdelen.stylus37De koning zelf nam de andere helft van de troepen, vertrok in het jaar 147 uit zijn hoofdstad Antiochië, stak de Eufraat over en doorkruiste de hoger gelegen gebieden.stylus38Nu wees Lúsias onder de vertrouwelingen van den koning enkele dappere mannen aan; het waren Ptoleméus, de zoon van Dorúmenes, Nikánor en Górgias.stylus39Hij zond hen met veertigduizend man voetvolk en zevenduizend ruiters uit, om Juda binnen te vallen en het volgens koninklijk bevel geheel te verwoesten.stylus40Zij trokken dus op met al hun troepen, rukten er binnen, en sloegen hun legerkamp op in de vlakte bij Emmaus.stylus41Toen de handelaars uit de omtrek het gerucht ervan hoorden, namen zij grote hoeveelheden zilver en goud en tevens voetboeien mee, en gingen het legerkamp binnen, om straks de Israëlieten als slaven te kopen. Ook sloten zich troepen uit Syrië en uit het Filistijnenland bij hen aan.stylus42Judas en zijn broers zagen het gevaar steeds dreigender worden, nu het leger reeds zijn kamp in hun gebied had opgeslagen. Ook wisten ze maar al te goed, dat de koning het bevel had uitgevaardigd, om het volk geheel en al te verdelgen.stylus43Daarom zeiden ze tegen elkander: Wij moeten ons verzetten tegen de vernietiging van ons volk, en strijden voor ons volk en het heiligdom!stylus44Er werd dus een volksvergadering belegd, zowel om gevechtsklaar te zijn, als om te bidden en genade en barmhartigheid af te smeken.stylus45Jerusalem lag onbewoond. Aan een steppe gelijk; Niet een van zijn kinderen ging er in of uit. En het heiligdom was plat getrapt. Er huisden vreemden in de burcht, Het werd een herberg voor de heidenen. De vreugde was van Jakob verdwenen, Fluit en citer waren verstomd.stylus46In dichte drommen trokken ze daarom naar Mispa, dat tegenover Jerusalem ligt; want Mispa was vroeger de plaats geweest waar Israël kwam bidden.stylus47Zij vastten die dag, hulden zich in boetezakken, strooiden as op hun hoofd en scheurden hun klederen.stylus48Daarna rolden zij het wetboek open, met hetzelfde doel, waarmee de heidenen hun afgodsbeelden ondervragen.stylus49Ook hadden zij de priesterlijke gewaden, de eerstelingen en tienden meegenomen, en de Nazireërs opgeroepen, wier tijd was verstreken.stylus50Nu begonnen ze met luider stem naar de hemel te roepen: Wat vangen we hiermee toch aan, waar brengen we ze heen?stylus51Want uw heiligdom is vertrapt en ontwijd, uw priesters treuren en zijn vernederd.stylus52Zie, hoe de heidenen samenspannen, om ons te vernielen; U is het bekend, welke plannen ze tegen ons smeden.stylus53Als Gij ons niet helpt, hoe houden wij dan tegen hen stand?stylus54Toen bliezen zij op de trompetten en begonnen hardop te schreeuwen.stylus55Nu benoemde Judas aanvoerders van het volk, die het bevel moesten voeren over duizend, honderd, vijftig en tien.stylus56Maar hij beval, dat allen, die een huis hadden gebouwd, een vrouw hadden getrouwd of een wijnberg geplant, met de vreesachtigen naar huis zouden gaan, zoals de wet het had voorgeschreven.stylus57Daarna zette het leger zich in beweging en sloeg het kamp op ten zuiden van Emmaus.stylus58Toen sprak Judas: Houdt u gereed en weest dappere mannen! Morgen vroeg moet gij klaar staan, om tegen deze heidenen te strijden, die tegen ons zijn verenigd, om ons en ons heiligdom te verdelgen.stylus59Want het is beter voor ons, op het slagveld te sterven, dan de ellende te zien van ons volk en ons heiligdom.stylus60Maar het geschiede, zoals in de Hemel is besloten!stylus