1Men begon op de vier en twintigste dag van de zesde maand, in het tweede jaar van koning Darius.stylusLucas 3:1, Lucas 3:1, Mattheüs 24:14, Mattheüs 24:14, Handelingen 25:212In de zevende maand, de een en twintigste dag van de maand, werd het woord van Jahweh door den profeet Aggeüs verkondigd!stylusLucas 3:1, Lucas 3:1, Handelingen 13:7, Handelingen 26:30, Handelingen 5:373Spreek tot Zorobabel, den zoon van Salatiël en landvoogd van Juda, tot Jehosjóea, den hogepriester en zoon van Jehosadak, en tot al het overige volk:stylus4Wie is er nog onder u, die dit huis in zijn vroegere glorie heeft aanschouwd; en hoe ziet ge het nu? Is het niet in vergelijking daarmee als niets in uw ogen?stylusMicha 5:2, Micha 5:2, Johannes 7:42, Johannes 7:42, 1 Samuël 16:15En toch, houd moed, Zorobabel, is de godsspraak van Jahweh; houd moed, Jehosjóea, hogepriester en zoon van Jehosadak; houdt moed, gij allen, volk van het land, is de godsspraak van Jahweh! Werkt voort, want Ik blijf met u, is de godsspraak van Jahweh der heirscharen!stylusMattheüs 1:18, Mattheüs 1:19, Mattheüs 1:18, Mattheüs 1:19, Deuteronomium 22:226Ik heb u beloofd bij uw uittocht uit Egypte: Mijn geest blijft in uw midden; ge behoeft niet te vrezen!stylusPsalmen 33:11, Psalmen 33:11, Openbaring 12:1, Openbaring 12:5, Openbaring 12:17Want zo spreekt Jahweh der heirscharen: Nog eenmaal, binnen korte tijd, Zal Ik de hemel en aarde beroeren, De zee en het droge;stylusGalaten 4:4, Galaten 4:4, Jesaja 53:2, Jesaja 53:3, Jesaja 53:28Ik zal alle volken beroeren, En de schatten van alle volken komen hierheen. Ik zal dit huis met glorie vervullen, Is de godsspraak van Jahweh der heirscharen.stylusGenesis 31:39, Genesis 31:40, Psalmen 78:70, Psalmen 78:71, 1 Samuël 17:349Van Mij is het zilver, Van Mij is het goud: Is de godsspraak van Jahweh der heirscharen!stylusJesaja 60:1, Jesaja 60:1, 2 Korintiërs 3:18, 2 Korintiërs 3:18, Handelingen 27:2310De glorie van dit tweede huis Zal groter zijn dan die van het eerste, Spreekt Jahweh der heirscharen: In deze plaats zal Ik vrede geven, Is de godsspraak van Jahweh der heirscharen!stylusJesaja 40:9, Jesaja 40:9, Jesaja 61:1, Jesaja 61:1, Jesaja 52:711Op de vier en twintigste dag van de negende maand, in het tweede jaar van Darius, werd het woord van Jahweh door den profeet Aggeus verkondigd:stylusJesaja 9:6, Jesaja 9:6, Mattheüs 1:21, Mattheüs 1:21, Handelingen 2:3612Zo spreekt Jahweh der heirscharen! Vraag aan de priesters een uitspraak:stylusJesaja 7:14, Jesaja 7:14, Jesaja 53:1, Jesaja 53:2, Jesaja 53:113Wanneer iemand heilig vlees in de slip van zijn mantel draagt, en met die slip brood, moes, wijn, olie of een andere spijs aanraakt: zal dit dan worden geheiligd? De priesters gaven ten antwoord: Neen!stylusOpenbaring 5:11, 1 Koningen 22:19, Openbaring 5:11, 1 Koningen 22:19, Psalmen 148:214Aggeus vervolgde: Maar zo hij zich aan een lijk heeft verontreinigd, en een van die dingen aanraakt: is het dan onrein? De priesters antwoordden: Dan is het onrein!stylusRomeinen 5:1, Romeinen 5:1, Lucas 19:38, Lucas 19:38, Kolossenzen 1:2015Toen hernam Aggeus: Zo is het ook met dit volk, zo is het ook met deze natie in hun verhouding tot Mij, is de godsspraak van Jahweh; al wat zij doen, zelfs wat zij offeren, is onrein!stylus1 Petrus 3:22, 1 Petrus 3:22, Mattheüs 2:1, Mattheüs 2:2, Mattheüs 2:116Welnu, let dan eens op, wat er vóór deze dag is gebeurd, eer de ene steen op de andere gelegd werd in de tempel van Jahweh!stylusLucas 19:32, Lucas 2:12, Lucas 19:32, Lucas 2:12, Lucas 2:717Hoe ging het u toen? Dan kwam men bij een korenhoop van twintig maten, en men vond er slechts tien; en men ging naar de perskuip om er vijftig vaten uit te scheppen, en er waren er twintig.stylusLucas 8:39, Psalmen 66:16, Lucas 8:39, Psalmen 66:16, Psalmen 71:1718Ik heb u met brand en meeldauw geslagen, en al uw produkten met hagel; maar ge hebt u niet tot Mij bekeerd, is de godsspraak van Jahweh!stylusLucas 5:9, Lucas 5:10, Lucas 2:47, Lucas 2:33, Lucas 4:3619Let toch eens op, wat er vóór deze dag is geschied: vóór de vier en twintigste dag van de negende maand, sinds de dag, waarop de grondslag van de tempel van Jahweh gelegd is!stylusLucas 2:51, Lucas 2:51, Lucas 1:66, Lucas 1:66, 1 Samuël 21:1220En ziet nu eens toe: Is er nu nog zaad in de schuur? Beginnen de wijnstok en vijg, de granaat en olijf niet te dragen? Van deze dag af zegen Ik u!stylusJesaja 29:19, Psalmen 106:48, Jesaja 29:19, Psalmen 106:48, Handelingen 11:1821Het woord van Jahweh werd op de vier en twintigste dag van de maand een tweede maal tot Aggeus gericht:stylusLeviticus 12:3, Leviticus 12:3, Lucas 1:59, Genesis 17:12, Galaten 4:422Spreek tot Zorobabel, den landvoogd van Juda! Ik zal de hemel en aarde beroeren:stylusLeviticus 12:1, Leviticus 12:8, Leviticus 12:1, Leviticus 12:823Koningstronen werp Ik omver, En verniel de kracht der heidense rijken. Ik werp de wagens omver, met die erop rijden; Paarden en ruiters storten neer, De een door het zwaard van den ander!stylusExodus 13:2, Exodus 13:2, Exodus 22:29, Numeri 3:13, Exodus 22:2924Op die dag, is de godsspraak van Jahweh der heirscharen, Neem Ik u, Zorobabel, zoon van Salatiël, Mijn dienaar, is de godsspraak van Jahweh, En draag u als een zegelring: Want u heb Ik uitverkoren, Is de godsspraak van Jahweh der heirscharen!stylusLeviticus 12:6, Leviticus 12:8, Leviticus 12:6, Leviticus 12:8, 2 Korintiërs 8:9