Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Esther Hoofdstuk 13

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
ESTHER

Esther 13

1Dit is het afschrift van de brief: “De grote koning Achasjwerosj schrijft aan de landvoogden en de hun onderworpen plaatselijke overheden der honderd zeven en twintig provincies van Hoddai tot Koesj als volgt:
Job 13:24, Job 13:24, Psalmen 94:3, Psalmen 94:4, Psalmen 94:3
2Ofschoon ik over vele volkeren heers en de hele wereld mij onderworpen is, heb ik mij niet in overmoedig vertrouwen op mijn macht willen verheffen, maar steeds getracht, met gematigdheid en goedheid te regeren. Om nu het leven mijner onderdanen voor goed voor onrust te bewaren, en het koninkrijk tot aan de uiterste grenzen veilig en bereisbaar te houden, heb ik besloten, de door allen zo vurig gewenste vrede opnieuw te verzekeren.
Micha 7:8, Micha 7:10, Micha 7:8, Micha 7:10, Jeremia 8:18
3Toen ik nu mijn raadslieden vroeg, hoe dit het best kon worden bereikt, heeft Haman, die bij ons steeds door zijn gematigdheid uitmuntte, die zich onwrikbaar trouw heeft getoond, en daarom de tweede plaats in het rijk inneemt,
Ezra 9:8, Ezra 9:8, Psalmen 18:28, Psalmen 18:28, Jeremia 51:39
4ons er op gewezen, dat onder alle volksstammen der wereld een zeker vijandig volk vermengd is, dat door zijn wetten met alle andere volken in botsing komt, zich nooit aan de voorschriften der koningen stoort, en daardoor ons onberispelijk beleid in het rijksbestuur niet tot zijn recht laat komen.
Psalmen 25:2, Psalmen 25:2, Jeremia 1:19, Jeremia 1:19, Spreuken 12:3
5Wij hebben dus ingezien, dat enkel en alleen dit volk altijd met iedereen overhoop ligt, dat het volgens vreemde wetten anders dan anderen leeft, en in zijn vijandige gezindheid tegen ons welzijn de ergste misdaden bedrijft, waardoor het koninkrijk niet tot bestendige rust kan komen.
Jesaja 12:2, Judas 1:21, Jesaja 12:2, Judas 1:21, Habakuk 3:18
6Daarom hebben wij bevolen, dat allen, die u worden aangewezen door de brieven van Haman, die over de rijksaangegelegenheden is aangesteld en ons een tweede vader is, op de dertiende van Adar, de twaalfde maand van dit jaar, met vrouwen en kinderen zonder genade en zonder medelijden door het zwaard hunner vijanden volkomen moeten worden vernietigd.
Psalmen 116:7, Psalmen 116:7, Psalmen 21:13, Psalmen 21:13, Psalmen 119:7
7Onze vroegere en tegenwoordige vijanden moeten dus op één dag door geweld in de onderwereld afdalen, opdat wij in het vervolg altijd rustig en onbezorgd onze aangelegenheden kunnen behartigen.“
8En al de wonderwerken des Heren indachtig, bad Mordokai aldus:
9Heer, Jahweh, almachtige Koning! Gij hebt macht over alles, en niemand kan U weerstaan, wanneer Gij Israël wilt redden.
10Want Gij hebt hemel en aarde geschapen met al wat men onder de hemel bewondert.
11Gij zijt Heer over alles, en omdat Gij er de Heer van zijt, kan niemand U weerstreven.
12Heer, Gij weet alles, en het is U bekend, dat ik niet uit overmoed, trots of eerzucht handelde, toen ik mij niet wilde neerwerpen voor dien hoogmoedigen Haman.
13Graag had ik zijn voetzolen gekust, om Israël te redden.
14Maar ik heb zo gehandeld, om aan een mens geen groter eer te geven dan aan God, en voor niemand anders mij neer te werpen dan voor U, mijn Heer; ik heb het dus niet uit hoogmoed gedaan.
15En nu Heer, God en Koning, God van Abraham, spaar uw volk! Want men belaagt ons, om ons te verderven, en doet pogingen, om ons, uw erfdeel van ouds, te vernietigen.
16Veracht toch niet uw bezit, dat Gij U uit Egypte hebt vrijgekocht.
17Verhoor mijn gebed, wees uw erfdeel genadig en verander onze droefheid in vreugde, opdat wij het leven behouden en uw Naam mogen prijzen, o Heer; laat toch de mond niet verstommen van hen die U loven!
18En heel Israël jammerde uit alle macht; want het had de dood voor ogen.

Andere Boeken

EstherJobPsalmen+

Andere Boeken

EstherHfst. 13
JobPsalmenSpreukenPredikerHooglied
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward