1Eens sliep Mordokai in de voorhof van het paleis, terwijl de twee koninklijke kamerlingen, Bigtan en Téresj, de wacht hielden.stylusJeremia 5:1, Jeremia 5:1, Jesaja 57:1, Jesaja 57:1, Mattheüs 24:122Hij hoorde hen praten, bemerkte hun omzichtigheid, en vernam, dat zij een aanslag voorbereidden op koning Achasjwerosj. Hij bracht hen bij den koning aan,stylusRomeinen 16:18, Romeinen 16:18, Jeremia 9:8, Jeremia 9:8, Psalmen 41:63en deze nam de twee kamerlingen in verhoor. Toen zij bekend hadden, werden ze terechtgesteld.stylusSpreuken 18:21, Spreuken 18:21, Daniël 7:8, Openbaring 13:5, Daniël 7:84De koning liet dit alles in de kronieken opschrijven, en Mordokai schreef daarover eveneens een eigen bericht.stylusJakobus 3:5, Jakobus 3:6, Jakobus 3:5, Jakobus 3:6, Job 21:145Daarna beval de koning Mordokai, in de voorhof dienst te nemen, en gaf hem ter beloning geschenken.stylusPsalmen 34:6, Psalmen 34:6, Spreuken 14:31, Spreuken 14:31, Jakobus 5:46Maar de Agagiet Haman, de zoon van Hammedata, die bij den koning in hoog aanzien stond, zocht naar een gelegenheid, om Mordokai en zijn volk kwaad te doen, omdat de twee koninklijke kamerlingen waren gedood.stylusSpreuken 30:5, Spreuken 30:5, Psalmen 18:30, Psalmen 18:30, 2 Samuël 22:31