1Hier volgen de laatste woorden van David: Een spreuk van David, den zoon van Jesse; Een spreuk van den held, zo hoog verheven: Den gezalfde van Jakobs God, Den zanger van Israëls psalmen.stylus1 Samuël 16:12, 1 Samuël 16:13, 1 Samuël 16:12, 1 Samuël 16:13, Psalmen 89:202De geest van Jahweh heeft door mij gesproken, Zijn woord ligt nog op mijn tong;stylus2 Petrus 1:21, 2 Petrus 1:21, Mattheüs 22:43, Mattheüs 22:43, Marcus 12:363Gesproken heeft de God van Jakob, Tot mij heeft Israëls Rots gezegd: "Wie rechtvaardig de mensen regeert, En heerst in de vreze des Heren;stylus2 Samuël 22:32, 2 Samuël 22:32, Deuteronomium 32:4, Deuteronomium 32:4, Exodus 18:214Hij is als het morgenlicht bij het stralen der zon Op een wolkenloze morgen; Als de zonneschijn na de regen, Die het groen uit de grond doet ontluiken."stylusRichteren 5:31, Richteren 5:31, Psalmen 72:6, Psalmen 72:6, Psalmen 89:365Zo blijft mijn huis bestendig voor God, Want Hij sloot met mij een eeuwig verbond; Onder ieder opzicht vast en verzekerd Is heel mijn geluk, zijn al mijn verlangens.stylusJesaja 55:3, Jesaja 55:3, 2 Samuël 7:14, 2 Samuël 7:16, Jesaja 9:66Maar Belialskinderen zal Hij niet doen gedijen, Als doornen werpt men ze allen weg: Men vat ze niet met de hand,stylusJesaja 33:12, Ezechiël 2:6, Jesaja 33:12, Ezechiël 2:6, 2 Samuël 20:17En niemand grijpt ze vast, Tenzij met ijzer en hout, Om ze tenslotte in de vlammen te werpen.stylusHebreeën 6:8, Hebreeën 6:8, 2 Samuël 22:8, 2 Samuël 22:10, Jesaja 27:48Hier volgen de namen van Davids helden. Isj-Bósjet uit Chakmon was de aanvoerder van de Drie. Hij zwaaide zijn bijl tegen achthonderd man, die hij in één keer versloeg.stylus1 Kronieken 11:11, 1 Kronieken 11:47, 1 Kronieken 27:2, 1 Kronieken 11:11, 1 Kronieken 11:479Na hem kwam Elazar, de zoon van Dodo, den Achochiet, ook een van de drie helden. Hij bevond zich met David te Pas-Dammim, toen de Filistijnen zich daar verzameld hadden voor de strijd. En toen de Israëlieten voor hen terugtrokken,stylus1 Kronieken 27:4, 1 Kronieken 11:12, 1 Kronieken 11:14, 1 Kronieken 27:4, 1 Kronieken 11:1210sprong hij op, en sloeg de Filistijnen, totdat zijn spieren zo stijf waren, dat hij zijn zwaard niet meer los kon laten. Die dag verleende Jahweh een grote overwinning; het volk sloot zich weer bij hem aan, maar het was toch alleen om te plunderen.stylus1 Samuël 19:5, 1 Samuël 11:13, 1 Samuël 19:5, 1 Samuël 11:13, Efeziërs 6:1011Na hem kwam Sjamma, de zoon van Aga uit Harari. Eens, toen de Filistijnen zich voor de strijd te Lechi verzameld hadden, waar een stuk land was, vol met linzen, was het volk voor de Filistijnen op de vlucht geslagen.stylus1 Kronieken 11:13, 1 Kronieken 11:14, 1 Kronieken 11:27, 1 Kronieken 11:13, 1 Kronieken 11:1412Maar hij ging midden op het veld staan, en wist het te behouden, door de Filistijnen te verslaan. Zo verleende Jahweh een grote overwinning.stylus2 Samuël 23:10, Spreuken 21:31, 2 Samuël 23:10, Spreuken 21:31, Psalmen 3:813Een andere keer daalden ze met hun drieën af, en kwamen tegen de oogst bij David in de spelonk van Adoellam, terwijl een bende Filistijnen in de vallei der Refaïeten gelegerd was.stylus1 Samuël 22:1, 2 Samuël 5:18, 1 Samuël 22:1, 2 Samuël 5:18, Jozua 12:1514David bevond zich toen in de bergvesting, en de Filistijnen hadden Betlehem bezet.stylus1 Samuël 22:4, 1 Samuël 22:5, 1 Samuël 22:4, 1 Samuël 22:5, 1 Samuël 13:2315Toen nu David eens het verlangen te kennen gaf, of iemand hem water te drinken kon geven uit de bron bij de poort van Betlehem,stylusJohannes 4:14, Johannes 4:14, Johannes 7:37, Johannes 7:37, Numeri 11:416drongen de drie helden in de legerplaats van de Filistijnen, putten water uit de bron bij de poort van Betlehem, namen het mee en brachten het bij David. Maar hij wilde het niet drinken, en goot het uit voor Jahweh,stylusGenesis 35:14, 2 Korintiërs 5:14, Genesis 35:14, 2 Korintiërs 5:14, Klaagliederen 2:1917terwijl hij uitriep: Bij Jahweh; ik denk er niet aan, zo iets te doen. Dat is het bloed van de mannen, die met gevaar van hun eigen leven er op uit zijn gegaan! Daarom wilde hij het niet drinken. Zulke dingen deden de drie helden.stylusLeviticus 17:10, Leviticus 17:10, 2 Samuël 20:20, Richteren 5:18, Genesis 44:1718Abisjai, de broer van Joab en de zoon van Seroeja, was de aanvoerder van de Dertig. Hij zwaaide zijn lans tegen driehonderd man, die hij doodde.stylus2 Samuël 10:10, 2 Samuël 10:14, 2 Samuël 10:10, 2 Samuël 10:14, 1 Kronieken 11:2019Ongetwijfeld was hij beroemder dan de Dertig, zodat hij hun aanvoerder werd; maar tegen de Drie kon hij niet op.stylusMattheüs 13:8, Mattheüs 13:23, Mattheüs 13:8, Mattheüs 13:23, 2 Samuël 23:920Benaja, de zoon van Jehojada, was een dapper man uit Kabseël, met een rijke staat van dienst. Hij versloeg de twee zonen van Ariël uit Moab. Ook doodde hij midden in een kuil een leeuw op een dag, dat er sneeuw lag.stylus2 Samuël 20:23, 2 Samuël 8:18, Jozua 15:21, 2 Samuël 20:23, 2 Samuël 8:1821Verder versloeg hij een Egyptenaar, een man van ongewone afmetingen, die met een lans was gewapend; hij ging met een stok op hem af, wrong hem de lans uit de vuist en stak hem met zijn eigen lans dood.stylus1 Kronieken 11:23, 1 Samuël 17:51, Kolossenzen 2:15, 1 Kronieken 11:23, 1 Samuël 17:5122Zulke dingen deed Benaja, de zoon van Jehojada!stylus23Daardoor was hij beroemder dan de Dertig, maar tegen de Drie kon hij niet op. Hem stelde David over zijn lijfwacht aan.stylus2 Samuël 20:23, 1 Kronieken 27:6, 1 Samuël 22:14, 2 Samuël 8:8, 2 Samuël 20:2324Tot de Dertig behoorden Asaël, de broer van Joab; Elchanan, de zoon van Dodo uit Betlehem;stylus2 Samuël 2:18, 2 Samuël 2:18, 1 Kronieken 27:7, 1 Kronieken 27:7, 1 Kronieken 11:2625Sjamma uit Charod; Elika uit Charod;stylus1 Kronieken 11:27, 1 Kronieken 11:28, Richteren 7:1, 1 Kronieken 11:27, 1 Kronieken 11:2826Chéles uit Bet-Pélet; Ira de zoon van Ikkesj uit Tekóa;stylus2 Samuël 14:2, 2 Samuël 14:2, 1 Kronieken 11:27, 1 Kronieken 11:28, 1 Kronieken 27:927Abiézer uit Anatot; Meboennai uit Choesja;stylusJozua 21:18, Jozua 21:18, 1 Kronieken 27:12, 1 Kronieken 11:19, 1 Kronieken 11:2828Salmon uit Achochi; Maharai uit Netófa;stylus1 Kronieken 27:13, 2 Koningen 25:23, 1 Kronieken 27:13, 2 Koningen 25:23, 1 Kronieken 11:3029Chéleb, de zoon van Baäna uit Netófa; Ittai, de zoon van Ribai uit Géba der Benjamieten;stylusJozua 18:28, 1 Kronieken 11:30, 1 Kronieken 11:31, 1 Kronieken 27:15, Jozua 18:2830Benajáhoe uit Piraton; Hiddai uit Nachale-Gáasj;stylusRichteren 12:15, Richteren 12:15, 1 Kronieken 27:14, Richteren 12:13, Richteren 2:931Abibáal uit Bet-Arba; Azmáwet uit Bachoerim;stylus2 Samuël 3:16, 2 Samuël 3:16, 1 Kronieken 11:32, 1 Kronieken 11:33, 1 Kronieken 11:3232Eljachba uit Sjaälbon; Jasjen uit Goen; Jehonatan;stylus1 Kronieken 11:34, 1 Kronieken 11:3433Sjamma uit Harar; Achiam, de zoon van Sjarar, uit Harar;stylus1 Kronieken 11:27, 1 Kronieken 11:35, 2 Samuël 23:11, 1 Kronieken 11:27, 1 Kronieken 11:3534Elifélet, de zoon van Achasbai, uit Bet-Maäka; Eliam, de zoon van Achitófel, uit Gilo;stylus2 Samuël 11:3, 2 Samuël 11:3, 2 Samuël 15:12, 2 Samuël 15:12, 2 Samuël 15:3135Chesrai uit Karmel; Paärai uit Arbi;stylus1 Kronieken 11:37, 1 Kronieken 11:37, Jozua 15:55, Jozua 15:5536Jigal, de zoon van Natan, uit Soba; Bani uit Gad;stylus1 Kronieken 11:38, 2 Samuël 8:3, 1 Kronieken 11:38, 2 Samuël 8:337Sélek, de Ammoniet; Nacharai uit Beërot, de wapendrager van Joab, den zoon van Seroeja;stylus2 Samuël 4:2, 1 Kronieken 11:37, 1 Kronieken 11:39, 2 Samuël 4:2, 1 Kronieken 11:3738Ira uit Jéter; Gareb uit Jéter;stylus1 Kronieken 2:53, 1 Kronieken 2:53, 2 Samuël 20:26, 2 Samuël 20:26, 1 Kronieken 11:4039Oerija de Chittiet. In het geheel waren er dus zeven en dertig.stylus2 Samuël 11:3, 2 Samuël 11:3, 2 Samuël 12:9, 1 Koningen 15:5, Mattheüs 1:6