1Toen dan ook Joab, de zoon van Seroeja, bemerkte, dat het hart van den koning naar Absalom trok,stylus2 Samuël 13:39, 2 Samuël 13:39, 2 Samuël 2:18, 2 Samuël 2:18, 2 Samuël 19:22liet hij uit Tekóa een vrouw komen, die als zeer schrander bekend stond. Hij zeide tot haar: Ge moet u voordoen, alsof ge in de rouw zijt. Trek rouwkleren aan, en gebruik geen zalfolie, zodat ge eruit ziet als een vrouw, die al jarenlang een dode betreurt.stylus2 Kronieken 11:6, 2 Kronieken 11:6, Amos 1:1, Ruth 3:3, Amos 1:13Vervoeg u dan bij den koning, en spreek tot hem als volgt. En Joab legde haar de woorden in de mond.stylus2 Samuël 14:19, 2 Samuël 14:19, Exodus 4:15, Exodus 4:15, Deuteronomium 18:184Bij den koning toegelaten, wierp de vrouw uit Tekóa zich vol eerbied op de grond en sprak: Help mij, o koning!stylus2 Koningen 6:26, 2 Koningen 6:28, 2 Samuël 1:2, 1 Samuël 25:23, 2 Koningen 6:265De koning vroeg haar wat er aan scheelde. Zij hernam: Ach, ik ben een weduwvrouw. Toen mijn man stierf,stylusRichteren 9:8, Richteren 9:15, 2 Samuël 12:1, 2 Samuël 12:3, Richteren 9:86had uw dienstmaagd twee zonen; op het veld kregen ze samen twist, en omdat er niemand was, die tussenbeide kon komen, sloeg de een den ander dood.stylusGenesis 4:8, Deuteronomium 22:26, Deuteronomium 22:27, Exodus 2:13, Genesis 4:87En nu eist de hele familie van uw dienstmaagd: Lever den broedermoordenaar uit! We willen zijn leven voor dat van zijn broer, dien hij vermoord heeft, en willen ook den erfgenaam uit de weg ruimen! Zo willen ze de vonk uitdoven, die mij nog rest, en gunnen mijn man naam noch nakroost op aarde.stylusNumeri 35:19, Numeri 35:19, Mattheüs 21:38, Mattheüs 21:38, 2 Samuël 12:178De koning zei tot de vrouw: Ga maar naar huis; ik zal uitspraak doen in uw zaak.stylusSpreuken 18:13, Spreuken 18:13, Job 29:16, 2 Samuël 12:5, 2 Samuël 12:69Maar de vrouw uit Tekóa zeide tot den koning: Ja maar, mijn heer en koning, de bloedschuld komt op mij neer en op mijn familie; de koning en zijn troon hebben er geen hinder van.stylus1 Samuël 25:24, 1 Samuël 25:24, 1 Koningen 2:33, 1 Koningen 2:33, Mattheüs 27:2510De koning antwoordde: Als iemand iets van u wil, moet ge hem maar naar mij toe sturen; dan zal hij het niet meer wagen, u lastig te vallen.stylus11Toen zeide de vrouw: Laat de koning bij Jahweh, uw God, verzekeren, dat de bloedwreker geen kwaad zal stichten, en dat mijn zoon niet uit de weg wordt geruimd! En hij beloofde: Zowaar Jahweh leeft; geen haar van uw zoon zal gekrenkt worden.stylus1 Samuël 14:45, 1 Samuël 14:45, Mattheüs 10:30, Numeri 35:19, Mattheüs 10:3012Nu sprak de vrouw: Mag uw dienstmaagd mijn heer en koning nog iets zeggen? Hij antwoordde: Spreek.stylusHandelingen 26:1, Genesis 44:18, 1 Samuël 25:24, Jeremia 12:1, Genesis 18:3213En de vrouw hernam: Waarom zijt gij dan iets dergelijks van plan met het volk van God? Nu de koning deze beslissing heeft genomen, verklaart hij als het ware zichzelf schuldig, wanneer hij niet laat terugkeren dien hij verstoten heeft.stylus2 Samuël 13:37, 2 Samuël 13:38, 2 Samuël 13:37, 2 Samuël 13:38, 2 Samuël 12:714Want wij sterven toch; en evenmin als water, dat op de grond gemorst is, nog teruggehaald kan worden, zo geeft God geen leven terug. Laat de koning dus maatregelen nemen, om den verstotene niet langer van zich te verwijderen.stylusJob 30:23, Job 30:23, Hebreeën 9:27, Numeri 35:28, Hebreeën 9:2715De reden, waarom ik den koning dit alles ben komen vertellen, is, dat de mensen mij bang maakten. Toen dacht uw dienstmaagd: Laat ik eens met den koning gaan praten; misschien doet de koning wel wat zijn dienstmaagd vraagt.stylus16De koning zal wel luisteren en zijn dienstmaagd redden uit de greep van den man, die mij zowel als mijn zoon wil uitstoten uit het erfdeel van God.stylus1 Samuël 26:19, 1 Samuël 26:1917Daarom dacht uw dienstmaagd: Het woord van mijn heer en koning zal wel een geruststelling zijn; want mijn heer en koning is als een engel van God, die geduldig naar alles wil luisteren. Moge Jahweh, uw God, met u zijn!stylus1 Samuël 29:9, 2 Samuël 19:27, 1 Samuël 29:9, 2 Samuël 19:27, 2 Samuël 14:2018De koning hernam en sprak tot de vrouw: Verzwijg nu eens niet, wat ik u thans ga vragen. De vrouw antwoordde: Mijn heer en koning spreke.stylusJeremia 38:14, Jeremia 38:25, 1 Samuël 3:17, 1 Samuël 3:18, Jeremia 38:1419De koning vroeg: Heeft Joab hier soms de hand in gehad? De vrouw antwoordde: Zo waar gij leeft, mijn heer en koning, rechts noch links is er een uitweg, als mijn heer en koning iets vraagt! Ja, uw dienaar Joab was het, die mij de opdracht gaf; hij was het ook, die al deze woorden in de mond van uw dienares heeft gelegd.stylus2 Samuël 14:3, 2 Samuël 14:3, 1 Samuël 1:26, 1 Samuël 1:26, Lucas 21:1520Uw dienaar Joab heeft dat gedaan, om de zaak een ander voorkomen te geven; maar mijn heer is zo wijs als een engel van God, die alles weet, wat er op aarde gebeurt.stylus2 Samuël 14:17, 2 Samuël 14:17, 2 Samuël 19:27, 2 Samuël 19:27, Spreuken 26:2821Toen sprak de koning tot Joab: Goed dan! Ik doe wat ge me voorstelt; ge kunt den jongen Absalom terughalen.stylus2 Samuël 14:11, 2 Samuël 14:11, 1 Samuël 14:39, Marcus 6:26, 1 Samuël 14:3922Joab wierp zich vol eerbied op de grond, wenste den koning geluk en zeide: Nu weet uw dienaar, mijn heer en koning, dat ik bij u in de gunst sta, omdat de koning gedaan heeft, wat uw dienaar hem vroeg.stylusJob 29:11, 1 Samuël 20:3, Job 31:20, Nehemia 11:2, Genesis 6:823En Joab vertrok, ging naar Gesjoer en bracht Absalom naar Jerusalem terug.stylus2 Samuël 13:37, 2 Samuël 13:38, 2 Samuël 3:3, 2 Samuël 13:37, 2 Samuël 13:3824Maar de koning beval: Hij mag zich naar zijn woning begeven, maar mij niet onder de ogen komen! Absalom begaf zich dus naar zijn woning, en kwam den koning niet onder de ogen.stylusOpenbaring 22:4, Openbaring 22:4, Genesis 43:3, 2 Samuël 14:28, Exodus 10:2825Nu was er in heel Israël niemand, die zozeer om zijn schoonheid geprezen werd als Absalom; van top tot teen viel er niets op hem aan te merken.stylusJesaja 1:6, Jesaja 1:6, Deuteronomium 28:35, Job 2:7, Deuteronomium 28:3526Eens per jaar liet hij zijn hoofdhaar knippen; want dan was het zo’n vracht, dat hij het wel moest laten korten. Als hij dan zijn hoofdhaar liet knippen, woog het tweehonderd sikkel, naar koninklijk gewicht.stylusEzechiël 44:20, Ezechiël 44:20, 2 Samuël 18:9, 1 Korintiërs 11:14, 2 Samuël 18:927Absalom had drie zonen gekregen; bovendien een dochter, die Tamar heette en een zeer mooie vrouw was.stylus2 Samuël 18:18, 2 Samuël 18:18, 2 Samuël 13:1, 2 Samuël 13:1, Jeremia 22:3028Toen Absalom twee jaar in Jerusalem gewoond had, zonder den koning onder de ogen te zijn gekomen,stylus29ontbood hij Joab met de bedoeling, hem tot den koning te zenden. Maar deze wilde niet bij hem komen. Hij ontbood hem nog eens, maar hij weigerde weer.stylus2 Samuël 14:30, 2 Samuël 14:31, Mattheüs 22:3, Esther 1:12, 2 Samuël 14:3030Daarom zeide hij tot zijn dienaren: Naast het land van mij ligt een stuk land van Joab, waarop hij gerst heeft staan; gaat dat in brand steken. Toen de dienaren van Absalom het stuk land in brand hadden gestoken,stylusRichteren 15:4, Richteren 15:5, Richteren 15:4, Richteren 15:5, 1 Koningen 21:931begaf Joab zich eindelijk naar de woning van Absalom en zeide tot hem: Waarom hebben uw dienaren mijn akker in brand gestoken?stylus32Absalom gaf Joab ten antwoord: Wel, ik heb u laten verzoeken, eens bij me te komen. Ik wilde u aan den koning laten vragen: Waarom ben ik eigenlijk uit Gesjoer gekomen? Het zou beter voor me zijn, als ik daar was gebleven. Nu wil ik ofwel door den koning ontvangen worden, óf hij moet me maar doden, als ik nog schuld heb.stylus1 Samuël 20:8, Exodus 14:12, Spreuken 28:13, 1 Samuël 20:8, Exodus 14:1233Joab ging dus naar den koning, en toen hij hem alles verteld had, liet hij Absalom roepen. Deze begaf zich naar den koning, en boog zich voor den koning ter aarde neer. En de koning kuste Absalom.stylusLucas 15:20, Genesis 33:4, Lucas 15:20, Genesis 33:4, Genesis 45:15