Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

2 Koningen Hoofdstuk 3

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
2 KONINGEN

2 Koningen 3

1In het achttiende jaar der regering van Josafat over Juda werd Joram, de zoon van Achab, te Samaria koning van Israël. Hij regeerde twaalf jaar.
2 Koningen 1:17, 2 Koningen 1:17, 2 Koningen 8:16, 1 Koningen 22:51, 2 Koningen 8:16
2Hij deed wat kwaad was in de ogen van Jahweh, maar niet zo erg als zijn vader en moeder; want hij verwijderde de heilige zuilen van Báal, die zijn vader had opgericht.
2 Koningen 10:18, 2 Koningen 10:18, 2 Koningen 10:26, 2 Koningen 10:28, 1 Koningen 21:25
3Maar hij brak niet met de zonde, waartoe Jeroboam, de zoon van Nebat, Israël had verleid.
1 Koningen 14:16, 1 Koningen 14:16, 2 Koningen 15:18, 1 Koningen 13:33, 1 Koningen 15:34
4Mesja, de koning van Moab, die een herdersvorst was, moest aan den koning van Israël als schatting jaarlijks honderdduizend lammeren en de wol van honderdduizend schapen betalen.
2 Samuël 8:2, 2 Samuël 8:2, Job 42:12, Genesis 13:2, Psalmen 108:9
5Maar na de dood van Achab had de koning van Moab zich van den koning van Israël onafhankelijk gemaakt.
2 Koningen 1:1, 2 Koningen 1:1, 2 Kronieken 21:8, 2 Kronieken 21:10, 2 Koningen 8:20
6Daarom verliet koning Joram op zekere dag Samaria, om heel Israël te gaan monsteren.
2 Samuël 24:1, 2 Samuël 24:25, 1 Koningen 20:27, 1 Samuël 11:8, 1 Samuël 15:4
7Tegelijk liet hij aan koning Josafat van Juda berichten: De koning van Moab heeft zich van mij los gemaakt; wilt gij met mij tegen Moab ten strijde trekken? Hij antwoordde: Ik ga mee; want ik en gij zijn één; mijn volk is uw volk, en mijn paarden zijn uw paarden.
1 Koningen 22:4, 1 Koningen 22:4, 2 Kronieken 18:3, 2 Kronieken 22:10, 2 Kronieken 22:12
8En hij vroeg: Welke weg zullen we gaan? Het antwoord luidde: Door de woestijn van Edom.
Maleachi 1:2, Maleachi 1:3, Numeri 21:4, Maleachi 1:2, Maleachi 1:3
9Daarop trok de koning van Israël met de koningen van Juda en Edom te velde; maar na een tocht van zeven dagen was er geen water meer voor het leger en de dieren, die hen volgden.
1 Koningen 22:47, 1 Koningen 22:47, Numeri 20:4, Exodus 17:1, Richteren 4:10
10Toen sprak de koning van Israël: Wee; nu heeft Jahweh ons, drie koningen, hierheen geroepen, om ons aan Moab over te leveren.
Spreuken 19:3, 2 Koningen 6:33, Genesis 4:13, Jesaja 8:21, Jesaja 51:20
11Maar Josafat vroeg: Is er hier geen profeet van Jahweh, door wien we Hem kunnen raadplegen? Iemand uit het gevolg van den koning van Israël antwoordde: Eliseus is hier, de zoon van Sjafat, die op Elias’ handen water goot.
1 Koningen 22:7, 1 Koningen 22:7, 1 Koningen 19:21, 1 Koningen 19:21, 2 Koningen 3:3
12Josafat verzekerde: Bij hem is het woord van Jahweh. De koning van Israël ging dus met Josafat en den koning van Edom naar hem toe.
2 Koningen 2:14, 2 Koningen 2:15, Openbaring 3:9, 2 Koningen 5:15, Jesaja 49:23
13Maar Eliseus sprak tot den koning van Israël: Wat heb ik met u te maken? Ga naar de profeten van uw vader en moeder! De koning van Israël antwoordde: Maak toch, dat Jahweh ons drieën niet hierheen heeft geroepen, om tenslotte aan Moab te worden overgeleverd.
1 Koningen 18:19, 1 Koningen 22:6, 1 Koningen 18:19, 1 Koningen 22:6, Deuteronomium 32:37
14Toen sprak Eliseus: Zo waar Jahweh der heirscharen leeft, voor wiens aanschijn ik sta; als ik me niet in acht nam tegenover Josafat, den koning van Juda, dan keek ik u nog niet eens aan.
2 Koningen 5:16, 2 Koningen 5:16, 1 Koningen 17:1, 1 Koningen 17:1, Jeremia 1:18
15Doch haalt mij nu maar een citerspeler. Zodra de citerspeler begon te tokkelen, kwam de hand van Jahweh op Eliseüs.
1 Samuël 16:23, 1 Samuël 16:23, Ezechiël 1:3, Ezechiël 1:3, 1 Samuël 10:5
16En hij sprak: Zo spreekt Jahweh! Graaft in dit dal overal kuilen.
2 Koningen 4:3, 2 Koningen 4:3, Numeri 2:16, Numeri 2:18, Numeri 2:16
17Want zo spreekt Jahweh! Gij zult geen wind en regen zien, maar dit dal zal met water worden gevuld, zodat gij met uw leger en uw lastdieren kunt drinken.
Psalmen 107:35, Psalmen 107:35, Jesaja 41:17, Jesaja 41:18, Jesaja 48:21
18En dit betekent nog maar weinig voor Jahweh. Want Hij zal Moab aan u overleveren;
Lucas 1:37, Jeremia 32:27, Lucas 1:37, Jeremia 32:27, Jeremia 32:17
19gij zult alle versterkte steden overweldigen, alle vruchtbomen vellen, alle waterbronnen verstoppen en alle goede akkers met stenen bederven.
2 Koningen 3:25, Deuteronomium 20:19, Deuteronomium 20:20, Numeri 24:17, 1 Samuël 15:3
20En de volgende morgen omtrent de tijd van het offer, kwam er van de kant van Edom plotseling een watervloed opzetten, die het land overstroomde.
Exodus 29:39, Exodus 29:40, Exodus 29:39, Exodus 29:40, 1 Koningen 18:36
21Intussen hadden de Moabieten gehoord, dat de koningen tegen hen ten strijde waren getrokken. Daarom waren alle strijdbare mannen opgeroepen, en aan de grens opgesteld.
1 Koningen 20:11, Efeziërs 6:14, 1 Koningen 20:11, Efeziërs 6:14
22Maar toen de zon ‘s morgens vroeg over het water straalde, zagen de Moabieten uit de verte het water bloedrood gekleurd.
23En ze riepen: Dat is bloed! De koningen zijn elkaar te lijf gegaan, en hebben elkander verslagen. Moab, op; naar de buit!
2 Koningen 7:6, Exodus 15:9, 2 Kronieken 20:25, 2 Koningen 6:18, 2 Koningen 6:20
24En ze renden op het kamp der Israëlieten af. Maar de Israëlieten hadden zich te weer gesteld, en sloegen op de Moabieten in, die voor hen de vlucht moesten nemen. Doch de Israëlieten zetten hen achterna, en sloegen er voortdurend op in.
1 Tessalonicenzen 5:3, 1 Tessalonicenzen 5:4, Jozua 8:20, Jozua 8:22, Richteren 20:40
25Ze verwoestten al hun steden, wierpen alle goede akkers vol stenen, verstopten alle bronnen en hakten alle vruchtbomen om. Ten slotte bleef alleen Kir-Charésjet met zijn bezetting nog over; maar ook deze stad werd door de slingeraars omsingeld en beschoten.
Jeremia 48:36, Jesaja 16:7, Jeremia 48:31, 2 Koningen 3:19, Jeremia 48:36
26Toen de koning van Moab nu zag, dat de strijd hem te machtig werd, trachtte hij met zeven honderd strijders bij den koning van Edom door te breken; maar het lukte hun niet.
2 Koningen 3:9, Amos 2:1, 2 Koningen 3:9, Amos 2:1
27Daarom nam hij zijn eerstgeboren zoon, die hem moest opvolgen, en offerde hem als brandoffer op de stadsmuur. Nu barstte er een hevige toorn tegen de Israëlieten los, zodat ze moesten opbreken en naar hun land terugkeren.
Micha 6:7, Micha 6:7, Deuteronomium 12:31, Deuteronomium 12:31, Richteren 11:31

Andere Boeken

2 Koningen1 Kronieken2 Kronieken+

Andere Boeken

2 KoningenHfst. 3
1 Kronieken2 KroniekenEzraNehemiaTobit
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward