Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

1 Samuël Hoofdstuk 10

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
1 SAMUËL

1 Samuël 10

1Toen nam Samuël een pul met olie, goot die leeg over zijn hoofd, omhelsde hem en sprak: Hiermede heeft Jahweh u gezalfd tot leider van zijn volk Israël. Gij zijt het, die het volk van Jahweh moet beschermen en het bevrijden uit de macht van zijn vijandige buren. En dit is het teken. dat Jahweh u tot leider van zijn erfdeel gezalfd heeft:
1 Samuël 16:13, 1 Samuël 16:13, Psalmen 78:71, Psalmen 78:71, 1 Samuël 9:16
2Als ge zo aanstonds van mij zijt vertrokken, zult ge tegen de middag dicht bij het graf van Rachel op het grondgebied van Benjamin twee mannen ontmoeten. Zij zullen u zeggen: De ezelinnen, die ge waart gaan zoeken, zijn terecht; uw. vader heeft dat geval van de ezelinnen al vergeten, maar hij maakt zich ongerust over u en vraagt zich af: Wat kan ik voor mijn zoon doen?
1 Samuël 9:3, 1 Samuël 9:5, 1 Samuël 9:3, 1 Samuël 9:5, Genesis 35:19
3Als ge vandaar verder trekt en de eik van Debora bereikt, zullen u daar drie mannen tegemoet komen, die opgaan naar God te Betel: de een met drie lammeren, de ander met drie ronde broden en de derde met een zak wijn.
Genesis 35:1, Genesis 35:3, Genesis 28:22, Genesis 35:1, Genesis 35:3
4Ze zullen u groeten en u twee broden aanbieden, die gij van hen moet aannemen.
Richteren 18:15, Richteren 18:15
5Daarna moet ge naar Giba van God gaan, waar de stadhouder der Filistijnen woont; zodra ge de stad binnenkomt, zult ge een troep profeten ontmoeten, die met harpen en tamboerijnen, met fluiten en citers voorop, van de hoogte afkomen en aan het profeteren zijn.
2 Koningen 3:15, 2 Koningen 3:15, 1 Samuël 19:20, 1 Samuël 13:3, 1 Samuël 19:20
6Dan zal de geest van Jahweh zich van u meester maken, zodat ge met hen gaat profeteren en een ander mens wordt.
1 Samuël 10:10, 1 Samuël 10:10, 1 Samuël 19:23, 1 Samuël 19:24, 1 Samuël 19:23
7Wanneer nu deze tekenen zijn uitgekomen, kunt ge voorlopig doen, wat u het beste lijkt; want God is met u.
Richteren 6:12, Richteren 6:12, Jozua 1:5, Jozua 1:5, Exodus 4:8
8Daarna moet ge mij voorgaan naar Gilgal, waar ik naar u toe zal komen, om brandoffers op te dragen en vredeoffers te brengen. Zeven dagen lang moet ge mijn komst afwachten; dan zal ik u mededelen, wat ge moet doen.
1 Samuël 11:14, 1 Samuël 11:15, 1 Samuël 11:14, 1 Samuël 11:15, 1 Samuël 13:4
9Zodra hij zich had omgekeerd en van Samuël was heengegaan, maakte God van hem een ander mens, en kwamen al die tekenen nog diezelfde dag uit.
Jesaja 38:7, Jesaja 38:8, Jesaja 38:7, Jesaja 38:8, Richteren 6:36
10En toen hij verder naar Giba ging, kwam hem een groep profeten tegemoet. Nu maakte de geest Gods zich van hem meester, en hij begon in hun kring te profeteren.
1 Samuël 10:5, 1 Samuël 10:6, 1 Samuël 10:5, 1 Samuël 10:6, 1 Samuël 19:20
11En allen, die hem van vroeger kenden en zagen, dat hij zowaar met de profeten meedeed, vroegen elkander: Wat is er nu met den zoon van Kisj gebeurd? Behoort ook Saul bij de profeten?
1 Samuël 19:24, Johannes 7:15, 1 Samuël 19:24, Johannes 7:15, Mattheüs 13:54
12Maar een van hen gaf ten antwoord: Maar wat betekent hun vader dan wel? Daarom werd het een spreekwoord: "Behoort ook Saul bij de profeten."
Jesaja 54:13, Johannes 6:45, Jesaja 54:13, Johannes 6:45, Johannes 7:16
13Toen hij opgehouden had met profeteren, en in Giba was teruggekomen,
14vroeg de oom van Saul aan hem en zijn knecht: Waar zijt gij geweest? Hij antwoordde: De ezelinnen zoeken; en toen we zagen, dat ze nergens te vinden waren, zijn we naar Samuël gegaan.
1 Samuël 14:50, 1 Samuël 14:50, 2 Koningen 5:25, 1 Samuël 9:3, 1 Samuël 9:10
15De oom van Saul hernam: Vertel me eens, wat Samuël u gezegd heeft.
16Saul gaf zijn oom ten antwoord: Hij heeft ons verzekerd, dat de ezelinnen terecht waren. Maar de geschiedenis van het koningschap, waarover Samuël gesproken had, vertelde hij hem niet.
Richteren 14:6, 1 Samuël 9:27, 1 Samuël 9:20, Spreuken 29:11, Richteren 14:6
17Nu riep Samuël het volk bijeen naar Jahweh in Mispa,
Richteren 20:1, Richteren 20:1, 1 Samuël 7:5, 1 Samuël 7:6, 1 Samuël 7:5
18en hij sprak tot de Israëlieten: Zo spreekt Jahweh, Israëls God! Ik heb Israël uit Egypte geleid, en u bevrijd uit de macht van de Egyptenaren en van alle koninkrijken, die u verdrukten.
Richteren 6:8, Richteren 6:9, Richteren 6:8, Richteren 6:9, Nehemia 9:9
19Maar gij hebt heden den God miskend, die u verloste van al uw plagen en rampen; want gij hebt geroepen: Neen, stel een koning over ons aan! Het zij zo; treedt volgens uw stammen en families voor het aanschijn van Jahweh.
1 Samuël 12:12, 1 Samuël 12:12, Jozua 24:1, 1 Samuël 8:19, Jozua 24:1
20Eerst liet Samuël dus alle Israëlietische stammen aantreden; en aangewezen werd de stam Benjamin.
Jozua 7:16, Jozua 7:18, Handelingen 1:24, Handelingen 1:26, 1 Samuël 14:41
21Daarna liet hij de families van de stam Benjamin aantreden; en aangewezen werd de familie Matri. Tenslotte de familie Matri, man voor man; en aangewezen werd Saul, de zoon van Kisj. Men ging hem zoeken, maar hij was nergens te vinden.
22Daarom raadpleegde men Jahweh andermaal: Is de man wel hierheen gekomen? En Jahweh antwoordde: Hij zit verborgen bij de legertros.
Richteren 20:18, Numeri 27:21, Richteren 20:18, Numeri 27:21, Richteren 20:28
23Ze haalden hem er vlug vandaan. En toen ze hem in het midden van het volk hadden geplaatst, en hij met kop en schouder boven al het volk uitstak,
1 Samuël 9:2, 1 Samuël 9:2, 1 Samuël 17:4, 1 Samuël 16:7, 1 Samuël 17:4
24sprak Samuël tot geheel het volk: Ziet gij niet, wien Jahweh heeft uitverkoren; hij heeft zijns gelijke niet onder heel het volk! En heel het volk begon te juichen en te roepen: Leve de koning!
2 Samuël 21:6, 1 Koningen 1:39, 1 Koningen 1:25, 2 Samuël 21:6, 1 Koningen 1:39
25En nadat Samuël voor het volk het koningsrecht had uiteengezet en het in een boek had opgeschreven, dat hij voor Jahweh neerlegde, liet hij het volk naar zijn woonplaatsen terugkeren.
1 Samuël 8:11, 1 Samuël 8:18, 1 Samuël 8:11, 1 Samuël 8:18, Deuteronomium 17:14
26Ook Saul ging huiswaarts naar Giba. En de dapperen, die Jahweh daartoe had aangezet, sloten zich bij hem aan.
1 Samuël 11:4, 1 Samuël 11:4, 1 Samuël 15:34, Jozua 18:28, 1 Samuël 15:34
27Maar de Belialskinderen meenden: Hoe zou die ons kunnen bevrijden? En omdat ze hem minachtten, brachten ze hem geen geschenken.
Deuteronomium 13:13, Deuteronomium 13:13, 2 Kronieken 17:5, 1 Koningen 10:25, 1 Samuël 2:12

Andere Boeken

1 Samuël2 Samuël1 Koningen+

Andere Boeken

1 SamuëlHfst. 10
2 Samuël1 Koningen2 Koningen1 Kronieken2 Kronieken
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward