1Toen nam Samuël een pul met olie, goot die leeg over zijn hoofd, omhelsde hem en sprak: Hiermede heeft Jahweh u gezalfd tot leider van zijn volk Israël. Gij zijt het, die het volk van Jahweh moet beschermen en het bevrijden uit de macht van zijn vijandige buren. En dit is het teken. dat Jahweh u tot leider van zijn erfdeel gezalfd heeft:stylus1 Samuël 16:13, 1 Samuël 16:13, Psalmen 78:71, Psalmen 78:71, 1 Samuël 9:162Als ge zo aanstonds van mij zijt vertrokken, zult ge tegen de middag dicht bij het graf van Rachel op het grondgebied van Benjamin twee mannen ontmoeten. Zij zullen u zeggen: De ezelinnen, die ge waart gaan zoeken, zijn terecht; uw. vader heeft dat geval van de ezelinnen al vergeten, maar hij maakt zich ongerust over u en vraagt zich af: Wat kan ik voor mijn zoon doen?stylus1 Samuël 9:3, 1 Samuël 9:5, 1 Samuël 9:3, 1 Samuël 9:5, Genesis 35:193Als ge vandaar verder trekt en de eik van Debora bereikt, zullen u daar drie mannen tegemoet komen, die opgaan naar God te Betel: de een met drie lammeren, de ander met drie ronde broden en de derde met een zak wijn.stylusGenesis 35:1, Genesis 35:3, Genesis 28:22, Genesis 35:1, Genesis 35:34Ze zullen u groeten en u twee broden aanbieden, die gij van hen moet aannemen.stylusRichteren 18:15, Richteren 18:155Daarna moet ge naar Giba van God gaan, waar de stadhouder der Filistijnen woont; zodra ge de stad binnenkomt, zult ge een troep profeten ontmoeten, die met harpen en tamboerijnen, met fluiten en citers voorop, van de hoogte afkomen en aan het profeteren zijn.stylus2 Koningen 3:15, 2 Koningen 3:15, 1 Samuël 19:20, 1 Samuël 13:3, 1 Samuël 19:206Dan zal de geest van Jahweh zich van u meester maken, zodat ge met hen gaat profeteren en een ander mens wordt.stylus1 Samuël 10:10, 1 Samuël 10:10, 1 Samuël 19:23, 1 Samuël 19:24, 1 Samuël 19:237Wanneer nu deze tekenen zijn uitgekomen, kunt ge voorlopig doen, wat u het beste lijkt; want God is met u.stylusRichteren 6:12, Richteren 6:12, Jozua 1:5, Jozua 1:5, Exodus 4:88Daarna moet ge mij voorgaan naar Gilgal, waar ik naar u toe zal komen, om brandoffers op te dragen en vredeoffers te brengen. Zeven dagen lang moet ge mijn komst afwachten; dan zal ik u mededelen, wat ge moet doen.stylus1 Samuël 11:14, 1 Samuël 11:15, 1 Samuël 11:14, 1 Samuël 11:15, 1 Samuël 13:49Zodra hij zich had omgekeerd en van Samuël was heengegaan, maakte God van hem een ander mens, en kwamen al die tekenen nog diezelfde dag uit.stylusJesaja 38:7, Jesaja 38:8, Jesaja 38:7, Jesaja 38:8, Richteren 6:3610En toen hij verder naar Giba ging, kwam hem een groep profeten tegemoet. Nu maakte de geest Gods zich van hem meester, en hij begon in hun kring te profeteren.stylus1 Samuël 10:5, 1 Samuël 10:6, 1 Samuël 10:5, 1 Samuël 10:6, 1 Samuël 19:2011En allen, die hem van vroeger kenden en zagen, dat hij zowaar met de profeten meedeed, vroegen elkander: Wat is er nu met den zoon van Kisj gebeurd? Behoort ook Saul bij de profeten?stylus1 Samuël 19:24, Johannes 7:15, 1 Samuël 19:24, Johannes 7:15, Mattheüs 13:5412Maar een van hen gaf ten antwoord: Maar wat betekent hun vader dan wel? Daarom werd het een spreekwoord: "Behoort ook Saul bij de profeten."stylusJesaja 54:13, Johannes 6:45, Jesaja 54:13, Johannes 6:45, Johannes 7:1613Toen hij opgehouden had met profeteren, en in Giba was teruggekomen,stylus14vroeg de oom van Saul aan hem en zijn knecht: Waar zijt gij geweest? Hij antwoordde: De ezelinnen zoeken; en toen we zagen, dat ze nergens te vinden waren, zijn we naar Samuël gegaan.stylus1 Samuël 14:50, 1 Samuël 14:50, 2 Koningen 5:25, 1 Samuël 9:3, 1 Samuël 9:1015De oom van Saul hernam: Vertel me eens, wat Samuël u gezegd heeft.stylus16Saul gaf zijn oom ten antwoord: Hij heeft ons verzekerd, dat de ezelinnen terecht waren. Maar de geschiedenis van het koningschap, waarover Samuël gesproken had, vertelde hij hem niet.stylusRichteren 14:6, 1 Samuël 9:27, 1 Samuël 9:20, Spreuken 29:11, Richteren 14:617Nu riep Samuël het volk bijeen naar Jahweh in Mispa,stylusRichteren 20:1, Richteren 20:1, 1 Samuël 7:5, 1 Samuël 7:6, 1 Samuël 7:518en hij sprak tot de Israëlieten: Zo spreekt Jahweh, Israëls God! Ik heb Israël uit Egypte geleid, en u bevrijd uit de macht van de Egyptenaren en van alle koninkrijken, die u verdrukten.stylusRichteren 6:8, Richteren 6:9, Richteren 6:8, Richteren 6:9, Nehemia 9:919Maar gij hebt heden den God miskend, die u verloste van al uw plagen en rampen; want gij hebt geroepen: Neen, stel een koning over ons aan! Het zij zo; treedt volgens uw stammen en families voor het aanschijn van Jahweh.stylus1 Samuël 12:12, 1 Samuël 12:12, Jozua 24:1, 1 Samuël 8:19, Jozua 24:120Eerst liet Samuël dus alle Israëlietische stammen aantreden; en aangewezen werd de stam Benjamin.stylusJozua 7:16, Jozua 7:18, Handelingen 1:24, Handelingen 1:26, 1 Samuël 14:4121Daarna liet hij de families van de stam Benjamin aantreden; en aangewezen werd de familie Matri. Tenslotte de familie Matri, man voor man; en aangewezen werd Saul, de zoon van Kisj. Men ging hem zoeken, maar hij was nergens te vinden.stylus22Daarom raadpleegde men Jahweh andermaal: Is de man wel hierheen gekomen? En Jahweh antwoordde: Hij zit verborgen bij de legertros.stylusRichteren 20:18, Numeri 27:21, Richteren 20:18, Numeri 27:21, Richteren 20:2823Ze haalden hem er vlug vandaan. En toen ze hem in het midden van het volk hadden geplaatst, en hij met kop en schouder boven al het volk uitstak,stylus1 Samuël 9:2, 1 Samuël 9:2, 1 Samuël 17:4, 1 Samuël 16:7, 1 Samuël 17:424sprak Samuël tot geheel het volk: Ziet gij niet, wien Jahweh heeft uitverkoren; hij heeft zijns gelijke niet onder heel het volk! En heel het volk begon te juichen en te roepen: Leve de koning!stylus2 Samuël 21:6, 1 Koningen 1:39, 1 Koningen 1:25, 2 Samuël 21:6, 1 Koningen 1:3925En nadat Samuël voor het volk het koningsrecht had uiteengezet en het in een boek had opgeschreven, dat hij voor Jahweh neerlegde, liet hij het volk naar zijn woonplaatsen terugkeren.stylus1 Samuël 8:11, 1 Samuël 8:18, 1 Samuël 8:11, 1 Samuël 8:18, Deuteronomium 17:1426Ook Saul ging huiswaarts naar Giba. En de dapperen, die Jahweh daartoe had aangezet, sloten zich bij hem aan.stylus1 Samuël 11:4, 1 Samuël 11:4, 1 Samuël 15:34, Jozua 18:28, 1 Samuël 15:3427Maar de Belialskinderen meenden: Hoe zou die ons kunnen bevrijden? En omdat ze hem minachtten, brachten ze hem geen geschenken.stylusDeuteronomium 13:13, Deuteronomium 13:13, 2 Kronieken 17:5, 1 Koningen 10:25, 1 Samuël 2:12