Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Numeri Hoofdstuk 7

DutSVVA
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
NUMERI

Numeri 7

1En het geschiedde ten dage, als Mozes geëindigd had den tabernakel op te richten, en dat hij dien gezalfd, en dien geheiligd had, en al zijn gereedschap, mitsgaders het altaar en al zijn gereedschap, en hij ze gezalfd, en dezelve geheiligd had;
Leviticus 8:10, Leviticus 8:11, Leviticus 8:10, Leviticus 8:11, Numeri 7:84
2Dat de oversten van Israël, de hoofden van het huis hunner vaderen, offerden; deze waren de oversten der stammen, die over de getelden stonden.
2 Kronieken 35:8, Numeri 1:4, Numeri 1:16, 2 Kronieken 35:8, Numeri 1:4
3En zij brachten hun offerande voor het aangezicht des Heeren, zes overdekte wagens, en twaalf runderen; een wagen voor twee oversten, en een os voor elk een; en brachten ze voor den tabernakel.
4En de Heere sprak tot Mozes, zeggende:
5Neem ze van hen, opdat zij zijn mogen om te bedienen den dienst van de tent der samenkomst; en gij zult dezelve den Levieten geven, een ieder naar zijn dienst.
Titus 3:8, Exodus 25:1, Exodus 25:11, Jesaja 42:1, Jesaja 42:7
6Alzo nam Mozes die wagens, en die runderen, en gaf dezelve den Levieten.
7Twee wagens en vier runderen gaf hij den zonen van Gerson, naar hun dienst;
Numeri 4:24, Numeri 4:28, Numeri 3:25, Numeri 3:26, Numeri 4:24
8En vier wagens en acht runderen gaf hij den zonen van Merari, naar hun dienst; onder de hand van Ithamar, den zoon van Aäron, den priester.
Numeri 3:36, Numeri 3:37, Numeri 4:28, Numeri 4:33, Numeri 3:36
9Maar de zonen van Kohath gaf hij niet; want de dienst der heilige dingen was op hen, die zij op de schouderen droegen.
Numeri 4:4, Numeri 4:16, 2 Samuël 6:13, 1 Kronieken 15:13, Numeri 3:31
10En de oversten offerden ter inwijding des altaars, op den dag als hetzelve gezalfd werd; de oversten dan offerden hun offeranden voor het altaar.
2 Kronieken 7:9, 2 Kronieken 7:9, Deuteronomium 20:5, Nehemia 12:27, 1 Koningen 8:63
11En de Heere zeide tot Mozes: Elke overste zal (een iegelijk op zijn dag) zijn offerande offeren, ter inwijding des altaars.
1 Korintiërs 14:33, Kolossenzen 2:5, 1 Korintiërs 14:40, 1 Korintiërs 14:33, Kolossenzen 2:5
12Die nu op den eersten dag zijn offerande offerde, was Nahesson, de zoon van Amminadab, voor den stam van Juda.
Genesis 49:8, Genesis 49:10, Numeri 10:14, Numeri 2:3, Ruth 4:20
13En zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;
Exodus 30:13, Exodus 30:13, Leviticus 2:1, Exodus 37:16, Exodus 25:29
14Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
2 Kronieken 24:14, Numeri 4:7, 2 Kronieken 4:22, 2 Koningen 25:14, 2 Koningen 25:15
15Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
1 Petrus 3:18, Jesaja 53:10, Jesaja 53:11, 1 Petrus 1:18, 1 Petrus 1:19
16Een geitenbok, ten zondoffer;
Leviticus 4:23, Leviticus 4:23, Leviticus 4:25, Leviticus 4:25
17En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Nahesson, den zoon van Amminadab.
2 Korintiërs 5:19, 2 Korintiërs 5:21, Leviticus 3:1, Leviticus 3:17, 2 Korintiërs 5:19
18Op den tweeden dag offerde Nethaneel, de zoon van Zuar, de overste van Issaschar.
Numeri 1:8, Numeri 1:8, Numeri 2:5, Numeri 2:5
19Hij offerde zijn offerande: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;
20En een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
21Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
Romeinen 12:1, Genesis 8:20, Efeziërs 5:2, Romeinen 12:1, Genesis 8:20
22Een geitenbok, ten zondoffer;
23En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Nethaneel, den zoon van Zuar.
Leviticus 7:11, Leviticus 7:13, Leviticus 7:11, Leviticus 7:13, Kolossenzen 1:1
24Op den derden dag offerde de overste der zonen van Zebulon, Eliab, de zoon van Helon.
Numeri 1:9, Numeri 1:9, Numeri 2:7, Numeri 2:7
25Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;
26Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
27Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
Jesaja 1:11, Jeremia 7:22, Psalmen 50:8, Psalmen 50:14, Psalmen 51:16
28Een geitenbok, ten zondoffer;
29En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Eliab, den zoon van Helon.
30Op den vierden dag offerde de overste der kinderen van Ruben, Elizur, de zoon van Sedeur.
Numeri 1:5, Numeri 1:5, Numeri 2:10, Numeri 2:10
31Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;
32Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Openbaring 8:3, Lucas 1:10, Maleachi 1:11, Psalmen 66:15, Openbaring 8:3
33Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
34Een geitenbok, ten zondoffer;
35En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Elizur, den zoon van Sedeur.
36Op den vijfden dag offerde de overste der kinderen van Simeon, Selumiël, de zoon van Zurisaddai.
Numeri 1:6, Numeri 1:6, Numeri 2:12, Numeri 2:12
37Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;
38Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
39Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
Exodus 12:5, Handelingen 8:32, Openbaring 5:6, Johannes 1:29, 1 Petrus 1:19
40Een geitenbok, ten zondoffer;
41En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Selumiël, den zoon van Zurisaddai.
42Op den zesden dag offerde de overste der kinderen van Gad, Eljasaf, den zoon van Dehuël.
Numeri 1:14, Numeri 1:14, Numeri 2:14, Numeri 2:14
43Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; beide vol meelbloem gemengd met olie, ten spijsoffer;
Leviticus 2:5, Leviticus 14:10, Leviticus 2:5, Leviticus 14:10, Hebreeën 1:9
44Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
45Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
2 Korintiërs 5:21, Psalmen 66:15, Jesaja 53:4, 2 Korintiërs 5:21, Psalmen 66:15
46Een geitenbok, ten zondoffer;
47En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Eljasaf, den zoon van Dehuël.
48Op den zevenden dag offerde de overste der kinderen van Efraïm, Elisama, den zoon van Ammihud.
Numeri 1:10, Numeri 1:10, Numeri 2:18, Numeri 2:18
49Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;
50Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
51Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
52Een geitenbok, ten zondoffer;
53En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Elisama, den zoon van Ammihud.
54Op den achtsten dag offerde de overste der kinderen van Manasse, Gamaliël, de zoon van Pedazur.
Numeri 1:10, Numeri 2:20, Numeri 1:10, Numeri 2:20
55Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;
56Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
57Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
58Een geitenbok, ten zondoffer;
59En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Gamaliël, den zoon van Pedazur.
60Op den negenden dag offerde de overste der kinderen van Benjamin, Abidan, de zoon van Gideoni.
Numeri 1:11, Numeri 1:11, Numeri 2:22, Numeri 2:22
61Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;
62Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Hebreeën 13:15, Psalmen 112:2, Jesaja 66:20, Daniël 9:27, Filippenzen 4:18
63Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
64Een geitenbok, ten zondoffer;
65En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Abidan, den zoon van Gideoni.
66Op den tienden dag offerde de overste der kinderen van Dan, Ahiëzer, de zoon van Ammisaddai.
Numeri 1:12, Numeri 1:12, Numeri 2:25, Numeri 2:25
67Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;
68Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
69Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
70Een geitenbok, ten zondoffer;
71En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Ahiëzer, den zoon van Ammisaddai.
72Op den elfden dag offerde de overste der kinderen van Aser, Pagiel, de zoon van Ochran.
Numeri 1:13, Numeri 1:13, Numeri 2:27, Numeri 2:27
73Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;
Numeri 7:13, Numeri 7:88, Numeri 7:13, Numeri 7:88
74Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
75Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
76Een geitenbok, ten zondoffer;
77En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Pagiel, den zoon van Ochran.
78Op den twaalfden dag offerde de overste der kinderen van Nafthali, Ahira, de zoon van Enan.
Numeri 1:15, Numeri 1:15, Numeri 2:29, Numeri 2:29
79Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;
80Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
81Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
82Een geitenbok, ten zondoffer;
83En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Ahira, den zoon van Enan.
84Dit was de inwijding des altaars van de oversten van Israël, op den dag als hetzelve gezalfd werd: twaalf zilveren schotels, twaalf zilveren sprengbekkens, twaalf gouden reukschalen.
Numeri 7:10, Numeri 7:10, Hebreeën 13:10, Jesaja 60:6, Jesaja 60:10
85Een zilveren schotel was van honderd dertig sikkelen, en een sprengbekken van zeventig; al het zilver van de vaten was twee duizend en vierhonderd sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms.
Ezra 8:25, Ezra 8:26, 1 Kronieken 29:4, 1 Kronieken 22:14, 1 Kronieken 29:7
86Twaalf gouden reukschalen van reukwerks; elke reukschaal was van tien sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; al het goud der reukschalen was honderd en twintig sikkelen.
87Al de runderen ten brandoffer waren twaalf varren, twaalf rammen, twaalf eenjarige lammeren, met hun spijsoffer; en twaalf geitenbokken ten zondoffer.
88En al de runderen ten dankoffer waren vier en twintig varren, de rammen zestig, de bokken zestig, de eenjarige lammeren zestig. Dit is de inwijding des altaars, nadat hetzelve gezalfd was.
Numeri 7:1, Numeri 7:10, Numeri 7:1, Numeri 7:10, Numeri 7:84
89En als Mozes in de tent der samenkomst ging, om met Hem te spreken, zo hoorde hij een stem tot hem sprekende, van boven het verzoendeksel, hetwelk is op de ark der getuigenis, van tussen de twee cherubim. Alzo sprak Hij tot hem.
Hebreeën 4:16, Hebreeën 4:16, Exodus 33:9, Exodus 33:11, Psalmen 99:1

Andere Boeken

NumeriDeuteronomiumJozua+

Andere Boeken

NumeriHfst. 7
DeuteronomiumJozuaRichterenRuth1 Samuël
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward