1En de Heere sprak tot Mozes, zeggende:stylus2Neem de wraak der kinderen Israëls van de Midianieten; daarna zult gij verzameld worden tot uw volken.stylusNumeri 27:13, Numeri 27:13, Openbaring 6:10, Richteren 2:10, Numeri 25:143Mozes dan sprak tot het volk, zeggende: Dat zich mannen uit u ten strijde toerusten, en dat zij tegen de Midianieten zijn, om de wraak des Heeren te doen aan de Midianieten.stylusLeviticus 26:25, Leviticus 26:25, Numeri 25:13, Exodus 17:9, Exodus 17:134Van elken stam onder alle stammen Israëls zult gij een duizend ten strijde zenden.stylusLeviticus 26:8, 1 Samuël 14:6, Richteren 7:2, Leviticus 26:8, 1 Samuël 14:65Alzo werden geleverd uit de duizenden van Israël, duizend van elken stam, twaalf duizend toegerusten ten strijde.stylus6En Mozes zond hen ten strijde, duizend van elken stam, hen en Pinehas, den zoon van Eleazar, den priester, ten strijde, met de heilige vaten, en de trompetten des geklanks in zijn hand.stylusNumeri 14:44, Numeri 14:44, Numeri 10:8, Numeri 10:9, Numeri 10:87En zij streden tegen de Midianieten, gelijk als de Heere Mozes geboden had, en zij doodden al wat mannelijk was.stylusRichteren 21:11, 1 Koningen 11:15, 1 Koningen 11:16, Richteren 21:11, 1 Koningen 11:158Daartoe doodden zij boven hun verslagenen, de koningen der Midianieten, Evi, en Rekem, en Zur, en Hur, en Reba, vijf koningen der Midianieten; ook doodden zij met het zwaard Bileam, den zoon van Beor.stylusJozua 13:21, Jozua 13:22, Jozua 13:21, Jozua 13:22, Numeri 25:159Maar de kinderen Israëls namen de vrouwen der Midianieten, en hun kinderkens gevangen; zij roofden ook al hun beesten, en al hun vee, en al hun vermogen.stylus2 Kronieken 28:5, 2 Kronieken 28:8, 2 Kronieken 28:10, Deuteronomium 20:14, Numeri 31:1510Voorts al hun steden met hun woonplaatsen, en al hun burchten verbrandden zij met vuur.stylus1 Samuël 30:1, Genesis 25:16, 1 Koningen 9:16, Openbaring 18:8, Jesaja 1:711En zij namen al den roof, en al den buit, van mensen en van beesten.stylusDeuteronomium 20:14, Deuteronomium 20:14, Jozua 8:2, Jozua 8:212Daarna brachten zij de gevangenen, en den buit, en den roof, tot Mozes en tot Eleazar, den priester, en tot de vergadering der kinderen Israëls, in het leger, in de vlakke velden van Moab, dewelke zijn aan de Jordaan van Jericho.stylusNumeri 22:1, Numeri 22:113Maar Mozes en Eleazar, de priester, en alle oversten der vergadering, gingen uit hen tegemoet, tot buiten voor het leger.stylus1 Samuël 15:12, Genesis 14:17, Numeri 31:22, Numeri 31:24, 1 Samuël 30:2114En Mozes werd grotelijks vertoornd tegen de bevelhebbers des heirs, de hoofdlieden der duizenden, en de hoofdlieden der honderden, die uit den strijd van dien oorlog kwamen.stylus1 Samuël 15:13, 1 Samuël 15:14, Numeri 12:3, Exodus 32:22, 1 Koningen 20:4215En Mozes zeide tot hen: Hebt gij dan alle vrouwen laten leven?stylus1 Samuël 15:3, 1 Samuël 15:3, Jeremia 48:10, Deuteronomium 2:34, Jeremia 48:1016Ziet, deze waren, door den raad van Bileam, den kinderen Israëls, om oorzake der overtreding tegen den Heere te geven, in de zaak van Peor; waardoor die plaag werd onder de vergadering des Heeren.stylusNumeri 25:1, Numeri 25:9, Numeri 25:1, Numeri 25:9, 2 Petrus 2:1517Nu dan, doodt al wat mannelijk is onder de kinderkens; en doodt alle vrouw, die door bijligging des mans een man bekend heeft.stylusDeuteronomium 20:16, Deuteronomium 20:18, Richteren 21:11, Richteren 21:12, Deuteronomium 7:218Doch al de kinderen van vrouwelijk geslacht, die de bijligging des mans niet bekend hebben, laat voor ulieden leven.stylusDeuteronomium 21:10, Deuteronomium 21:14, Deuteronomium 21:10, Deuteronomium 21:14, Deuteronomium 20:1419En gijlieden, legert u buiten het leger zeven dagen; een ieder, die een mens gedood, en een ieder, die een verslagene zult aangeroerd hebben, zult u op den derden dag en op den zevenden dag ontzondigen, gij en uw gevangenen.stylusNumeri 5:2, Numeri 19:11, Numeri 19:22, Numeri 5:2, Numeri 19:1120Ook zult gij alle kleding, en alle gereedschap van vellen, en alle geiten haren werk, en gereedschap van hout, ontzondigen.stylusNumeri 19:14, Numeri 19:16, Genesis 35:2, Numeri 19:22, Exodus 19:1021En Eleazar, de priester, zeide tot de krijgslieden, die tot dien strijd getogen waren: Dit is de inzetting der wet, die de Heere Mozes geboden heeft.stylusNumeri 30:16, Numeri 30:1622Alleen het goud en het zilver, en het koper, het ijzer, het tin en het lood;stylus23Alle ding, dat het vuur lijdt, zult gij door het vuur laten doorgaan, dat het rein worde; evenwel zal het door het water der afzondering ontzondigd worden; maar al wat het vuur niet lijdt, zult gij door het water laten doorgaan.stylusNumeri 19:9, Numeri 19:9, Numeri 19:17, Numeri 19:17, 1 Korintiërs 3:1324Gij zult ook uw klederen op den zevenden dag wassen, dat gij rein wordt; en daarna zult gij in het leger komen.stylusLeviticus 11:25, Leviticus 11:25, Leviticus 15:13, Numeri 19:19, Leviticus 14:925Verder sprak de Heere tot Mozes, zeggende:stylus26Neem op de som van den buit der gevangenen van mensen en van beesten; gij en Eleazar, de priester, en de hoofden van de vaderen der vergadering.stylus27En deel den buit in twee helften tussen degenen, die den strijd aangegrepen hebben, die tot den strijd uitgegaan zijn, en tussen de ganse vergadering.stylusJozua 22:8, Jozua 22:8, 1 Samuël 30:24, 1 Samuël 30:25, Psalmen 68:1228Daarna zult gij een schatting voor den Heere heffen, van de oorlogsmannen, die tot dezen krijg uitgetogen zijn, van vijfhonderd een ziel, uit de mensen en uit de runderen, en uit de ezelen, en uit de schapen.stylusNumeri 18:26, Numeri 18:26, Numeri 31:47, Numeri 31:30, Numeri 31:4729Van hun helft zult gij het nemen, en den priester Eleazar geven tot een heffing des Heeren.stylusDeuteronomium 12:12, Deuteronomium 12:19, Numeri 18:26, Exodus 29:27, Deuteronomium 12:1230Maar van de helft der kinderen Israëls zult gij een gevangene van vijftig nemen, uit de mensen, uit de runderen, uit de ezelen, en uit de schapen, uit al de beesten; en gij zult ze aan de Levieten geven, die de wacht van de tabernakel des Heeren waarnemen.stylusNumeri 3:25, Numeri 3:7, Numeri 3:8, Numeri 3:31, Numeri 3:2531En Mozes en Eleazar, de priester, deden, gelijk als de Heere Mozes geboden had.stylus32De buit nu, het overschot van den roof, dat het krijgsvolk geroofd had, was zeshonderd vijf en zeventig duizend schapen;stylus33En twee en zeventig duizend runderen;stylus34En een en zestig duizend ezelen;stylus35En der mensen zielen, uit de vrouwen, die geen bijligging des mans bekend hadden, alle zielen waren twee en dertig duizend.stylus36En de helft, te weten het deel dergenen, die tot dezen krijg uitgetogen waren, was in getal driehonderd zeven en dertig duizend en vijfhonderd schapen.stylus37En de schatting voor den Heere van schapen was zeshonderd vijf en zeventig.stylus38En de runderen waren zes en dertig duizend, en hun schatting voor den Heere twee en zeventig.stylus39En de ezelen waren dertig duizend en vijfhonderd, en hun schatting voor den Heere was een en zestig.stylus40En der mensen zielen waren zestien duizend, en hun schatting voor den Heere twee en dertig zielen.stylus41En Mozes gaf Eleazar, den priester, de schatting van de heffing des Heeren, gelijk als de Heere Mozes geboden had.stylusNumeri 18:8, Numeri 18:19, Numeri 18:8, Numeri 18:19, Mattheüs 10:1042En van de helft der kinderen Israëls, welke Mozes afgedeeld had, van de mannen, die gestreden hadden;stylus43(Het halve deel nu der vergadering was, uit de schapen, driehonderd zeven en dertig duizend en vijfhonderd;stylus44En de runderen waren zes en dertig duizend;stylus45En de ezelen dertig duizend en vijfhonderd;stylus46En der mensen zielen zestien duizend;)stylus47Van die helft der kinderen Israëls nam Mozes een gevangene uit vijftig, van mensen en van beesten; en hij gaf ze aan de Levieten, die de wacht van den tabernakel des Heeren waarnamen, gelijk als de Heere Mozes geboden had.stylusNumeri 31:30, Numeri 31:30, Lucas 10:1, Lucas 10:8, Jesaja 56:1048Toen traden tot Mozes de bevelhebbers, die over de duizenden des heirs waren, de hoofdlieden der duizenden, en de hoofdlieden der honderden;stylus49En zij zeiden tot Mozes: Uw knechten hebben opgenomen de som der krijgslieden, die onder onze hand geweest zijn; en uit ons ontbreekt niet een man.stylusJohannes 18:9, 1 Samuël 30:18, 1 Samuël 30:19, Johannes 18:9, 1 Samuël 30:1850Daarom hebben wij een offerande des Heeren gebracht, een ieder wat hij gekregen heeft, een gouden vat, een keten, of een armring, een vingerring, een oorring, of een afhangenden gordel, om voor onze zielen verzoening te doen voor het aangezicht des Heeren.stylusExodus 30:12, Exodus 30:12, Exodus 30:15, Exodus 30:16, Exodus 30:1551Zo nam Mozes en Eleazar, de priester, van hen het goud, alle welgewrochte vaten.stylusNumeri 7:2, Numeri 7:6, Numeri 7:2, Numeri 7:652En al het goud der heffing, dat zij den Heere offerden, was zestien duizend zevenhonderd en vijftig sikkelen, van de hoofdlieden der duizenden, en van de hoofdlieden der honderden.stylus53Aangaande de krijgslieden, een iegelijk had geroofd voor zichzelven.stylusDeuteronomium 20:14, Deuteronomium 20:14, Numeri 31:32, Numeri 31:3254Zo nam Mozes en Eleazar, de priester, dat goud van de hoofdlieden der duizenden en der honderden, en zij brachten het in de tent der samenkomst, ter gedachtenis voor de kinderen Israëls, voor het aangezicht des Heeren.stylusExodus 30:16, Exodus 30:16, Zacharia 6:14, Zacharia 6:14, Lucas 22:19